Bin Laden: moslims moeten opstaan

In een – vóór de aanvallen op Afghanistan – op videoband opgenomen tekst heeft Osama bin Laden gezworen dat de Amerikanen niet in vrede zullen leven tot de Palestijnen dat doen.

,,Ik getuig dat er geen God is dan God en dat Mohammed zijn profeet is.

De almachtige God heeft Amerika getroffen in zijn meest kwetsbare plaats. Hij heeft zijn grootste gebouwen vernietigd. God zij geloofd. Daar is Amerika, vervuld van doodsangst, van noord tot zuid, van oost tot west. God zij geloofd. Wat Amerika vandaag proeft is onbetekenend in vergelijking met wat wij tientallen jaren hebben geproefd. Onze natie [de islamitische wereld, red.] proeft deze vernedering en verachting al meer dan tachtig jaar. Haar zonen zijn gedood, haar bloed is vergoten, haar heiligdommen zijn ontheiligd, en niemand hoort het en niemand geeft erom.

De almachtige God heeft een groep van de islam, een voorhoede van de islam, gezegend en haar toegestaan om de Verenigde Staten te vernietigen. Ik vraag de almachtige God hun status te verheffen en hen in het paradijs toe te laten, want Hij is de enige die daartoe in staat is en gemachtigd is. Toen zij hun onderdrukte zonen verdedigden, hun broeders en zusters in Palestina en andere islamitische landen, raakte de hele wereld in opschudding, de ongelovigen gevolgd door de schijnheiligen.

Een miljoen kinderen zijn tot dusverre in Irak gestorven hoewel ze geen zonde hadden begaan. Wij horen geen veroordeling, en we horen geen fatwa [islamitisch decreet] van de heersers of ulema [islamitische schriftgeleerden]. Op dit moment teisteren Israëlische tanks en pantservoertuigen Palestina – Jenin, Ramallah, Rafah, Beit Jalla en andere plaatsen in het land van de islam, en we horen niemand die zijn stem verheft of reageert.

Maar wanneer het zwaard na tachtig jaar neerkomt [op Amerika] steekt schijnheiligheid haar boosaardige kop op en beklaagt ze de dood van die moordenaars die bloed, eer en heiligdommen van de moslims hebben misbruikt. Het minste dat men van die mensen kan zeggen is dat zij verdorven zijn. Zij steunden de slager tegen zijn slachtoffer, de onderdrukker tegen het onschuldige kind. Moge God hun de straf geven die zij verdienen.

Ik zeg dat de zaak helder en duidelijk is. Na deze gebeurtenis [van 11 september] en nu hoge Amerikaanse leiders hebben gesproken, te beginnen met Bush, het hoofd van de ongelovigen in de wereld, en wie hem ook maar steunt, moet iedere moslim zich haasten om de islam te verdedigen. Zij [Amerika] traden met hun manschappen en paarden arrogant naar buiten en zetten zelfs die landen die in de islam geloven op tegen ons – de groep die troost zoekt in God, de almachtige, de groep die weigert haar godsdienst op te geven.

Zij [Amerika] maken zich op tegen de islam te vechten onder het mom van strijd tegen het terrorisme. In een land aan het uiteinde van de wereld, Japan, zijn honderdduizenden, jong en oud, gedood en [zij zeggen] dat dit geen wereldmisdaad is maar een bespreekbare zaak. Ze hebben Irak gebombardeerd en ze beschouwen dat een bespreekbare zaak. Maar toen een paar meer dan tien mensen werden gedood in Nairobi en Dar-es-Salaam [bij de aanslagen op Amerikaanse ambassades in 1998], werden Afghanistan en Irak gebombardeerd en stonden alle schijnheiligen achter het hoofd van het hoofd van de ongelovigen in de wereld, achter de Hubal [aanbeden door heidenen voor de komst van de islam] van deze tijd, Amerika en zijn bondgenoten.

Ik zeg hun dat deze gebeurtenissen de wereld in twee kampen hebben verdeeld, de kant van de gelovigen, waar geen schijnheiligheid is, en de kant van de ongelovigen, moge God u van hen weghouden. Iedere moslim moet opstaan om zijn godsdienst te laten overwinnen. De wind van het geloof is opgestoken. De wind van verandering is opgestoken om de onderdrukking weg te vagen van het schiereiland van Mohammed, moge vrede met hem zijn.

Tot Amerika en zijn volk zeg ik maar een paar woorden. Ik zweer bij God die de hemel hooghoudt zonder zuilen, dat noch de Verenigde Staten noch hij die in de Verenigde Staten leeft van veiligheid zal dromen tot wij die beleven in Palestina en tot alle ongelovige legers het land van Mohammed, vrede zij met hem, verlaten. God is groot en glorie zij de islam. Moge Gods vrede, genade en zegen met u zijn.''