REGENWORMEN SELECTEREN PARTNER OP GROOTTE EN NABIJHEID

De paring van regenwormen blijkt een verrassend spannende aangelegenheid. Regenwormen (Lumbricus terrestris) selecteren hun partner achterdochtig op grootte om gevaarlijke betrekkingen te voorkomen, en hebben na verkennend onderzoek zelfs hun eigen variant op de jouw-huis-of-het-mijne vraag: bij jouw of mijn holte. Zij paren aan het grondoppervlak, maar de tweeslachtige partners blijven daarbij in de eigen gang verankerd. Aan de paring gaan herhaalde wederzijdse bezoeken aan de ander en zijn holte vooraf.

Medewerkers van het Max Planck Instituut voor Gedragsfysiologie in Seewiesen, Duitsland, onderzochten of bij dat bezoek de schatting van de lichaamsgrootte een rol speelt. Zij verwachtten een voorkeur voor paringen met partners van overeenkomende grootte. In een veldonderzoek waarbij ze bijna tweehonderd paringen bijwoonden, kwam zo'n voorkeur echter slechts ten dele naar voren. Wel ontdekten de onderzoekers dat wanneer de partners scheiden één daarvan uit zijn holte gesleurd kan worden. Dat geldt vooral voor kleinere wormen, maar ook zij die zich ver uit hun holte strekken lopen dat risico (Behavioral Ecology, sept). Zo open en bloot op de aarde liggen is erg onprettig voor wormen, aangezien zij dan elke beschutting tegen vogels missen. Eenmaal uit hun hol gesleurd kost het de worm altijd even tijd om het hol weer terug te vinden of een nieuwe gat te graven.

Het onderzoek werd naar een kas verplaatst, waar wormen van uiteenlopende grootte aan elkaar gekoppeld werden. De dieren kregen de keuze uit twee buren van verschillende grootte. De grootte maakte niet uit voor de paarfrequentie of de eerste keus voor nadere inspectie, maar wel werd spoediger gepaard met een in maten overeenkomende buur. Kleine wormen gingen vaker herhaaldelijk bij grote wormen op bezoek dan bij kleine buren, zonder direct tot zaken te komen.

De Duitse onderzoekers concluderen dat maat niet alleen invloed heeft op de partnerkeuze, maar vooral ook de paarstrategie bepaalt. De regenwormen houden kennelijk rekening met de trekpartij die bij de scheiding na de paring volgt. Bezoekjes dienen niet alleen ter beoordeling van de mogelijke partner, maar lijken evenzeer te worden afgelegd als verleidend middel om de ander zonodig dichter naar de eigen holte te lokken. Het risico van een paring met een gevaarlijk grote partner wordt daarmee verminderd. Ook deze tweeslachtige dieren zijn dus beducht voor, zoals de onderzoekers het noemen, `dangerous liaisons'.