Mijl op zeven

Soms is het helemaal niet leuk om de juiste verklaring van een woord of uitdrukking te kennen. Ik bedoel: je kent nog een andere verklaring, en die is veel leuker.

Neem mijl op zeven. In talloze publicaties staat te lezen dat die uitdrukking teruggaat op de plaatsen Meijel en Sevenum in Limburg. Tussen die dorpen, die relatief dicht bij elkaar liggen, liep vroeger een weg die zo slingerde en kronkelde dat het veel tijd kostte om van de ene plaats naar de andere te komen. Van Meijel en Sevenum werd daardoor op een gegeven moment spreekwoordelijk gebruikt voor `een lange omweg maken'. Later werd de uitdrukking verbasterd tot een mijl op zeven(en).

Dat vind ik een fijne verklaring, die ik graag zo zou houden. Maar zij klopt niet.

De eerste die dit onomstotelijk aantoonde was de Amsterdamse hoogleraar F.A. Stoett (1863-1936). ,,Ik geloof geen snars van deze gezochte verklaring'', schreef hij in 1896 in het tijdschrift Noord en Zuid. ,,Al meermalen heb ik er op gewezen'', vervolgde hij, ,,dat men bij de verklaring van spreekwijzen historisch moet te werk gaan, en de oudste gedaante moet trachten te vinden, om vandaaruit de verschillende veranderingen na te gaan, die zij heeft ondergaan.''

Stoett had een vroeg voorkomen van de uitdrukking gevonden, en wel in de Nederlandsche Historiën van P.C. Hooft uit 1642. Daar stond `gewoon' ,,de mijl op zeeven''.

Stel dat het oorspronkelijk van Meijel en Sevenum was, zo redeneerde Stoett, dan was dit kennelijk halverwege de 17de eeuw al helemaal niet meer bekend, in ieder geval niet bij Hooft. Het zou logisch zijn als de intacte vorm dan te vinden was in de literatuur van omstreeks 1550.

Stoett kende de Nederlandse literatuur – met name de volksliteratuur – op zijn duimpje en maakte overal aantekeningen van. Maar in oude teksten was hij nooit een spreekwoord met Meijel of Sevenum tegengekomen. ,,Dat verwondert me niks'', schamperde hij, ,,daar een weg door de Peel, aangenomen dat hij bestond, tusschen twee onaanzienlijke dorpen in Limburg toch zeker in dien tijd niet zulk eene vermaardheid zal hebben gekregen, dat hij spreekwoordelijk werd.''

Dus: exit Meijel en Sevenum. Maar hoe moet de uitdrukking dan wél worden verklaard? Een mijl op zeven was helemaal geen verbastering, betoogde Stoett, hoogstens een verkorting. De uitdrukking moet worden begrepen als een mijl niet op vier maar op zeven `vierde delen' nemen, dus de weg die men te gaan heeft met drie `vierendelen' (driekwart) op elke mijl verlengen door om te lopen.

Dat Stoett gelijk had, blijkt uit vergelijkbare uitdrukkingen als de weg op vijf vierels nemen (dus één vierendeel te lang) en het Duitse auf eine Meile sieben viertel gehen. In Zuid-Nederland zei men van oudsher een weg op zeven gaan of den weg op zeven doen, dus helemaal niks met mijl of Meijel.

Tja, daar zit je dan. Ik vind dat kronkelpad tussen Meijel en Sevenum veel leuker, zo'n weg tussen twee onaanzienlijke dorpjes die zich een plaatsje heeft weten te verwerven in de Nederlandse taal, net als de wegen naar Kralingen en Rome. Maar helaas, het gaat om `vierde delen' van een mijl en dan, via een omweg, nog drie erbij. Dat mag dan de juiste verklaring zijn, saai is zij wel.

P.S. Een tijdje geleden schreef ik over de ziekte van Hedel. Tegen kaalhoofdigen wordt wel gezegd: hij heeft de ziekte van Hedel, meer haar op z'n borst (of: zak, kont, kin, lul etc.) dan op z'n schedel. Er blijken nogal wat varianten te bestaan. Zoals `de ziekte van Last, meer haar op de muur dan op je kwast', `de ziekte van Röpke, wel haar op zijn x, maar niet op z'n köpke', en `de ziekte van Tul (of Brul), meer haar op je zak dan op je lul'. Deze varianten (wie kent er nog andere?) maken meteen duidelijk dat Hedel niks te maken heeft met een plaats of persoon; het is een onzinwoord, verzonnen omdat het rijmt op `schedel'.

Reacties naar redactie Achterpagina of naar sanders@nrc.nl