Rentecurve

Zoals er voor aandelenmarkten indices worden berekend om te weten hoe de markt het gemiddeld doet, zo gebeurt dat ook met obligaties.

Met obligaties beter beleggen dan gemiddeld betekent: een hoger rendement (koerswinst plus ontvangen rente) dan die index maken. Wanneer die je het goed? Als een index aangeeft dat over de laatste drie jaar op staatspapier (in euro's) een kleine 5 procent per jaar werd verdiend, dan doet een belegger die (bij een even laag risico!) 6 procent haalde, het dus prima.

Hoe pak je dat aan? Welnu, het rendement kan worden opgeschroefd door bedrijfsobligaties in de portefeuille te stoppen. Maar daarmee haal je wel kredietrisico's in huis. De verwikkelingen rond telecombedrijven lieten zien dat zoiets niet alleen een theoretisch risico is.

Belangrijker is eigenlijk het goed kunnen voorspellen van het macro-economisch scenario. Die macro-economische weersgesteldheid – de conjunctuur zo men wil – bepaalt namelijk de hoogte van de rentes. En de korte rente reageert anders dan de langjarige.

De korte rente wordt sterk bepaald door het beleid van centrale banken. Als die de economie willen aanjagen, verlagen ze de rente. Dat betekent, dat commerciële banken tegen een lager tarief bij de centrale bank kunnen lenen. De lange rente wordt veel meer bepaald door de investeringsbehoefte bij bedrijven. Als er weinig wordt geïnvesteerd, is de vraag naar leningen laag, en daalt de lange rente. Lang en kort beïnvloeden elkaar wel enigszins, maar leiden toch gescheiden levens.

Obligatiebelegger hebben voortdurend één vraag in hun hoofd: Waar ga ik zitten op de rentecurve? Daarmee wordt het volgende bedoeld: een rentecurve laat zien welk percentage er bij welke looptijd hoort. Wie dus verwacht dat centrale banken de economie willen aanjagen, maar ook denkt dat er in de vraag naar bedrijfskrediet voorlopig weinig zal veranderen, gaat `aan de korte kant' zitten. Dat wil zeggen: om te profiteren van de koersstijging van kortlopende obligaties zal hij daarvan meer kopen, ten koste van langlopende.

Anderzijds: de directe rente-inkomsten uit kortlopende leningen zijn erg laag. En stel dat de economie tóch ineens aantrekt? Kortom, ook de belegger in obligaties heeft geen zorgeloos bestaan.

bertbakker@nrc.nl