LEUK, WISKUNDE

De vier scholieren op het podium van de grootste collegezaal van de Nijmeegse universiteit grinniken. Ze luisteren naar de man voor hen. Hij draagt een galakostuum en loopt breed gebarend heen en weer. De scholieren hebben rekenmachines in hun handen waarmee ze driecijferige getallen vermenigvuldigen. Steeds sneller. Vier hoofden knikken mee. Ja, ja, ja. Nee. Weer te laat. De man heeft het getal al genoemd. ``Ik vind het eigenlijk een beetje griezelig'', zegt toeschouwer Marloes van der Aa van het Gymnasium Apeldoorn. ``Zo'n groot getal uit je hoofd vermenigvuldigen en dan zo snel, dat kan een normaal mens toch niet?''

Arthur Benjamin, docent van een privé-school in Californië, draait er z'n hand niet voor om. Al heeft hij er z'n trucjes en ezelsbruggetjes voor, zoals later blijkt. `Mathemagician' noemt hij zichzelf. Op uitnodiging van Nijmeegse wiskundigen is Benjamin deze vrijdag naar de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN) gekomen. Ter gelegenheid van het tiende wiskundetoernooi voor scholieren.

Het toernooi vindt elk jaar plaats op de vierde vrijdag van september. 's Ochtends is er een individuele wedstrijd, 's middags een estafettewedstrijd tussen teams. Dit jaar kwamen een kleine vierhonderd scholieren van in totaal zo'n dertig scholen naar de KUN. Zowel vierde-, vijfde- als zesdeklassers.

Diederik Kruijssen, zesdeklasser van het Gymnasium Apeldoorn, had zich voorgenomen om eerste te worden bij de individuele wedstrijd. Vorig jaar greep hij net naast de hoofdprijs. ``Ik had een paar domme fouten gemaakt. Als ik dat niet had gedaan, was ik eerste geworden. Daarom wilde ik het dit jaar nog eens proberen.'' Helaas. Het zat er ook dit keer niet in. ``Ik geloof dat ik niet eens in de top tien zit'', zegt hij een dik uur na de wedstrijd. Diederik is er luchtig over. Hij vindt wiskundewedstrijden leuk. Leuker dan de wiskunde op school. ``Op school moet je duidelijk maken dat je je regeltjes kent en dat is het dan. Je hebt niet, zoals hier, een probleem waarbij je vijf of zes regeltjes tegelijk gebruikt. Hier gebruik je in principe alles wat je op school geleerd hebt en ook de logica die achter de regeltjes zit. Dat is veel leuker.''

Dat de wiskunde op school scholieren onvoldoende uitdaagt, zegt voorzitter Frans Keune van de Nijmeegse subfaculteit wiskunde al jaren. Het is precies de reden waarom hij het toernooi nu al tien jaar organiseert. Hij wil laten zien dat wiskunde leuk kan zijn. En als het even kan hopen Keune en zijn collega's ook een paar nieuwe wiskundezieltjes voor de Nijmeegse opleiding te winnen. Want wiskunde kan wel wat meer studenten gebruiken. Dat geldt voor alle wiskundeopleidingen in Nederland, maar de Nijmeegse trok dit studiejaar wel heel weinig nieuwelingen. ``Ik durf het haast niet te zeggen'', zegt Keune twee dagen voor het toernooi in zijn kamer in de wiskundevleugel van de KUN. ``We hebben dit jaar maar negen eerstejaars.'' Als het gesprek op vrouwelijke eerstejaars komt, zucht de hoogleraar eens diep. ``Normaal trekken we best redelijk wat meisjes hoor, maar dit jaar zijn we diepbedroefd: we hebben er niet eentje.''

Wiskunde leuk vinden is één, wiskunde studeren is twee. Zo heeft zesdeklasser Diederik uit Apeldoorn weliswaar plezier in wiskundewedstrijden, maar hij gaat natuurkunde studeren. ``Wiskunde is voor mij een gereedschap. Ik wil het gebruiken om concrete problemen op te lossen zoals je dat doet bij natuurkunde.''

Wiskunde leuk? Jazeker, zeggen vijf zesdeklassers van het Udens College in koor. Maar nee, ze gaan geen wiskunde studeren. Wiskundigen, geloven ze, zijn een beetje van de wereld. ``Je staat niet echt in de maatschappij'', zegt Daphne Theijssen. ``Je leeft op een eilandje'', vindt Bart Knijnenburg. Neem nou het Amerikaanse rekenwonder dat zo-even optrad. Een fantastische show, daar niet van. ``Maar het lijkt zo doelloos wat-ie doet. Wat heb je er nou aan als je vijfcijferige getallen met vijfcijferige getallen kunt vermenigvuldigen? In het dagelijks leven niet zoveel.'' Bart pauzeert even en vervolgt: ``Ik ben bang dat ik ook zo word als ik wiskunde ga doen. Zo'n weirdo.''

Jongeren willen geen nerd zijn. Daarom creëren bèta's momenteel allerlei nieuwe opleidingen die iets minder bèta zijn. Die bijvoorbeeld gammaonderwerpen behandelen of medische vakken hebben. De Nijmeegse wiskundeopleiding heeft ook een maatschappelijke variant uitgedokterd: financiële wiskunde. De gloednieuwe studie leidt op voor functies in beleggingsinstanties. Zoiets spreekt Bart meer aan dan de pure wiskunde, zegt hij. ``Maar ik denk dat ik toch liever informatiekunde ga studeren.''

Het is theetijd in de kantine van de bètafaculeit. Maar studenten zie je er nauwelijks. De drie zalen zijn deze vrijdag volgepropt met scholieren. Elk team heeft een eigen tafel met aan het hoofd een jurylid. De zesdeklassers uit Uden zitten in de kleinste zaal. Het plafond is er laag, de tl-buizen enorm. In het midden staat het scorebord. Er komen steeds meer streepjes op te staan.

``Luister, we zijn al die halfjes vergeten'', zegt Daphne opeens terwijl ze op het vel papier tikt dat voor haar ligt. Ze bijt op haar lip. ``Nee'', reageert teamgenoot Astrid Hermens zonder op te kijken van haar kladblok. ``Want we hebben het door twee gedeeld.''

Het team zesdeklassers uit Uden bestaat uit vier meisjes en een jongen. ``Wij zijn gewoon fanatieker dan de meeste jongens van de klas'', had Astrid vlak voor de wedstrijd verteld. In de kleinste zaal van de bètakantine is de temperatuur het laatste half uur een paar graden gestegen. Dit deel van het wiskundetoernooi is een race tegen de klok. Elk groepje moet binnen een uur twintig opgaven oplossen.

Naast Daphne rekt Joanne Jerbic zich uit om over het hoofd van haar teamleden het scorebord te kunnen zien. Het Elzendaalcollege staat aan kop. Alweer. De school uit Boxmeer zit elk jaar bij de toppers. ``Dat zijn fanatici'', fluistert iemand en er klinkt minachting in door. Een paar minuten na het eindsignaal staan Astrid en Daphne druk pratend voor het scorebord. Hun team is ergens in het midden geëindigd. Op dit scorebord althans. De scores op alle scoreborden moeten worden opgeteld voor er een winnaar uit de bus komt. ``Hoera'', roept Astrid uit als ze hoort waar de vijfde klas van hun school is geëindigd. ``We hebben in ieder geval gewonnen van de vijfde.''