Zesenzestig gulden voor gevangene overzee

Meer dan 2.100 Nederlanders zitten vast in buitenlandse gevangenissen. Wat kan de Nederlandse regering voor hen doen?

Alex van Zon huivert als hij terugdenkt aan de tijd die hij in Marokko in de gevangenis doorbracht. In de veel te kleine cel waar hij met 23 anderen verbleef, was het vochtig en smerig en het tochtte er. Grote schimmelplekken sierden de muren. In zijn bed vond Alex elke ochtend grote kakkerlakken met een lengte ,,van wel zes centimeter''. De gevangenen deelden één wc, een smerig gat in de grond in de hoek van de cel. Hier moesten de mannen zich ook wassen. Dat was dan het enige beetje hygiëne dat ze hadden. Gezond of gevarieerd voedsel zat er niet in. Elke dag dezelfde vieze soep en als ontbijt een stuk droog brood.

Het is juni 1997. De Nederlandse Alex van Zon wordt in Marokko vlak bij de grens opgepakt. In zijn tas zit een grote dosis hasj, bedoeld om naar Nederland te smokkelen. Zonder bijstand van een advocaat moet hij voor de rechter verschijnen. Het vonnis luidt acht jaar celstraf. Dan heeft Alex nog niemand uit Nederland gesproken.

Van Zon is nierpatiënt en heeft in de gevangenis dringend medische verzorging nodig. Die krijgt hij niet. Door medewerking van de Nederlandse ambassade krijgt hij een Franse vertrouwensarts toegewezen. Deze mag niet in de gevangenis komen, maar krijgt volgens Van Zon een vervalst medisch rapport over hem te zien. Van Zon: ,,Hierin stond dat ik zo gezond was als een topsporter. Daarom vond de arts het niet nodig om mij naar het ziekenhuis te sturen.'' Pas na 30 dagen hongerstaking regelt de Nederlandse ambassade medische verzorging voor hem.

Regelmatig krijgt minister van Aartsen (Buitenlandse Zaken) brieven van Nederlandse gedetineerden in buitenlandse gevangenissen, die hun hart uitstorten over de soms zeer slechte omstandigheden waaronder zij moeten leven. Afgelopen donderdag organiseerde het ministerie een rondetafelconferentie over begeleiding van gedetineerden in het buitenland.

P. van Wulfften Palthe, directeur-generaal regiobeleid en consulaire zaken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, legt uit dat de Nederlanse bemoeienis door het internationaal recht gebonden is aan grenzen. ,,Je kunt Nederlandse gedetineerden niet zomaar verplaatsen naar onze gevangenissen'', zegt hij. ,,Wij mogen ons niet zomaar bemoeien met het rechtssysteem van andere landen. Als die dat bij ons zouden doen, zouden we dat ook niet accepteren.'' De directeur-generaal doelt hiermee op een verdrag tussen 43 landen dat Nederland in 1998 heeft geratificeerd, en dat bepaalt dat gevangenen in het buitenland alleen terug mogen naar hun vaderland met goedkeuring van de gedetineerde zelf, de staat waarin de misdaad is gepleegd én het vaderland.

Aan de op de conferentie aanwezige ex-gedetineerden, zoals Alex van Zon, en familieleden van gedetineerden in het buitenland zijn zulke juridische argumenten niet besteed. Zij willen dat de gevangenen boven alles zo snel mogelijk naar Nederland komen. ,,Erbarmelijk'', noemt een betrokkene de omstandigheden waaronder Nederlanders in buitenlandse gevangenissen verblijven.

De Algemene Rekenkamer heeft vorig jaar in het rapport `Gedetineerdenzorg buitenland', dat de aanleiding vormde voor de rondetafelconferentie, gepleit voor een zogenoemde `zorgnorm'. Deze norm zou moeten bepalen hoeveel bijstand de Nederlandse ambassades en andere hulpverleners, zoals de reclassering, minimaal moeten geven aan gedetineerden in het buitenland. De Tweede Kamer nam dit voorstel begin juni van dit jaar over in een motie van de leden Hoekema en Verhagen.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken zal eind dit jaar een nota over de zorgnorm opsturen naar de vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken. Als voorschot daarop heeft minister Van Aartsen extra financiële hulp beloofd aan gedetineerden in het buitenland. Op de conferentie kondigde hij aan dat alle Nederlandse gevangenen buiten Europa maandelijks 66 gulden krijgen voor bijvoorbeeld medicijnen en voedsel. Met bijna duizend Nederlanders in gevangenissen buiten Europa gaat dat het ministerie ongeveer 800.000 gulden per jaar kosten. Tot nog toe kregen alleen gevangenen die geen geld ontvingen van vrienden of familie een gift van het ministerie.

Het ministerie gaat bovendien onderzoeken of het aantal vertrouwensadvocaten kan worden uitgebreid. Daarnaast zullen medewerkers van Nederlandse ambassades scholing krijgen in de omgang met gedetineerden.