Poldertranen

Terroristische massaslachtingen in New York zijn groot nieuws. De Amerikanen blinken uit in hun verslaggeving over dergelijke rampen. Maar de Nederlandse omroepen zijn vooral gespecialiseerd in gesprekken en talkshows achteraf en verslaan zelfs de Verenigde Staten met het aantal programma's over slachtoffer-leed. Waarom toch steeds die vraag: 'Wat ging er door u heen?'

Drie jaar professioneel kijken naar hevige gevoelens heeft mij gevoellozer gemaakt. Ik zie een man die huilt om zijn kapotte huis, een kleuter met leukemie, kaal en zonder wenkbrauwen door chemotherapie, een stervende zwakbegaafde vrouw, een operatie aan de prostaat met een camera in de bloedende pisbuis, een vader wiens kind is doodgeschoten, een vrouw die vertelt over hervonden herinneringen aan incest en een man die op gezellige toon uitlegt hoe zijn stomazakje werkt. Elke avond biedt de televisie een treurmars van geestelijke en lichamelijke kwalen en rampen. Op mij werken die hevige emoties op den duur averechts, maar wie ben ik om slachtoffers te veroordelen? Zij bestaan, dus waarom zou je geen aandacht aan hen mogen wijden? Ze verdienen mijn medeleven. Ik kan slachtoffers hun verdriet niet ontzeggen. Maar wat is de achtergrond van leed-tv?

Het genre is in Nederland om vier redenen populair. Het is goedkoop te maken, de oude omroepzuilen kunnen zich ermee profileren, praten over problemen biedt troost in een areligieus tijdperk en het past in de superverzorgingsstaat waar het vergrootglas op elke sociale onvolkomenheid wordt gelegd en de televisie onderdeel is van de hulpverlening.

Emoties zijn overal de pasmunt van televisie, en leed brengt die emoties direct de huiskamer binnen. Veel leed, zoals de Bijlmerramp of de terroristische massaslachtingen in New York en Washington zijn groot nieuws en verdienen ruime aandacht, niet alleen wegens de emoties en het medeleven, maar ook wegens de betekenis die deze gebeurtenissen hebben voor de samenleving. Amerikaanse nieuwsrubrieken zijn gespecialiseerd in snelle verslaggeving over dergelijke rampen, terwijl de Nederlandse publieke omroepen uitblinken in gesprekken en talkshows achteraf. Amerika is gespecialiseerd in lijden en dood búíten bed, Nederland in dood en lijden ín bed.

Ook als het nieuws allang voorbij is, wordt het nog maanden telkens opnieuw herhaald in praatprogramma's of nieuws-formats. Amerikaanse emotionele praatshows worden overdag uitgezonden, want de voornaamste doelgroep vormen oudere, laagopgeleide vrouwen. De Nederlandse televisie ruimt ook de avond voor hen in.

Wie even in de tv-gids bladert, kan meteen constateren dat Nederland met het aantal programma's over verdriet van slachtoffers niet alleen Amerika, maar ook de omliggende landen verslaat. De bbc, de Vlaamse vrt en het Duitse ard hebben minder zielige mensen. Bovendien wisselen deze omroepen hen af met meer nieuws, drama, humor en amusement. De Britse televisie munt uit in humor en lichtvoetigheid, ook bij zware onderwerpen. Het Duitse medische avondmagazine Praxis zou om tien uur 's avonds nooit zo groot durven uitpakken met een operatie of een ernstig zieke patiënt als avro's Vinger aan de Pols wekelijks pleegt te doen. Praxis vlucht naar tips over een goede huidverzorging of verstandige voeding.

René Stokvis, producent van medische programma's, merkt dat het buitenland absoluut niet aan operaties op tv gewend is. 'Buitenlanders die mijn programma's kopen, vinden het eng. Ze weten niet of de kijkers het waarderen en zenden het laat uit.' Stokvis maakt nu tien proefprogramma's voor de Duitse tv. Misschien slaat het aan, maar Duitse publieke zenders hebben ook zoveel andere dingen op het programma als drama en amusement. Ze zijn niet zo zuinig als Nederland en blinken uit in politiekrimi's, die hoge kijkcijfers halen.

Het ligt ook aan de Nederlandse mentaliteit dat verdrietprogramma's zo worden gewaardeerd. Op de canapé bestaat behoefte aan het doorbreken van sociale taboes. De Nederlandse omroep haalt er regelmatig de internationale pers mee. In 1994 werden fragmenten uit Ikon's Dood op verzoek wereldwijd getoond. Een ernstig zieke man werd geheel volgens zijn wens geholpen met euthanasie en stierf voor de camera. Dit televisiemoment werd op de Amerikaanse en Duitse televisie niet met vreugde begroet, maar kritisch aangepakt.

Inmiddels is op de Nederlandse tv de reality-dood in bed routine, speciaal bij de Evangelische Omroep die de kijker graag aan het hiernamaals herinnert.

In de jaren negentig is leed-tv tot volle bloei gekomen. De kijker kreeg jarenlang de slachtoffers van de Bijlmerramp voorgeschoteld, met als tussendoortje de vliegramp met het Herculestoestel in Eindhoven, de legionella in de Westfriese Flora in Hoogkarspel, de stille tochten tegen zinloos geweld en de varkenspestboeren. Al die beelden over rampen doen vergeten dat het fin de siècle in Nederland heel gelukkig en welvarend uitpakte.

Het jaar 2000 had de vuurwerkramp in Enschede en de cafébrand in Volendam, elk met publieke rouwdiensten, persoonlijke verhalen en reconstructies door overlevenden, hun ouders en verzorgers. Daarna kwam het mond- en klauwleed, en middenin de eindeloos herhaalde beelden van verdrietige boeren kondigde premier Kok plotseling de verloving van prins Willem-Alexander en M xima aan. Een van de eerste vragen aan Kok ging niet over de verlovingsvoorwaarden, maar die luidde: 'Wat ging er door u heen?'

Soms wordt Ton Verlind, mediadirecteur van de kro, nog wel eens gevraagd om voor de radio te vertellen over de dood van zijn eerste vrouw, vijf jaar geleden. Als hij na enige aarzeling aan zo'n programma meedoet, merkt hij dat het 'enorm oplucht'. 'De journalist veinst belangstelling, maar het is toch belangstelling', verklaart hij. Want na vijf jaar kan hij met zijn verhaal niet meer bij zijn vrienden en kennissen aankomen, terwijl hij dit persoonlijke verlies een leven lang moet meegedragen.

Verlind, die uit de harde, nieuwsgerichte journalistieke stal van de vermaarde kro-actualiteitenrubriek Brandpunt komt, heeft nu van het delen van gevoel zijn missie gemaakt. Hij streeft naar een 'cultuuromslag' bij de kro, zegt hij enthousiast in het gezamenlijke gebouw van kro, ncrv en avro.

Ondanks de samenvoeging wil de kro zich juist van deze andere omroepen onderscheiden, zoals de Omroepwet ook voorschrijft. Het is een kwestie van tijd dat de omroep het monopolie op de programmagegevens verliest en dan kan de kro naar sommige schattingen de helft van de leden verliezen die dan niet langer prijs stellen op de goedkope tv-gids van de kro. Via een campagne die vier miljoen gulden kostte, zocht en vond de kro een ander bindmiddel. Met behulp van 'concepting' heeft de kro onder de eigen leden uitgevonden welk gedachtegoed zij in de samenleving kan claimen. 'De kro wil volgers krijgen, afnemers die bij de kro-filosofie willen horen en daar dan ook de producten van willen afnemen', staat in de kro-brochure Kiezen en Delen.

Maar 'Het gevoel dat je wil delen', de reclameslogan waarmee de kro dit jaar de markt is opgegaan, is eigenlijk precies wat andere omroepen ook nastreven, zij het iets minder expliciet. Emoties maken dat kijkers zich herkennen in de persoon op de televisie. Een aidslijder ziet hoe een ander er op buis over durft te praten, derden krijgen er meer begrip voor en lopen niet meer met een wijde boog om zo iemand heen.

Volgens mediadirecteur Ton Verlind biedt de televisie het oor dat in de samenleving ontbreekt. 'Niemand luistert meer. Alleen de televisie luistert nog. Op de tv kun je je verhaal kwijt', zegt hij. De tv is een 'biechtstoel, een therapeutisch medium. Er is veel eenzaamheid'.

Verlind denkt dat het praten over gevoelens 'ons calvinisten' altijd moeilijk is gevallen. Maar dat is veranderd. Nu hebben juist calvinisten zich met grote ijver gestort op het openbaren van gevoelens. Niet alleen voor de verlichte huiskamer maar ook voor de ziel zijn de gordijnen opengetrokken.

Vroeger, in de schoot van de familie, in de kerk of in de wijk werd veel gezwegen. Nu schaamt niemand zich meer voor zichzelf. Presentatoren stimuleren hun gasten met 'het is heel moedig van u dat u dit zomaar durfde te vertellen', maar eerlijkheidshalve zouden ze er dan aan moeten toevoegen 'mede dank namens de sponsors van dit programma'. Toch voelen gasten zich nooit bedrogen na hun bekentenis, want ze zien zichzelf als een voorbeeld voor lotgenoten.

Het zijn de christelijke omroepen, kro, ncrv en eo, die het meeste leed-tv brengen. Je zou zeggen dat het delen van gevoel een ritueel surrogaat biedt voor de leeglopende kerk, maar leden van de succesvolle Evangelische Omroep vullen de kerken, terwijl de eo toch meer emotieprogramma's heeft dan de geseculariseerde kro en ncrv. In de docudramaserie 't Zal je maar gebeuren van de eo laten mensen met pech zich leiden door hun geloof, maar in andere leedprogramma's komt God helemaal niet aan de orde, al is Hij niet ver weg. Bij de ncrv en de kro is God meestal afwezig. De eo volgt de trend van de gereformeerde kerken waar de persoonlijke beleving voorrang krijgt boven de letter van het woord Gods. 'Niet de leer maar de Heer', zegt Henk Hagoort, directeur eo-televisie. Bij tv gaat volgens hem het hart voor het verstand. 'Op het snijvlak van verkondiging moet je vormen kiezen die voor een breed publiek geschikt zijn. Communicatie is essentieel. De kranten zijn er voor de feiten', zegt Hagoort.

Televisie leent zich meer dan tekst of radio voor het overbrengen van gevoelens. 'Dankzij televisie wordt onze cultuur door drama beheerst', schreef voormalig ikon-directeur Wim Koole in zijn memoires, Een Spoor van Emotie. En in zijn proefschrift De troost van televisie schrijft Koole rituele betekenis toe aan de emotionele troost die televisie biedt. 'Steeds opnieuw blijkt een sterke betrokkenheid bij het leed van anderen.'

Als samenwerkingsverband van protestantse kerken kreeg de ikon in 1963 zendtijd van de regering. Deze omroep zocht tussen de zuilen een nieuwe rol in de tijd dat mensen de kerken de rug toekeerden. Na conflicten met het kerkelijk gezag brak in 1981 het troosttijdperk aan, volgens Koole 'gekleurd door de toenemende aandacht voor de kijker als enkeling'.

In de jaren negentig werd persoonlijk leed nog verder uitgediept. Het politieke engagement met massabewegingen maakte plaats voor onbegrensd medeleven met het individu. De persoonlijke bekentenissen in de Geloof, Hoop en Liefdeshow van 1977 tekenden volgens Koole de doorbraak van het 'ik-tijdperk'. 'Het was de eerste talkshow met openhartige gesprekken over momenten die iedereen herkent en waar je alleen voor staat, zoals partnerkeuze, de wens om kinderen te krijgen en op te voeden', schrijft Koole. Volgens peilingen bleef bijna de helft van de kijkers na de uitzendingen over de onderwerpen doorpraten.

In de jaren tachtig trok Sonja Barend miljoenen met haar talkshow Sonja. Een lijder aan het syndroom van Gilles de la Tourette (zenuwafwijking met onwillekeurig vloeken) mocht zijn probleem 'uit de anonimiteit halen', tussendoor 'pleuris, pokken, hoerr, whurr' uitstotend. De man wist vroeger niet dat hij een syndroom had. Hij kon zijn lotgenoten voor de camera op de symptomen wijzen, zodat ze zich konden aansluiten bij de nieuwe patiëntenvereniging. Maar voor veel kijkers was het syndroom geen voorwerp van medeleven maar een kermisattractie.

Omroepen hebben ook financiële redenen om het aandeel emotieshows en reality-tv uit te breiden. Het is goedkoop te maken, met échte mensen. Je hebt geen dure locaties, spelers en scripts nodig. Elk jaar spreken de omroepen met de netmanagers van Nederland 1, 2 en 3 af hoeveel drama, amusement, informatie en talkshows er moeten komen. Bijna geen omroep wil intekenen op humor en drama, omdat dat te weinig profilerend, te riskant en te duur is. Echte emotie krijgt hoge kijkcijfers. Actualiteitenrubrieken sluiten graag af met een tranentrekkend onderwerp. De Nederlandse specialisatie in goedkope, hevig emotionele reality-uitzendingen verklaart het wereldwijde succes van Endemol met meer op amusement gerichte programma's zoals Big Brother, All you need is love met echte mensen en hun gevoelens. Door bezuinigingen ten gevolge van versplintering met meer dan tien Nederlandstalige tv-netten zijn de producenten getraind in het maken van goedkope successen.

Dorke Huijbregts, directeur van de stichting Korrelatie, spreekt lyrisch over de waarde van de telefoon als communicatiemiddel. Als sociaal werkster raakte ze te betrokken bij haar cliënten, vandaar dat ze 25 jaar geleden ging werken voor de telefoonopvang van Korrelatie. Telefoon schept afstand, maar is tegelijkertijd intiemer dan rechtstreeks contact. Zonder plichtplegingen kan de hulpzoeker anoniem in ochtendjas bellen. 'Dankzij de telefoon hebben de mensen meer contact dan ooit met elkaar', zegt Huijbregts. Haar optimisme over de nieuwe communicatiemiddelen staat in contrast met de sombere analyse van kro-chef Ton Verlind ('Er wordt te weinig geluisterd'). De mensen wonen misschien wel verder van elkaar, maar ze kunnen door de telefoon vaker met elkaar praten, vindt Huijbregts.

Is leed-televisie de dorsmachine van de hulpverlenersstaat, die nieuw verdriet afgraast en uitzendt, dan is Korrelatie de achterbak waar mensen met vragen en verdriet telefonisch worden opgevangen. Bellers worden zo nodig verwezen naar dokters, instanties of patiëntenverenigingen. Korrelatie wordt gefinancierd door de NOS, de stichting Patiëntenfonds en het ministerie van Volksgezondheid, direct of indirect door de overheid dus. De reacties zijn gespreid over steeds meer programma's en ze nemen, door het gebruik van e-mail, toe. Vorig jaar kwamen er 51.000 hulpaanvragen binnen. Maar worden die bellende mensen geholpen door de hulpverleners aan de telefoon of door de televisie-uitzending? Is de televisie zo onmisbaar als er al zoveel telefonische hulpverlening is?

Volgens psycholoog en onderzoeker Peter van der Velden van het Instituut voor Psychotrauma is televisie een vorm van erkenning voor slachtoffers van rampen, als ze tenminste niet middenin een benarde situatie door de camera worden overvallen. 'Een ramp is pas echt een ramp als de koningin haar medeleven toont, de minister komt en er heel veel camera's zijn', zegt hij.

Na de ramp in Volendam verscheen in Nova een man die in 1946 bijna zijn hele klas had verloren door een oorlogsvliegtuig dat op zijn school was neergestort. Hij stond op dat moment toevallig buiten. Bij de begrafenis van zijn medeleerlingen mocht hij er niet bij zijn en er mocht niet over worden gesproken. De stilte had hem vreselijk beklemd. Wat een vooruitgang dat er nu niet wordt gezwegen, zei hij.

De openheid van mensen is ook te danken aan de media. Toch blijft de leed-dorsmachine vaak op hetzelfde kleine stukje actief, waarbij grote delen van het veld worden overgeslagen. Er zijn per jaar veel meer verkeersdoden dan slachtoffers van zinloos geweld. Korrelatie krijgt reacties van nabestaanden van verkeersslachtoffers naar aanleiding van de zoveelste uitzending over Volendam en Enschede: 'Waarom krijgen zij zoveel aandacht en ik nooit?'

Sommigen koketteren met een slachtofferstatus. De prominente PvdA-senator Eibert Meester liet zijn oorlogstrauma's in 1969 voor de televisiecamera door psychiater Bastiaans behandelen. Later bleken zijn verhalen over het verzet te zijn verzonnen. Zowel acteur Jules Croiset die zichzelf ontvoerde en dat neo-nazi's verweet en voormalig Kamerlid Tara Singh Varma die voorgaf dodelijk ziek te zijn, verschuilden zich achter de onaantastbaarheid van het lijden. Het was moeilijk wennen aan Singh Varma's leugen en haar rolwisseling van slachtoffer tot dader. Als kanker niet meer het verhaal was, dan wel pseudologia fantastica: ze móést wel ziek zijn. Haar financiële problemen werden gemedicaliseerd.

Op de buis heeft het slachtoffer vaak gelijk. Televisiepresentatoren en verslaggevers zijn als psychotherapeuten die het verhaal van de patiënt voor de behandeling niet hoeven te verifiëren. 'Niet de waarheid maar de pijn', zei eindredacteur Ger van Dongen van Dokument (ncrv) naar aanleiding van twee documentaires met vrouwen die praatten over hervonden herinneringen aan incest, zwangerschappen en babymoorden zonder een spoor van bewijs. Het ging volgens de maker niet om de feiten maar om wat de vrouwen voelden. De families van de herkenbare vrouwen pikten het niet en dienden aanklachten in wegens smaad.

Volgens ncrv-voorzitter Frits Brink hadden ze beter niet de publiciteit kunnen zoeken. De zonder bewijs beschuldigde families verdienden geen medeleven.

Hun pijn verpest het oorspronkelijke verhaal en verdient geen plaats voor het voetlicht.

Door de voorkeur voor emoties kan het gewone nieuws uit balans raken. De eerste dagen van de crisis met het mond- en klauwzeer bracht het Journaal veel beelden van geëmotioneerde boeren en burgemeesters, maar geen inzicht in de oorzaken van het non-vaccinatiebeleid. Dat kwam pas dagen later.

Het neerstorten van een vliegtuig op een Bijlmerflat was een grote ramp. Later bleek dat na jaren nog steeds niet bekend was waar de lading van het vrachtvliegtuig uit bestond. Die vraag bleef de pers bezighouden en later kwam er zelfs een enquête over. Het onderzoek naar de ladingbrieven was legitiem. Maar hulpverleners en bewoners die bij de Bijlmerramp waren betrokken, raakten gealarmeerd en dachten dat kwalen die ze zouden hebben aan geheimzinnige substanties waren te wijten. Maar uit vooronderzoek bleek dat alleen psychotrauma's vaker voorkwamen dan normaal. Artsen van het amc wisten niet waar ze verder moeten zoeken bij gebrek aan aanwijzingen. Omdat ze geen aanleiding zagen voor een epidemiologisch onderzoek, kregen ze dreigtelefoontjes. Anders dan wat werd bericht, waren alle Bijlmer-patiënten al uitgebreid onderzocht. Maar de uitkomsten bevielen hun niet. Ze hadden liever een lichamelijke kwaal, die door de dokter meteen zou kunnen worden genezen. 'U hebt me niet onderzocht', zeiden ze boos. Tegenover de wetenschappelijke gegevens in de rapporten (psychotrauma komt meer voor dan normaal, maar andere ziekten niet) stelde de televisie woedende patiënten. Klachten werden op veel televisiezenders almaar herhaald.

Dat vergrootte de onrust onder alle bewoners van de Bijlmer. Het schokte woordvoerder J. Kortenray, dat het amc werd beschouwd als gelijkwaardige partij tegenover individuele patiënten met klachten. Sterker nog, veel televisieprogramma's gaven patiënten meer ruimte dan het epidemiologisch onderzoek. Een man beweerde dat hij 'bloedkanker' had, want dat zou blijken uit een 'groen waas'. Een ander had een zweer aan zijn voet die een gevolg was van de ramp. Een derde had op de fatale dag een foto van het vliegtuig gemaakt en meende een complot op het spoor te zijn. Een Amerikaanse professor dacht met biologische oorlogvoering te maken te hebben. Al deze mensen, in tegenstelling tot de meeste slachtoffers vaak blank, sprongen in de crisistrein van de media.

Zelden werd een patiënt zo kritisch ondervraagd. De parlementaire enquêtecommissie, badend in het schijnwerperlicht, bracht de gevoelens tot een kookpunt. De week dat Tweede-Kamerlid Augusteijn (d66) tijdens de enquête de dramatische geluidsband over het 'onder de pet houden' voor de tv liet afspelen, ontstond massahysterie, volgens amc-woordvoerder Kortenray. Sommige Bijlmerbewoners stonden met koffer en tandenborstel voor de deur om te worden opgenomen.

Toen minister Borst en premier Kok, eerst sceptisch over een nieuw wetenschappelijk onderzoek, die eis steunden, verschenen de belegerde dokters anoniem, zonder gezicht en in witte jas, in beeld op het Journaal om hun nood te klagen over hysterische bedreigingen. Dat was een zeer effectieve persconferentie: de dokters werden nu zelf slachtoffers. In die hoedanigheid kregen ze meer bijval dan ze ooit voor hun wetenschappelijk onderzoek zouden krijgen.

Bij sommige programma's is een reactie op de slachtoffertrend te bespeuren. Rondom Tien begon als leedshow van de ncrv. De huidige presentator Cees Grimbergen zet de individuele eisen van slachtoffers af tegen de belangen van de hele samenleving. 'Gaat u niet te ver?', is zijn steeds terugkerende vraag. Het documentaireprogramma Zembla zet gevoelens tegenover feiten en heeft kritische programma's gemaakt over grote leedonderwerpen als asielzoekers en de wao. Ook bij de talkshow Barend en Witteman wordt niet alles klakkeloos aangenomen. Net 3 is afstandelijker, analyseert meer en doet minder aan stemmingmakerij. De nos schaft de waarderingscijfers af, omdat die geen graadmeter zijn voor kwaliteit maar voor emotie.

Maar de oude zuilen willen zich met leed blijven profileren, als seculier troostritueel of als verhulde bekeringsboodschap.

Al die voorbijtrekkende getroffenen stompen af. Ik heb vaak geen medelijden meer, omdat ik niet meer weet of het slachtoffer geloofwaardig is. Wordt hem niet iets aangepraat, zoals bij de Bijlmerramp? Waarom worden geen kritische vragen gesteld? Gefilmde operaties kan ik niet aanzien. Ze lijken me alleen nuttig als voorlichtingsfilm voor degene die ze moeten ondergaan. Al dat fixeren op kwalen reduceert slachtoffers tot hun gebrek. Koole en zijn navolgers hebben zich gegooid op het delen van persoonlijke gevoelens en leed. Zijn ikon doet nauwelijks nog aan drama, terwijl humor en amusement ook troost bieden.

De materialistische maag-mens van het socialisme heeft plaatsgemaakt voor de patiëntengroepen van de maagkwaal-mens, de diabetes-mens, de stoma-mens, de Enschede-mens, de Volendam-mens. Leedprogramma's versterken die identiteit. In haar boek Het Oog van de Storm interviewt Ingeborg Teeseling mensen die beroepsslachtoffer zijn geworden voor de media en ruzie krijgen met hun partner die zich eindelijk over het ongeluk heen wil zetten en die meer wil zijn in het leven dan slachtoffer of nabestaande.

De kritiekloze omarming van de slachtoffers roept spotlust op. Cabaretiers scoren met grappen over zielenpoten. Paul de Leeuw probeerde te lachen met gehandicapten over hun gebreken, soms was dat gepast, soms niet. Op de commerciële zenders worden argeloze voorbijgangers gepest door presentatoren. Tegenover de medelevende reality van de publieke zenders staat de meedogenloze strijd om te winnen in Big Brother-varianten op de commerciële zenders.

In al deze programma's stemmen de kijkers en de deelnemers in een soort schervengericht. De verworpene druipt af als een geslagen hond.

Voor een miljoen geboeide kijkers worden de deelnemers aan de quiz De Zwakste Schakel humorloos afgezeken door de presentatrice. Bij jongeren, die genoeg hebben van de overdaad aan compassie, slaat deze manier van televisie maken aan. Zij hebben de scherpste antenne voor de tijdgeest. Op het tijdperk van de verzachting volgt de verharding. En dat geldt niet alleen voor televisie. M

Maarten Huygen is redacteur en televisierecensent van NRC Handelsblad.

Marc Terstroet is freelance illustrator.

[streamliners] Amerika is gespecialiseerd in lijden en dood buiten bed, Nederland in dood en lijden in bed.

Niemand luistert meer. Alleen de televisie luistert nog.

Een ramp is pas echt een ramp als de koningin haar medeleven toont.

Ik heb vaak geen medelijden meer, omdat ik niet meer weet of het slachtoffer geloofwaardig is.