`Ons pionierswerk wordt afgestraft'

Een nierpatiënt in Maastricht maakt drie keer zo veel kans op een transplantatie als een patiënt in Groningen, zo bleek vorige week. Dit bewijst dat de verdeling van donornieren niet goed werkt, vinden betrokkenen.

De verdeling van donornieren levert problemen op. Ze remt het eigen initiatief van transplantatiecentra, en veroorzaakt grote verschillen tussen de wachtlijsten van regionale transplantatiecentra.

Dat stelt Andries Hoitsma, bij het Nijmeegse Radboudziekenhuis verantwoordelijk voor niertransplantaties. Zijn kritiek wordt ondersteund door collega's in Maastricht en Utrecht.

Vorige week bleek dat de Inspectie voor de gezondheidszorg was gestuit op grote verschillen tussen regio's in kansen op een niertransplantatie. Zo maakt een patiënt in Maastricht drie keer zo veel kans op een niertransplantatie als een patiënt in Groningen.

De inspectie noemde de verschillen tussen de wachtlijsten in de diverse regio's ,,onverklaarbaar groot''. Gemiddeld staan er per miljoen inwoners 83 patiënten op de wachtlijst. Maar in de regio Maastricht zijn dat er 132 en in Nijmegen 43. De inspectie uitte het vermoeden dat diverse transplantatiecentra organen `voor zichzelf' houden en niet verdelen volgens de regels van de Nederlandse transplantatiestichting.

Hoitsma van het Radboud verwerpt de verklaring van de inspectie van `eigen volk eerst'. De verschillen zijn volgens hem anders te verklaren. Het Radboud heeft de laatste jaren zijn best gedaan met het werven van zoveel mogelijk donoren die buiten het huidige systeem vallen, en heeft daarmee zoveel succes geoogst dat de wachtlijsten flink zijn gekrompen. Dit pionierschap wordt nu afgestraft, aldus het Radboud.

Hoitsma: ,,In tegenstelling tot veel andere centra doen wij veel niertransplantaties met levende donoren, familie of vrienden van de patiënt.'' Een patiënt wordt bij binnenkomen gevraagd in eigen familiekring te informeren of iemand bijvoorbeeld een nier wil afstaan. Andere centra vinden dit te opdringerig en richten zich alleen op overleden donoren.

,,Nieren van levende donoren'', zegt Hoitsma, ,,zijn alleen voor de patiënten uit de eigen regio en worden niet uitgewisseld via de regels van de Nederlandse transplantatie stichting, omdat die alleen met overleden donoren werkt.'' Dit is volgens de nefroloog – een internist gespecialiseerd in nierziekten – een belangrijke oorzaak van de korte wachtlijst in Nijmegen. Voormalig hoogleraar Interne geneeskunde in Nijmegen Rob Koene beaamt dit. ,,De overheid moet stimuleren dat de transplantatiecentra levende donoren werven. Daardoor zouden de verschillen een stuk minder worden.'' Koene heeft ook bij het transplantatieteam van het Radboud gewerkt.

Een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staat op zich niet afwijzend tegenover de suggestie van Koene. Minister Borst wil echter eerst de evaluatie van de Wet op de orgaandonatie afwachten die in 1998 van kracht werd.

Een andere oorzaak van de verschillen in wachtlijsten heeft volgens Hoitsma te maken met het verschil tussen `heart-beating'- en `non-heart-beating'-donoren. De `heart-beating' donoren zijn overleden patiënten die hersendood zijn. Deze donor is de `standaard' donor en zorgt voor meer van de helft van de donornieren. Het verschil met `non-heart-beating' donoren is dat organen van die laatste niet meer van bloed worden voorzien en daardoor sneller kunnen beschadigen. Snelheid bij transplantatie is daarom geboden om afstoting te voorkomen. De mogelijkheid om een nier van iemand uit Berlijn toe te wijzen aan iemand uit Nijmegen (het huidige systeem) vermindert daardoor. Hoitsma: ,,Wij vinden het eigenlijk niet kunnen dat een patiënt uit Berlijn met 310 punten voor een patiënt met 309 punten uit Nijmegen gaat als er hier een nier beschikbaar komt.''

Tot augustus 2000 waren het Maastrichtse, Utrechtse en het Nijmeegse niertransplantatiecentrum de pioniers op het gebied van transplanteren met `non-heart-beating' donoren. Nieren van dergelijke donoren werden ook niet uitgewisseld met andere centra, want de andere centra twijfelden aan de kwaliteit van organen van deze donor.

Hoitsma heeft het gevoel dat Nijmegen zichzelf met zijn actieve wervingsbeleid in de vingers snijdt. ,,Omdat wij meer dan andere centra werken met levende donoren en met `non-heart-beating' donoren, is onze wachtlijst kort. Juist die wachtlijst is nu nog een van de criteria om organen toegewezen te krijgen. Als er een nier van een `gewone' donor beschikbaar komt is daarom de kans een stuk groter dat de transplantatie wordt uitgevoerd door een van de andere zes niertransplantatiecentra in Nederland, en niet in Nijmegen.''

Om de wachtlijsten gelijk te trekken heeft Hoitsma het voorstel gedaan dat Nijmegen en Groningen, waar lange lijsten bestaan, patiënten in hun regio's herverdelen. Daarover is in juli een brief gestuurd naar Groningen en naar het ministerie van Volksgezondheid. Het ministerie zei niet actief mee te willen doen aan een herverdeling, Nijmegen moet dat zelf maar regelen. Samen met de Nederlandse transplantatiestichting is Nijmegen nu een onderzoek begonnen naar de oorzaak van de verschillen bij de wachtlijsten. ,,Als daar uitkomt dat de verschillen met een herverdeling op te lossen zijn, zullen wij dat voorstel steunen'', zegt Karin Keizer, coördinator medische zaken bij de stichting.

,,Als Nijmegen een deel van de wachtenden van Groningen kan overnemen, zijn we daar beiden door geholpen. Wij hebben weer meer werk en de wachtlijst in Groningen zal korter worden'', legt Hoitsma uit. Zijn collega J. Homan van der Heide van het Groningse niertransplantatieteam ziet wel iets in wat een `win-winplan' noemt. ,,Maar eerst moet maar eens uitgezocht worden wat de problemen precies zijn'', vindt hij. R. Hené van het Utrechtse niertransplantatieteam ziet een regioherschikking wel zitten, en J. van Hooff van het Maastrichtse centrum acht een herverdeling ,,bespreekbaar''.