VOOR HET EERST IS ER EEN SPECIFIEK TAALGEN ONTDEKT

Voor het eerst is een gen gevonden dat direct te maken heeft met het menselijk taalvermogen. Het gaat om een gen dat waarschijnlijk een belangrijke rol speelt bij de embryonale ontwikkeling van de hersenen. Het is een type gen dat andere genen kan activeren. Beschadiging van het gen, FOXP2 op chromosoom 7, leidt tot ernstige taalafwijkingen, en dankzij die beschadiging is het ontdekt. Onderzoekers uit Oxford en Londen vonden het het gen door vergelijking van genetische gegevens van een familie met een opvallende erfelijke taalafwijking met de gegevens van een `losse' patiënt met dezelfde symptomen (Nature 4 okt.).

Van de familie `KE' was al langer bekend dat ze leden aan erfelijk bepaald vrij breed taaldefect. Ze hebben problemen met de fijne mondmotoriek, maar ze hebben ook grote moeite met het opbreken van woorden in fonemen, met de vervoeging van werkwoorden en met de vorming van grammaticale zinnen. Het gaat hier om een betrekkelijk zuiver taaldefect omdat de (nonverbale) intelligentie van de slachtoffers niet samenhangt met hun taalproblemen. Sommigen geven blijk van gemiddelde intelligentie. Bij de ontdekking van deze familie werd in de pers al gesproken van het `grammatica-gen'.

In 1998 is aangetoond dat de getroffen familieleden een of ander gendefect moesten hebben dat ergens op een klein specifiek deel van chromosoom 7 lag. Uit hersenbeeld bleek dat de getroffen leden van de familie afwijkingen in de basale ganglia hadden. Met behulp van materiaal uit het humane genoomproject en de gegevens van `CS', een niet-verwante patiënt met vergelijkbare symptomen hebben de Britse onderzoekers nu het gen zelf kunnen identificeren. Het FOXP2-gen is bij CS en de familie KE niet op dezelfde wijze beschadigd. Patiënt CS blijkt te zijn getroffen door een chromosomale translocatie, waarbij een stukje van het chromosoom naar een ander chromosoom is verplaatst. Het gen bij de familie KE is misvormd door een puntmutatie, waarbij slechts één base in de genetische code is veranderd. Deze mutatie komt verder niet voor, tenminste niet een controlegroep van 364 proefpersonen.

In een commentaar schrijft de Amerikaanse psycholoog Steven Pinker dat nader onderzoek naar de functie van dit gen kan leiden tot meer inzicht in de relatie tussen het menselijke brein en de menselijke taalvermogens. Dat dit het enige `taalgen' zou zijn is overigens uiterst onwaarschijnlijk.