Vrolijk geknutsel bij Koninklijke Subsidie

Abstracte kunst heeft afgedaan voor jonge schilders, zo blijkt uit de tentoonstelling van de Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst. Te zien zijn vooral vrolijke plaatjes, en veel portretten.

Sara van der Heide kan haar lachen maar moeilijk inhouden als het juryrapport van de Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst wordt voorgelezen. Ze heeft zojuist te horen gekregen dat zij een van de vier gelukkigen is die de aanmoedigingsprijs voor jonge schilders gewonnen heeft. Haar winnende schilderij Me and the Queen, een voorstelling waarin de kunstenares naakt aan tafel zit met Koningin Beatrix, lijkt speciaal voor de gelegenheid geschilderd te zijn, maar werd al in 1999 gemaakt. Waarschijnlijk had Van der Heide toen niet durven dromen dat ze nu, twee jaar later, door de koningin persoonlijk een prijs van tienduizend gulden uitgereikt zou krijgen.

Anders dan voorgaande jaren vond de toekenning van de Koninklijke Subsidies gistermiddag plaats in het Gemeentemuseum in Den Haag. De gebruikelijke locatie, het Koninklijk Paleis op de Dam in Amsterdam, wordt momenteel gerestaureerd en gereedgemaakt voor het staatsbezoek van de koning en koningin van Spanje later deze maand. En eigenlijk is dat een voordeel, want vergeleken bij het barokke interieur van het Paleis komt de tentoonstelling in de modernere omgeving van het Berlage-gebouw veel beter tot haar recht. ,,Hier treffen de markante jonge vertegenwoordigers van de hedendaagse schilderkunst schilders die dichter bij hen staan, zoals Piet Mondriaan en Charley Toorop'', gaf ook koningin Beatrix tijdens haar openingstoespraak toe.

Behalve het werk van de vier winnaars – naast Van der Heide vielen ook Peter Brenner, Rezi van Lankveld en Marcelino Stuhmer in de prijzen – zijn op de Koninklijke Subsidie traditiegetrouw ook schilderijen van twintig genomineerden te zien.

Hoewel de meesten van hen nog nauwelijks bekendheid genieten, geeft de tentoonstelling toch een aardig beeld van de actuele ontwikkelingen in de schilderkunst. Zo blijkt bijvoorbeeld dat abstracte kunst bij de jongere generatie volledig heeft afgedaan. Deze editie van de Koninklijke Subsidie toont vooral veel vrolijke, figuratieve plaatjes.

Het is opvallend hoeveel kunstenaars het aloude schilderkunstige thema van het portret weer nieuw leven inblazen, vaak met behulp van onconventionele technieken. Rolf Bastiaans tekende de contouren van een vrouwenlichaam in duizenden op het doek geplakte piepschuimbolletjes, terwijl Maurice Thomassen zijn portret van popfenomeen Tricky opbouwde uit vreemdsoortige materialen als koffie, plakband, touw en plastic. Zo mogelijk nog omslachtiger is de wijze waarop Ruud van den Broek zijn intrigerende voorstelling van een oude vrouw achter een venster heeft geconstrueerd. Hij schilderde eerst het portret, plakte vervolgens een lap vitrage over het beeld en bedekte dat weer met een dikke laag giethars. Tenslotte sloeg hij enkele barsten in de harslaag, waardoor het net lijkt of de oude vrouw de toeschouwers echt vanachter glas in de gaten houdt.

Traditionele begrippen als kleur en compositie lijken door de jonge schilders ondergeschikt gemaakt aan de techniek. De meeste werken maken een gekunstelde indruk en roepen voornamelijk bewondering op door de ingenieuze manier waarop ze in elkaar gezet zijn. Zo bootst prijswinnaar Peter Brenner met grote precisie reclamezuilen na die bedekt zitten onder een dikke laag half vergane affiches. Zijn collages zijn opgebouwd uit talloze snippers van concertposters en seksadvertenties. Maar waarom, vraag je je af, zou je als kunstenaar zoveel moeite doen als je ook gewoon de stad in kunt lopen en een foto van een plakwand kunt maken? Met schilderkunst heeft Brenners werk in ieder geval weinig meer te maken.

Materialen als glitters, bladgoud, purschuim en zelfs kunstgras worden door deze jonge schilders op het doek geplakt om de aandacht van de beschouwer te trekken. Dat je ook zonder al die poeha tot een eigentijds beeld kan komen, bewijst Rezi van Lankveld. Zij werkt met de traditionele techniek van olieverf op hout en is een van de weinige kunstenaars op de tentoonstelling die zich bedient van een somber kleurenpalet. Op het eerste gezicht lijken haar voorstellingen slechts uit wazige vlekken te bestaan. Tot je afstand van de schilderijen neemt en er opeens, als een soort geestverschijningen, contouren van kinderen opdoemen. Van Lankvelds beelden geven zich niet in één oogopslag prijs. En dat is een voorwaarde waar ieder goed schilderij aan zou moeten voldoen.

De Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst. T/m 28 okt in het Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Di t/m zo 11-17u. Catalogus ƒ 14,50.