Khalid Boudou over Cheb Mami

Ik was een jongen van Disco en Rap, toen een aantal oudere jongeren me meenamen naar Amsterdam, om in de grote zaal van De Melkweg een of andere Arabische artiest in levende lijve te ontmoeten. Het geurde er naar hasj. Ik kauwde onverschillig op een tandenstoker. Een sympathiek mannetje begaf zich naar het midden van het podium.

Hij was klein, een tikje bescheiden in zijn voorkomen - type timide schaapherder. Daar kon geen volume uit ontsnappen, oordeelde ik, maar wie was ik?

Jammer dan, ik was de kudde toch niet achternagegaan om naar muziek te luisteren, had onzichtbare oordopjes ingestopt en verkeerde in opperbeste stemming tussen mijn 'grote broers' die me bedienden van schimmelige humor en waterige cola. En dan waren er rondom mij nog de zoete lachjes, de lange wimpers boven de grote ogen en de wangen met een teint - en zij zijn toch de allerbeste siersels die een gewoon feest naar het niveau van een goed feest kunnen tillen? Dus ik had niets te klagen.

De petieterige man, nog steeds deel uitmakend van het decor rondom mijn verveling, zette zijn lippen op het microfoongaas. De lichten werden gedimd, of gingen helemaal uit, en een indringende stem vulde de zaal. Na vier tellen klaterden Noord-Afrikaanse ritmes door de ruimte, opgedirkt met funk-, rock- en Berberse bruiloftsklanken en stevig gekruid met reggae en flamenco. Salsa spatte van de synthesizers, terwijl de viool klagend Arabische kwartnoten speelde.

Ik werd zwaar overdonderd door die kolossale stem, de snelle Arabische tekst doorspekt met flemende Franse woordjes en ik haalde de dopjes uit mijn oren.

De opzwepende muziek maakte zich meester van mijn voeten en beval mij te bewegen, bewegen, bewegen.

In de dagen daarop groef ik tot op de bodem alle platen- en cd-bakken uit, op zoek naar de stijl die volledig de mijne was geworden. Ik had daar in Amsterdam, op mijn zestiende, geluisterd naar Mohamed Khaliffati. Als artiest draagt hij de naam Cheb Mami (kleintje), hij is geboren in Saïda in het zuidwesten van Algerije dat de sterke lucht van de Raïmuziek uit het noordelijker gelegen Oran had ingeademd.

Een paar jaar nadat ik Cheb Mami voor het eerst had gehoord, flaneerde ik, met honger in mijn hart, zonnepittend op een van mijn reizen door Marokko - ach, ik doe het nog steeds - over de markten van Nador en Oujda (vlakbij de grens met Algerije). D r vindt de distributie van de cassettebandjes plaats, die in studiootjes met duizenden vermenigvuldigd worden. Ik was op zoek naar meer Raïmuziek die mijn hart zou beroeren.

Ooit waren de koperblazer Masoud Bellemou en Khaled - die in Nederland bekend werd met de hitsingels Aicha en Didi - de pioniers van deze moderne Raï. Ze maakten deel uit van een nieuwe generatie frisse en impertinente muzikanten, die vooral optraden in de schemer van de cabarets, die experimenteerden met mondiale muziekingrediënten en gebruik -maakten van de accordeon, die de Fransen hadden achtergelaten na de onafhankelijkheidsverklaring van Algerije. Zij verketterden het pessimisme en het cynisme dat na dit zwaar gekoloniseerde tijdperk in de volksmuziek doorklonk. Zij wilden geestelijk vrij zijn en niet vastgeklonken aan het verleden. Zij wilden bestaan.

In het Oran van Khaled sloeg de Raï een progressieve weg in en ontdeed hij zich van metaforen en dubbelzinnigheden. Daar waar een meisje voorheen als 'gazelle' door het leven ging, werd ze nu bij de naam genoemd. Maar doordat deze muziek werd gemaakt onder het genot

van de whisky en de wijn, klonk het soms schreeuwerig en plat. Toen ik de Raï van Saïda, de stad van Cheb Mami, hoorde, vond ik dat veel volwassener, mede omdat zijn 'Trab' (Raï van de aarde, van de chaabi - de gewone man) sterk wordt beïnvloed door ritmes van de bedoeïen en straatrijm.

Twee jaar geleden toerde Mami met Sting door Amerika, nadat ze samen de hit Desert Rose hadden opgenomen. Sting was, net als ik, geraakt door 'the incredible voice'. Niet lang daarna nam Mami de cd Dellali op. Opnieuw pakt hij groots uit, nu meer vanuit zijn roots, aanstekelijke Berberritmes vormen de basis van een aantal nummers. De stem kwinkeleert als elastiek op de toonladder, is wederom het zuiverste

instrument op de plaat. Als ik met mijn auto door Nederland toer, draait de cd honderden kilometers mee en staat constant op repeat. Ik kan er geen genoeg van krijgen. Mami dwarrelt met Sting, Nile Rodgers, Ziggy Marley en zelfs met een evangelisch koor boven de laserstraal van de cd-speler. Vanzelfsprekend deel ik mee in dit rijke ensemble, zij het op iets meer afstand, rikketikkend op mijn trommeltje - of mijn dashboard. Want Raï is de wereld terugbrengen tot wat vierkante centimeters, Raï is zeggen wat je te zeggen hebt, Raï is nemen en geven zonder bij de neus genomen te worden. Raï is van de positieve trommelaars. M

Khalid Boudou debuteerde begin dit jaar met de roman Het schnitzelparadijs bij uitgeverij Vassallucci.

De cd's van Cheb Mami Saida, Meli Meli en Delalli zijn uitgebracht door Virgin France.

Illustratie François Gervais