De president is nu vooral generaal

De Pakistaanse regering steunt de militaire acties tegen Afghanistan. `Het volk' denkt er anders over. Maar president Musharraf wordt voorlopig niets kwalijk genomen: hij had geen keus onder de druk van Londen en Washington.

De Pakistaanse president Pervez Musharraf geeft een persconferentie, maar het is vooral de opperbevelhebber van de strijdkrachten die het woord voert in de Nationale Bibliotheek in Islamabad. Het is the day after de eerste golf van raketaanvallen op Afghanistan, en op zo'n moment is het misschien wel zo overzichtelijk dat een toegewijde carrièremilitair het woord voert namens de frontstaat die Pakistan is geworden.

Rustig en met een vanzelfsprekend zelfvertrouwen geeft de generaal een overzicht van de situatie. Nee, corrigeert hij de indruk die de televisiebeelden mogelijk hebben gewekt, het waren niet de Afghaanse steden Kabul, Herat, Kandahar en Mazar-i-Sharif die het doelwit waren van de bombardementen, maar terroristische kampen nabij die steden. En volgens militaire logica vertrouwt hij er op dat de acties ,,kort'' zullen duren. ,,Als je eenmaal de informatie hebt verzameld en de doelen hebt uitgekozen, kun je snel en doelgericht handelen.'' Die benadering sluit naadloos aan op de politieke inzet van Pakistan dat alleen verdachte terroristische bases mogen worden getroffen. ,,Die verzekering hebben we ook gekregen.''

Musharraf toont geen twijfel over de juistheid van zijn beslissing om zich aan te sluiten bij de internationale coalitie tegen terrorisme, met als consequentie dat de ene moslimstaat nu hand en spandiensten (zoals het openstellen van het luchtruim) verleent bij aanvallen op een andere moslimstaat. ,,We hebben steeds gesprekken gevoerd met de Talibaan en wij gaan door met hen contact te zoeken. We hebben pogingen gedaan om Osama Bin Laden uitgeleverd te krijgen. Maar helaas, we hebben niets kunnen bereiken.''

Als doorgewinterd militair kent Musharraf zijn tegenstanders. ,,De Noordelijke Alliantie [de verzetsgroepen in het noorden van Afghanistan, red.] moet geen misbruik maken van de huidige ontwikkelingen.'' Met andere woorden: de door Tadzjieken, Oezbeken, Hazara's en Turkmenen gedomineerde milities moeten niet proberen het machtsvacuüm op te vullen dat mogelijk in Afghanistan ontstaat. Zij vertegenwoordigen slechts 40 procent van de Afghaanse bevolking en stortten Afghanistan na de terugtrekking van de Sovjet-troepen in 1989 in chaos en terreur.

Er moet een verenigd, stabiel en vreedzaam Afghanistan herrijzen, vindt Musharraf. Dat betekent per definitie een grote inbreng van de Pathanen, de bevolkingsgroep die zich over de grens met Pakistan uitstrekt en waaruit ook de Talibaan zijn voortgekomen. En, formuleert Musharraf, een toekomstige regering in Kabul moet ,,vriendelijk'' staan tegenover buurland Pakistan. Als de vroegere koning Zahir Shah daarbij een rol kan spelen, dan is hij welkom. Pakistan dacht daar in het verleden wel eens anders over, maar ,,we moeten ons niet fixeren op het verleden'', aldus Musharraf. ,,De omstandigheden zijn nu anders en daar moeten we ons aan aanpassen. Het enige wat altijd telt is het nationale belang van Pakistan.''

Pakistan wordt inmiddels overladen met economische en financiële hulptoezeggingen. De VS hebben de sancties opgeheven die werden opgelegd na het nucleaire machtsvertoon in 1998. En verdwenen is plotseling de ergernis over het feit dat de generaal twee jaar geleden de democratisch gekozen premier Sharif terzijde schoof om zelf de macht in handen te nemen.

Daags na de ontmoeting tussen Musharraf en Blair stond Shugufta Hameeda in het Argentinapark in Islamabad. ,,De regering is dan misschien voor Amerika, maar het volk niet. Moslims zullen nooit tegen moslims vechten'', zei ze beslist. Zij was een van de honderden in burqa's gehulde vrouwen die zaterdagmiddag waren afgekomen op een protestbijeenkomst tegen `de Amerikaanse arrogantie', daartoe opgeroepen door de hoofdstedelijke vrouwenafdeling van de fundamentalistische Jamaat-i-Islami. Dat diepgelovige vrouwen de straat op gaan om hun stem te laten horen, gebeurt niet zo vaak in Pakistan, maar dit keer moet het, ,,omdat onze woede zo groot is'', zei een andere deelneemster.

Dat die woede zich de afgelopen weken vooral richtte op Amerika, en niet zozeer op president Musharraf, is veelzeggend. Ook in fundamentalistische kring leeft de opvatting dat Musharraf nauwelijks een andere keuze had dan in te gaan op het Amerikaanse ultimatum `voor ons of tegen ons'. Want, zo is de redenering, indien Pakistan niet zijn medewerking had toegezegd in de strijd tegen terrorisme, had dat aartsvijand India in de kaart gespeeld. En dat zou bijkans landverraad zijn geweest.

Bijna dagelijks hielden fundamentalistische partijen in Pakistan daarom massabijeenkomsten om te ageren tegen het `Amerikaans-joodse complot' tegen de moslimwereld, en te waarschuwen voor ernstige consequenties indien de VS het buurland Afghanistan aanvallen. De emoties liepen soms hoog op. Maar na afloop ging iedereen weer rustig zijns weegs. Dat is precies de reden waarom Musharraf zich niet al te veel zorgen maakt over de georkestreerde woedeuitbarstingen.

Gisteravond stond de Afghaanse ambassadeur, mullah Abdul-i-Salam Zaeef, journalisten te woorden in zijn residentie in Islamabad. Hij las een verklaring voor (,,Afghanistan is het slachtoffer van de Amerikaanse arrogantie en zijn imperialistische en expansionistische beleid'') en beantwoordde een vraag. ,,Alhamdulillah'', God zij dank, zijn Mullah Omar (de geestelijk leider van de Talibaan) en Osama Bin Laden nog in leven.

In Rawalpindi, de oude tweelingstad van Islamabad, stonden 's nachts om een uur tientallen inwoners op een kruispunt. Toen een camera begon te draaien, stapten enkele mannen naar voren en riepen met overslaande stem `God is groot'. Een busje met bruiloftsgasten reed toeterend langs de menigte. ,,Hier wonen de arbeiders. Die moeten morgen weer vroeg op en liggen al lang in bed. Waarschijnlijk weten de meeste inwoners nog niets van de aanvallen op Afghanistan. Morgen zal dat anders zijn.''

Inderdaad verzamelden zich vanmiddag duizenden mensen voor de ambtswoning van Musharraf. Zij riepen daarbij niet alleen leuzen tegen Amerika maar ook tegen de Pakistaanse regering. Ook elders in het land zwollen protestbijeenkomsten aan. Maar Musharraf blijft stoïcijns. ,,Ik weet dat het overgrote deel van de bevolking achter mijn beslissing staat. Ik ben er van overtuigd dat de grote meerderheid achter ons staat. Er zijn enkele extremisten en groepen die van de situatie gebruik willen maken. Maar die kunnen we controleren. Mijn grootste zorg is dat buitenlanders Pakistan verlaten en dat buitenlandse orders voor de Pakistaanse industrie worden afgeblazen uit onzekerheid over de situatie.''