Een politieke coup kent vele ingrediënten en vele gezindten en ook veel bloed

De deskundigen, oftewel de `politieke waarnemers', zijn er nog steeds niet uit. Was datgene wat er de afgelopen twee weken binnen het CDA heeft plaatsgevonden nu een coup, een zelfmoordactie, dan wel een manifestatie van onvervalst amateurisme? Het veiligst kan het voorlopig maar worden gehouden op een combinatie van deze drie verklaringen. Getuige het resultaat was het een coup: er is een leider hardhandig afgezet en vervangen door een ander. Maar ook was sprake van een zelfmoordactie: partijvoorzitter Marnix van Rij, degene die als eerste openlijk ten strijde trok tegen CDA-fractievoorzitter en beoogd lijsttrekker Jaap de Hoop Scheffer, raakte nog eerder zijn functie kwijt dan zijn doelwit. Amateurisme was het ten slotte ook, omdat de paleisrevolutie zo ongecoördineerd verliep en met de benoeming van Jan Peter Balkenende tot nieuwe CDA-fractievoorzitter en lijsttrekker een totaal onverwachte apotheose kreeg.

Grote vraag is natuurlijk of het ook anders had kunnen lopen. Voor het beantwoorden van die vraag is het van het grootste belang terug te gaan in de geschiedenis van de politieke onthoofding. Die leert dat `geforceerde' leiderschapswisselingen altijd wel enige voedingsbodem hebben. Gedoeld wordt op het zogeheten `geknaag'. Een politiek leider die merkt dat er aan hem geknaagd wordt, dient op zijn hoede te zijn.

En geknaagd werd er aan Jaap de Hoop Scheffer. Een paar veelgehoorde typeringen van de afgelopen jaren: Jaap legde het er allemaal zo dik bovenop, hij was geen oppositieleider, hij speelde oppositieleider, Jaap was zo weinig authentiek, Jaap was zo establishment, Jaap was geen killer. Allemaal subjectieve waarnemingen, die echter aan betekenis wonnen door dat ene objectieve feit: Jaap was geen stemmentrekker. In de peilingen bleef het CDA steevast verliezen.

Na de knaagfase volgt de zaagfase: het zagen aan de stoelpoten van de leider. Ook dit heeft Jaap de Hoop Scheffer ondervonden. Moest hij niet eens wat assistentie krijgen van de in Brabant zo populaire CDA-politicus Pieter van Geel? Eén keer wist De Hoop Scheffer zich de hoop uit Brabant van het lijf te houden. Hij sprak in 1999 zijn veto uit over het partijvoorzitterschap. Maar dit voorjaar moest hij toch dulden dat Van Geel op een hoge plaats op de kandidatenlijst zou worden geplaatst. Voor alle zekerheid liet De Hoop Scheffer toen maar alvast noteren dat hij en niemand anders de kandidaat-lijsttrekker was. Maar het zagen begin pas echt toen Yvonne van Rooy, CDA-politica uit het ancien regime, deze zomer De Hoop Scheffer voorstelde om Marnix van Rij lijsttrekker te laten worden.

Daarmee zijn we dan aangeland bij de slotfase: de dolkstoot. Wie zegt de politiek leider de wacht aan? Dit is vanzelfsprekend een cruciaal moment, want wie het mes hanteert, raakt meestal ook zelf met bloed besmeurd, hetgeen nadelig kan zijn voor de eigen politieke toekomst van de dader. Op dit punt is het dan ook faliekant misgelopen met Marnix van Rij. Hij leidde de actie tegen De Hoop Scheffer, maar raakte daardoor zo beschadigd dat zijn rol binnen het CDA nu volledig is uitgespeeld.

Veelgehoorde vraag op het Binnenhof van niet-CDA'ers: is die M.L.A. van Rij nu katholiek of niet? Een begrijpelijke vraag, want in de historie van het CDA zijn het vooral katholieken geweest die een doorslaggevende rol speelden bij machtsgrepen. De voorganger van Jaap de Hoop Scheffer, de protestant Enneüs Heerma, besloot het fractievoorzitterschap op te geven nadat de katholiek Van Agt hem op de televisie de wacht had aangezegd. Een mediaoptreden dat was geënsceneerd door de katholiek Hans Hillen, fractiegenoot van Heerma. Enneüs Heerma was destijds de eveneens protestantse Elco Brinkman opgevolgd. Brinkman was de grote verliezer van de verkiezingen van 1994 geweest. Als een van de oorzaken voor dat verlies werden indertijd de strubbelingen genoemd tussen Brinkman en zijn katholieke voorganger Ruud Lubbers, die hem eerder zelf als kroonprins had aangewezen. `Werkendeweg' had Lubbers het vertrouwen in zijn eigen opvolger compleet verloren. ,,Onze eerste man heeft zijn geloofwaardigheid en gezag geheel verloren'', schreef Lubbers zes weken voor de verkiezingen in een nooit verstuurde brief aan de CDA-partijtop.

Waar het hier om gaat, is de katholiek in de rol van jezuïet volgens de negatieve betekenis. Een betekenis waarover de Van Dale zegt: iemand met geheime bedoelingen, sluwe indringer. Van Rij heeft zijn actie tegen De Hoop Scheffer alles behalve jezuïtisch aangepakt. De ware jezuïet creëert ongezien en van een veilige afstand de ellende, om ten slotte op het hoogtepunt als redder naar voren te kunnen treden. Niets van dat alles bij Van Rij. In de zaak tegen de Hoop Scheffer deed hij het onderzoek, formuleerde de aanklacht, sprak het vonnis uit, voltrok het vonnis en presenteerde zichzelf als opvolger van de geëxecuteerde. Rechtlijniger, oftewel calvinistischer, kan het haast niet. Marnix van Rij is dan ook niet katholiek, maar Nederlands hervormd. Hoewel hij tegenover het dagblad Trouw in 1998 verklaarde dat hij ,,zich inmiddels katholiek voelt''.

De politieke concurrentie van het CDA stelde de afgelopen week `bezorgd' vast dat het bloed van de trappen van het christen-democratische partijbureau droop. En inderdaad, zelfs in de nacht van vrijdag op zaterdag rolden er nog koppen, toen het dagelijks bestuur van de partij aftrad, nadat het de dagen daarvoor al hiertoe was geadviseerd door diverse partijprominenten. De balans van twee weken CDA-ruzie: partijvoorzitter weg, fractievoorzitter annex lijsttrekker weg, fractiesecretaris weg, woordvoerder fractieleider weg, campagneleider weg, dagelijks bestuur weg en, niet te vergeten, een nog onbekend aantal kiezers weg. Inderdaad: een bloedbad.

De actie van Van Rij was, om met het actuele taalgebruik te spreken, verre van proportioneel en effectief. Maar behoort in de politiek de chirurgische ingreep, beter gezegd de klinische coup, wel tot de mogelijkheden? Eigenlijk niet. Zelden blijft de schade beperkt tot één persoon. Al was het maar uit compassie van de gewone partijleden die meestal geheel buiten machtsgrepen staan met het slachtoffer. Het is meestal de partijvoorzitter die als kop van Jut mag fungeren. Maar in de persoon van Marnix van Rij was die al vertrokken. Dus kon alleen nog de rest van het dagelijks bestuur opstappen, wat dan ook is gebeurd.

Is nu dan de rust eindelijk (even) teruggekeerd bij het CDA? Het lijkt er wel op. Sterker nog, de rust in de politiek lijkt teruggekeerd. Want zoals enkele parlementaire collega's van het CDA afgelopen week ter eigen geruststelling analyseerden: na wat er bij die partij is gebeurd, ziet voorlopig ieder weldenkend mens in elke andere partij voorlopig af van een couppoging.

De Tweede Kamer zal deze week zeker komen te spreken over de jongste gebeurtenissen in Afghanistan. Verder begint de tweede Kamer deze week met de behandeling van de afzonderlijke begrotingshoofdstukken. Als eerste komt het ministerie van Algemene Zaken aan de beurt. Voorts is het de week van de financiële beschouwingen.