Talen

Waarom toch, in Leo Pricks stukje `Talen' (W&O 29 september) die toon van neerbuigendheid en meewarigheid, die wij Nederlanders zo graag bezigen om de Franse afkeer van het Engels aan de kaak te stellen? Als Fransen moeite hebben met de uitspraak van Bush en Schumacher, weten wij wel waar de klemtoon ligt bij Italië's vorige president Scalfaro, of hoe we `cappuccino' moeten spellen, en weten de Engelsen wel hoe ze Schiphol moeten uitspreken? Waarom toch die uithaal naar de Franse televisie die met `opgewonden stem een vertaling door Bush' toespraak heen tettert'? Er wordt hier niet `getetterd': men levert een vertaling ten gerieve van de Franse kijker, en wel vanuit een even eerlijk als simpel perspectief: de Franse kijker verstaat veel beter Frans dan andere talen. Misschien is de gekozen technische oplossing niet ideaal, maar als buitenlandkenner kan ik de schrijver verzekeren dat men het in heel Frankrijk, Duitsland en Italië met hem oneens is. De Duitse en Italiaanse televisie, ook op uw kabel, doen namelijk precies hetzelfde, en vele anderen waarschijnlijk ook.

Heeft de schrijver zich wel eens afgevraagd of wíj niet de uitzondering in Europa zijn, wij die geen afkeer hebben van buitenlands taalgebruik, maar dat juist zó verafgoden, dat immigranten zich waarschijnlijk wel eens afvragen in wat voor maatschappij zij geacht worden in te burgeren. Wat wij hun dan weer kwalijk nemen, want zoiets raakt aan ons superioriteitsgevoel, en dat is in internationaal verband vaak de enige drijfveer die wij hebben, naast die van de gevulde portemonnee.