Speuren naar leven op het CNN-scherm

Daar, achter het groene oplichten van het afweergeschut op het televisiescherm, moeten zich vrienden van de Afghaanse familie Nangrahary bevinden.

Tegen middernacht zou je bijna zeggen dat het gezellig is - al is het precies die gezelligheid van als de kist gezakt is en de koffie bijna op, het wat giechelig en uitgelaten zijn: we zijn er nog maar in godsnaam, wat nu. Nu is teveel van het goede. Als de bommen al een uur of vier op Afghanistan vallen zet de familie Nangrahary het geluid van CNN uit, om bij het groene oplichten van het afweergeschut te vertellen over vroeger en over straks.

Mia haalt toch maar weer wat stukken slagroomtaart tevoorschijn. Vandaag is haar zeventiende verjaardag verpest. Humayun (22) kijkt met glanzende ogen naar zijn vader Abdulahmad (56), de zoon vertelt hoe zijn vader vroeger de looks van een jaren `70 hippie had. Echt waar! Lang haar in Jalalabad, jazeker kon dat toen nog. Waarop de foto's op tafel komen. Wijde pijpen, strakke truitjes, korte rokken. Abba in Afghanistan, zo zag de familie Nangrahary er uit.

Het gezin van de ene broer vluchtte acht jaar geleden, die van de andere vier jaar later. Nu zit een dertienkoppig gezelschap bij elkaar, vierhoog op een flat in Heemstede. Maar dáár (knikkend naar het televisiescherm) was het voor Afghaanse intellectuelen helemaal niet meer uit te houden, zeggen ze in koor.

Ik, zegt Abdulahad (61) was directeur op het Afghaanse ministerie van Volksgezondheid en mijn echtgenote hier, Shafiya, was lerares.

Abdulahmad (56): ,,Ik was chirurg. En hoogleraar aan de universiteit van Djalalabad.''

Ashraf (56) zegt: ,,Ik was hoofd van de afdeling interne geneeskunde in het universiteitsziekenhuis van Kabul.''En zijn vrouw Asiza: ,,Ik was lerares. En ik probeerde het analfabetisme onder Afghaanse vrouwen te bestrijden. Ik werkte er voor de Afghaanse organisatie voor vrouwenrechten.

En wat hebben ze, met hún capaciteiten, hier in Nederland kunnen doen? ,,Niets'', zegt professor Abdulahmad. ,,Ik heb zoveel sollicitatiebrieven geschreven. Maar hoe dichter ik bij mijn doel kwam, hoe hoger ze de lat legden.''

Wij doen binnen allemaal onze schoenen uit, ja, zegt een neef later. En we zijn religieuze moslims. Wij geloven enigszins in Allah, ongeveer zoals moderne Nederlanders een beetje in God geloven. Dat is alles.

Achter het groene oplichten van het televisiescherm woont nog familie van hen, en vrienden met wie ze al weken geen contact meer hebben. Rechtstreeks bellen met Afghanistan is onmogelijk, de `sluiproute' via Pakistan is nu ook onbegaanbaar. Het is dus een vreselijke avond, zegt Abdulahmad, als je geen idee hebt wie nog leeft. En bombarderen, dat hadden we liever nooit gehad. Want de meeste Afghanen zijn onschuldig en het risico voor hen is te groot.

De volgende generatie. Ze studeren allemaal, in Nederland, vertalen wat hun ouders zeggen in vlekkeloos Nederlands en ze zijn het felst van allemaal. Mariam (24) studeert rechten en praat zó snel en dwingend dat je haar bijna in staat zou achten Afghanistan straks persoonlijk uit de modder te trekken. ,,Wij voelen ons verplicht persoonlijk iets terug te doen, voor Afghanistan.'' Ashraf begint een woordenstroom die alleen Mariam kan stoppen. Het komt hierop neer, vertaalt ze: ,,Onder de meeste baarden op tv zitten mensen die democratisch zijn. Onder de sluiers zitten mensen die liberaal zijn. Het wordt tijd om dat te zien.''