Vrijblijvende docenten, lorrige studenten

Moet een universiteit bezwijken voor de roep van studenten om meer entertainment tijdens hoorcolleges? Geef studenten een budget waarmee ze hun eigen onderwijs kunnen inkopen, zegt Bertold Gunster, die docenten bijspijkert. Ik ben een power point, zegt Abram de Swaan in reactie op het verwijt van zijn baas, de Amsterdamse college- voorzitter Noorda.

Robert Maier, Oostenrijker, geeft sinds 1974 colleges sociologie aan de Universiteit Utrecht. Hij heeft theaterlessen gehad. En dat merk je. Op donderdagochtend 4 oktober om negen uur doceert hij over `agressie en conflict' in de Blauwe Zaal. Aanwezig: honderdvijftig propedeusestudenten algemene sociale wetenschappen.

De overheadprojector zoemt. Maier (58) staat er kaarsrecht naast en kijkt de zaal in. Allereerst een definitie van agressie: gedrag van een organisme, mens of dier, dat gericht is op een doel en dat schade veroorzaakt. Maar hoe houdbaar is die definitie? Maier kronkelt met zijn bovenlijf: ,,Stel, ik probeer een hond of een krokodil af te richten en die zegt HAP!''

Het laatste woord komt er kraaiend uit. Iedereen lacht.

Nog een voorbeeld: ,,Als ik iemand wil vermoorden en POEOEFFFFF ik schiet ernaast, dan klopt het niet met deze definitie.'' De docent schiet denkbeeldig in de lucht. Iedereen lacht.

Er moet een werkdefinitie van agressie komen. Maier stroopt zijn mouwen op. De daaropvolgende twee uur rent hij heen en weer door het amfitheater. Argumenteert, stelt vragen, gebaart met zijn armen, deelt gekscherend standjes uit (,,Niet nu opzoeken, ik heb het gezien. ERUIT!''). De eerstejaars gaan in debat, nemen af en toe een slokje uit hun waterfles en geven hem een daverend applaus.

Het geven van een hoorcollege is topsport, zegt Maier na afloop. Topsport die leunt op informatieoverdracht en entertainment. Zo vind je als docent aansluiting bij studenten. Anders gaan ze andere dingen doen: voorover hangen, yoghurt slurpen, aan hun hoofd krabben, met elkaars haren tutten. Dat overkwam Abram de Swaan. Hij schreef in deze bijlage over zijn gastcolleges aan eerstejaars studenten `interactiewetenschappen'. Op de marktgerichte universiteit is het hoorcollege veel meer een ontmoetingsplaats dan een omgeving waar hongerige studenten respectvol wachten op kennisoverdracht, concludeerde hij. En de meeste lezers waren het met hem eens, zo bleek uit de ruim vijftig reacties die de redactie ontving. De docent in het wetenschappelijk onderwijs heeft het zwaar.

Wat is er gebeurd aan de universiteit? In de negentiende eeuw was een hoogleraar in de eerste plaats docent. Tegenwoordig wint de onderzoekende wetenschapper het in aanzien van de onderwijzende hoogleraar. In de woorden van Maier: ,,Als je doceert ben je een simpele ziel, als je onderzoekt niet.'' De waardering voor onderzoek is doorgeschoten, constateert ook zijn baas Jan Veldhuis, collegevoorzitter van de Universiteit Utrecht. Het docentschap is te vrijblijvend geworden. ,,Een erfenis die stamt uit de jaren zestig. De democratisering van het universitair bestel heeft tot vrijblijvendheid onder docenten en lorrigheid onder studenten geleid. Het wederzijds commitment is weg.''

Dat is een mooie analyse. Maar één die voorbijgaat aan de kern van het probleem. De vernieuwende universiteit wordt afgerekend op diploma's en redeneert marktconform. De vernieuwende universiteit is marktgericht en dus vraaggericht en dus klantgericht en studentvriendelijk. Het is een nieuwe orde met nieuwe studenten. De vraag dringt zich op wie anno 2001 het primaat in handen heeft. Wie bepaalt de regels? Zijn dat de docenten die beschikken over kennis, of moeten zij de macht overdragen aan studenten die beschikken over het geld? Is het rumoer tijdens het hoorcollege daarmee niet een eigentijdse, ordinaire machtsstrijd?

Het Interfacultair Centrum voor Lerarenopleiding en Nascholing van de Universiteit Utrecht heeft vorig jaar 1.050 docenten bijgeschoold. ,,De docent wordt steeds meer coach, het onderwijs een co-productie'', zegt Jaap Milius, opleidingscoördinator. Studenten hebben wekelijks tien college-uren, meestal hoorcolleges. Vaak van steeds wisselende gastdocenten, die niet duidelijk worden aangekondigd. Daarna worden ze de Veemarkthallen ingestuurd om tentamens te maken. ,,De coach moet zich voor langere tijd verantwoordelijk voelen voor studenten. Daar hoort bij: komen ze niet te laat binnen bij hoorcolleges? Zijn de mobiele telefoons uitgeschakeld? Wordt het huiswerk gemaakt?''

De Universiteit Utrecht heeft zijn eigen maatregelen genomen om De Swaan-achtige excessen te voorkomen. Er is een code of conduct ontwikkeld voor docenten en studenten die binnenkort in werking treedt. Studenten moeten verplicht: 1. Deelnemen aan hoorcolleges en werkcolleges. 2. Aansluitend tentamens doen. 3. Ze mogen slechts een beperkt aantal tentamens herkansen. Docenten moeten verplicht: 1. Inspirerende colleges geven. 2. Eerstejaars studenten begeleiden. In de eerste week van het collegejaar moeten ze `sociaal verkeren' met de eerstejaars. 3. Bereikbaar zijn en binnen tien dagen tentamenresultaten bekend maken.

Nee, Veldhuis wil deze afspraken niet kwalificeren als `nieuwe schoolsheid'. Massale opleidingen als rechten, sociale wetenschappen, bedrijfskunde en economie zijn volgens hem slachtoffer geworden van die jaren-zestigmentaliteit. ,,Een goede docent maakt in deze tijd afspraken over hoe studenten zich gedragen.'' En een goede docent, voegt hij daar onmiddellijk aan toe, laat zich ook trainen.

Want college geven, zo vindt Veldhuis, is theater, zeker waar het eerstejaars betreft. Dat beaamt zijn collega collegevoorzitter Simon Kuipers van de Rijksuniversiteit Groningen. Hoorcolleges maken in Groningen steeds meer plaats voor werkgroepen en `probleemgestuurd onderwijs' in projecten. De voorzitter laat het geven van grote colleges over aan cabaretiers. ,,Drie op de honderd docenten is cabaretier. Alleen zij slagen erin met tempowisselingen, veel komische effecten in grote lijnen en met veel voorbeelden een groot publiek te boeien.''

En dat moet, zegt Kuipers. Want hij herinnert zich maar al te goed als hoogleraar macro- en monetaire economie, wat een crime het was in de jaren tachtig hoorcollege te geven. ,,Dat gevoel dat je alle greep verliest. Studenten die een kwartier voor het einde van een college binnenkomen en zeggen: `Zo meteen begint het volgende college, ik kan nog net even mijn krant lezen'.''

Vijf jaar geleden waren de colleges van socioloog Robert Maier niet zo meeslepend. ,,Ik vertelde steeds hetzelfde verhaal.'' De ommekeer kwam na de theaterlessen van Bertold Gunster die ruim dertig universitaire docenten uit Utrecht beoordeelde. Propedeusecoördinator Willibrord De Graaf: ,,Veel vakgroepdocenten begonnen hun colleges met de grote boodschap en pas daarna met de argumentatie. Je zag de studenten wegzakken. Gunster zei: `Bewaar de grote boodschap voor het einde en voer de spanning op.' Dat werkt.'' Gunster: ,,Wat mij opviel, is dat docenten houvast ontlenen aan sheets, opsommingen, af en toe een anekdote, een overzichtje, tabelletje, kaartje. Het zijn stopmiddelen. Elke docent staat voor zo'n zaal met de angst dat hij wordt opgegeten.''

Zoek een manier van vertellen die bij jouw persoonlijkheid past, gaf de theaterregisseur de sociologen als vuistregel mee en maak van je optreden een theaterspektakel: ,,Geef studenten een ervaring mee, een evenement.''

Gunster geeft een voorbeeld. Een docent kon goed overweg met powerpoint, hij had een beamer. Adembenemend, vond Gunster het hoe hij met een elleboog en een pink de knoppen bediende en de muziek liet aanfloepen. Maar het gekke was, zegt Gunster: ,,Hij hield zich in.'' Durfde er niet mee los te gaan. ,,Universitair onderwijs lijkt vooral een verbale cultuur. Daar moeten we vanaf. Dat komt niet aan bij jongeren van achttien, negentien jaar. Waarom zou je studenten niet juist wat meer invloed geven? Geef ze een budget waarmee ze hun eigen onderwijs kunnen inkopen. Het is de taak van de docenten die klanten te bespelen. Zo marktgericht zou de universitaire gemeenschap moeten zijn. ''

Maar waar blijft de kennisoverdracht dan?

De rector-magnificus Frank van der Duin Schouten uit Tilburg vindt dat zijn collega's een stap te ver gaan. ,,In Tilburg bieden wij studenten hoogwaardig onderwijs op basis van hoogwaardig onderzoek. Pas je je niet aan, blijf dan weg. Anders is het bestaansrecht van de universiteit aan de orde.''

Herman Pleij, hoogleraar middelnederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, zegt dat hoogleraren zoals De Swaan en hijzelf zelf de autoriteit van de hoogleraar in de jaren zestig hebben gebroken. ,,Wij waren maatschappijkritisch, de huidige generatie studenten is zakelijk kritisch. Waar voor hun geld willen ze, onderwijs moet efficiënt zijn. We moeten niet met de tong uit de mond studenten behagen, maar het hoorcollege is een gebrekkig middel geworden voor kennisoverdracht. Je kunt het alleen gebruiken in heel speciale gevallen, als rituele bijeenkomst. Als je een verrassing in petto hebt.''

Zo gaf Pleij onlangs een college over de eerste geschreven Nederlandse zin: Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu. ,,Tot nu toe werd aangenomen dat die zin een lofzang is op de liefde. Uit vergelijkend literatuuronderzoek blijkt dat het waarschijnlijk gaat om de stichting van een nieuwe kloosterorde begin twaalfde eeuw. Voor zo'n onthulling leent een hoorcollege zich.''