Alle seinen nu op rood voor geprivatiseerd Brits spoor

Railtrack, het laatste grote privatiseringsproject van de Conservatieven in Groot-Brittannië is bijna failliet en alweer half gehernationaliseerd.

Einde van dit traject, de grote treinroof, ontspoord! Aan woordspelingen geen gebrek in de verbaasde Britse pers na het de facto faillissement van Railtrack, het beursgenoteerde bedrijf dat het Britse spoorwegnet uitbaat en dat surseance van betaling heeft aangevraagd.

Dat de opvolger van British Rail gebukt ging onder een schuld van twaalf miljard gulden, dodelijke ongelukken, een non-existente dienstregeling en een bestuurscrisis, was geen geheim. Toch werd verwacht dat de overheid de patiënt deze week met een nieuw infuus van 700 miljoen pond (2,45 miljard gulden), oplopend tot 1,7 miljard in maart volgend jaar, voorlopig op de been wilde houden om essentiële verbeteringen aan twee hoofdroutes te kunnen voltooien.

Maar de regering wil geen zachte heelmeester meer spelen. Toen premier Blair de privatisering van de spoorwegen vorige week met ongewone directheid ,,een ramp'' noemde, was dat kennelijk niet alleen bedoeld om de boze vakbonden stroop om de mond te smeren. Minister Byers (Vervoer) deed dit weekeinde het beulswerk. Hij weigerde de lening en vroeg de rechter een bewindvoerder te benoemen. ,,Railtrack is finished'', aldus de minister. ,,Het werd tijd het spoor terug te nemen in het belang van het reizende publiek.''

Daarmee is een einde gekomen aan het laatste grote privatiseringsproject van achttien jaar Conservatieve regeringen. John Major geloofde in 1996 dat een geprivatiseerd spoor zowel reizigers als aandeelhouders kon bedienen. En even leek dat ook te lukken. Dat wil zeggen: als je meer lette op de aandelenkoers, die van 3,80 pond bij uitgifte steeg naar zeventien pond in 1998, dan op de verkruimelende stations, de roest op het spoor en het aantal botsingen en ontsporingen, die meestal goed afliepen. Nog een paar jaar investeren, hield Railtrack vol, en dan zouden de Britse spoorwegen de parel van Europa zijn.

Maar de ramp bij het Londense station Paddington, waarbij in oktober 1999 31 mensen omkwamen, toonde hoe veiligheid was ingeruild tegen winst voor de aandeelhouders. Het systeem dat `Paddington' had kunnen voorkomen – in Nederland al decennia standaard – was met een prijskaartje van een miljard pond te duur geweest, zei Railtrack. Maar in hetzelfde jaar werd wel hetzelfde bedrag aan dividend uitgekeerd.

`Paddington' en het dodelijke ongeluk bij Hatfield, een jaar geleden, brachten meer verborgen gebreken aan het licht, in het net en in de organisatie. Railtrack, die het net verhuurt aan 25 treinmaatschappijen, is zelf ook weer een kaleidoscoop van meer dan 100 kleinere ondernemingen. Daarin is de verantwoordelijkheid diffuus geworden. De overheid moest daarin steeds bijspringen, maar resultaten kon die, hoewel ze toezichthouder is, niet afdwingen.

Of de radicale maatregelen dit weekeinde daar verandering in brengen, valt te bezien. Ook in de nieuwe organisatievorm – een nonprofitbedrijf, bestuurd door overheid, vervoerders, vakbonden en de reizigerslobby – zal de overheid miljarden moeten blijven pompen in wat voorlopig een zwart gat lijkt. Of die organisatie er met een zwakker sanctieregime, zonder winstambitie en met behoud van de zwakke managers die nu voor Railtrack werken, er beter in slaagt een rendabel en veilig bedrijf te scheppen, moet blijken. Voorlopig zijn de spoorwegen half gehernationaliseerd. Dat betekent: pappen en nathouden.

Een radicaal afscheid van het private stelsel zit er onder Blair niet in. De omstreden deel-privatisering van de Londense ondergrondse volgens hetzelfde model gaat voorlopig gewoon door. Volgens de felste tegenstander, burgemeester Ken Livingstone van Londen, heeft Blair niet van Majors fouten geleerd.