Voorsprongleerlingen

Mij werd per e-mail verweten dat ik geen idee had waar ik over praatte. Dat was schrikken, want ik doe al jaar en dag mijn uiterste best me te beperken tot die onderwerpen waar ik op zijn minst wel een idee van heb. Het verwijt trof hetgeen ik schreef over voorsprongleerlingen. Die term gebruikte ik als tegenhanger van wat traditioneel wordt aangeduid met achterstandsleerlingen. Hoe lager het opleidingsniveau en hoe buitenlandser de ouder, des te meer is hun kind een achterstandsleerling en des te meer geld krijgt de school voor die leerling. Alles bij elkaar gaat het daarbij om het niet onaanzienlijke bedrag van jaarlijks 1,2 miljard gulden.

Dat geld is dus bedoeld om deze leerlingen zoveel extra hulp en aandacht te kunnen geven dat ze hun achterstand inlopen. Nu zijn er in Nederland scholen die ouders vragen om een substantiële bijdrage om daarmee de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Zij kunnen daardoor beschikken over een budget van een paar ton per jaar meer dan een gewone school. Nu, en daar schreef ik laatst over, wekt de minister herhaaldelijk de indruk dat het onzin is om je daar druk om te maken, omdat kinderen van ouders in een achterstandsituatie toch ook extra hulp krijgen. Ik vind deze vergelijking van een gênant appels-met-peren-niveau.

Maar terug naar die reactie. Omdat toevallig op dezelfde pagina een artikel stond over hoogbegaafde leerlingen, werd gedacht dat de door mij gebruikte term voorsprongkinderen daar betrekking op had. Nee dus, de voorsprong waar ik op doelde zit niet in de hoofden van de kinderen, maar in de portemonnee van de ouders. Gezien de tekorten op veel scholen, zullen ouders steeds meer bereid zijn om vrijwillig extra bij te dragen. Met als gevolg dat de eigen bijdrage een steeds algemener karakter krijgt en het dus ook steeds meer noodzakelijk wordt om de voorzieningen op een aanvaardbaar peil te houden. Kinderen van ouders die niet kunnen betalen krijgen dus slechter onderwijs. Behalve dan als het erkende achterstandskinderen zijn, maar hun extra voorzieningen zijn niet bedoeld als aanvulling op een te krap budget, maar als extra ter compensatie.

En moet er dan niets gedaan worden voor hoogbegaafde leerlingen? Dat is een heel ander verhaal en heeft hier niets mee te maken. Wat mij overigens opvalt in de discussies daarover is dat het als een ernstig probleem wordt ervaren dat die leerlingen zich zo vaak vervelen. Hoewel als leerling allesbehalve hoogbegaafd, herinner ik me, zeker van de lagere school, vooral hoezeer ik me daar verveeld heb, hoe de wijzers van de klok niet vooruit waren te branden. Verveling is niet het uitsluitende voorrecht van hoogbegaafden, maar afhankelijk van talloze factoren.

Ik durf nog verder te gaan. Ik ben ervan overtuigd dat er meer sprake is van verveling onder leerlingen in de onderste regionen van ons onderwijs dan onder de min en meer hoogbegaafde leerlingen in het vwo. Gewoon omdat de verschillen in intelligentie er veel en veel groter zijn dan in het vwo. In die sectoren van ons onderwijs wordt zoveel talent verkwist dat meer dan de helft van alle leerlingen het onderwijs nagenoeg ongekwalificeerd verlaat. Het is dan ook de hoogste tijd na te gaan denken over de vraag hoe we meer kunnen differentiëren in genoemde onderste regionen. Het vmbo, bedoeld voor zo'n 60 procent van alle leerlingen, is nou net het tegendeel van het antwoord waar de leerlingen daar op zitten te wachten.

prick@nrc.nl