`Mensen zijn bang. Dat hoor ik'

,,Mensen'', zegt burgemeester Opstelten van Rotterdam, ,,vinden dat de media voeding geven aan agressie'' tussen moslims en niet-moslims. En die mensen hebben ,,soms'' gelijk. Zeker als het mensen in moskeeën zijn.

Spelen de Nederlandse media een rol in het steeds scherpere conflict tussen de westerse wereld en islamitische terreurorganisaties? En zo ja, spelen zij die rol naar behoren?

Burgemeester Ivo Opstelten van Rotterdam, liberaal van huis uit, beaamde de eerste vraag zaterdag bij de opening van een grote moskee in zijn stad. ,,Een belangrijke rol'', vond hij.

Maar volgens hem spelen de media die rol niet altijd even goed. ,,De media doen soms aan het uitvergroten van incidenten. Dan kun je de indruk krijgen dat in ons land racisme en discriminatie aan de orde van de dag zijn.''

En dat niet alleen. Onzorgvuldige berichtgeving leidt er ook toe dat mensen een zondebok zoeken, aldus de burgemeester. Dan is de cirkel rond, want dat betekent weer dat er racistische incidenten kunnen ontstaan.

Welke media bedoelt u?

,,Dat ga ik natuurlijk niet zeggen. Dat is ook niet interessant. Ik vind dat de media in zijn algemeenheid moeten uitkijken voor het uitvergroten van incidenten.

,,Want dat gebeurt. Ik hoor het om me heen. Ik bezoek moskeeën en daar zeggen mensen het tegen mij. Niet één keer, maar vaker. Het komt bij herhaling aan de orde. Daarom wilde ik dit een keer zeggen. Rustig en zorgvuldig.''

Moeten media niet gewoon laten zien wat er gebeurt, ook als het gaat om racistische incidenten?

,,Natuurlijk. Ik zal ook de laatste zijn om het in dit verband te hebben over de vrijheid van meningsuiting. Dat is niet wat ik bedoel. Wat ik bedoel is dat ik een vak heb, het vak van burgemeester, en dat een van mijn taken als burgemeester het registreren van dit soort opmerkingen is. Van dit soort gevoelens.

,,Ik vraag me ook af wat het nut is van het uitvergroten van incidenten. Neem Ede. Er werd geschreven dat allochtone jongeren daar juichten over de aanslagen. Achteraf bleek het toch een beetje anders te liggen. Dan moeten mensen met een functie als de mijne uitleggen hoe het dan wel zat. Maar op dat moment is het kwaad al geschied.''

U sprak zaterdag ook over ,,eenzijdige'' berichtgeving. Bepleit u andersoortige artikelen, bijvoorbeeld meer stukken over de islam als geloofsrichting?

,,Dat zou ik toejuichen, ja. Prima. Maar het is natuurlijk niet iets waar ik me mee hoor te bemoeien. Dus dat wil ik ook niet. In zo'n land leven we gelukkig niet.''

Als mensen als uzelf journalisten afschilderen als partijdig, komen zij misschien moeilijker moskeeën binnen. Dan komen ze zeker niet aan objectieve verslaggeving toe.

,,Ik zie uw punt. Dat zou natuurlijk óók geen goede benadering zijn. Dus dat moet u óók opschrijven. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Voor ons allemaal.

,,Waar het mij om gaat is dat er angst is. Mensen zijn bang. Dat hoor ik. Dat zie ik. En die mensen vinden dat de media voeding geven aan agressie. Dus wat ik met mijn opmerkingen wil bewerkstelligen, is dat daar over wordt nagedacht.''

In uw stad waren de afgelopen weken geen racistische incidenten die verband hielden met de aanslagen op New York en Washington. Hoe ziet u de toekomst in dit opzicht?

,,We hebben vanmorgen met de periodieke staf vergaderd over de veiligheid in de stad. Sinds gisteren is de situatie veranderd. We houden het goed in de gaten.''