Israël riskeert een diep isolement

Nooit eerder heeft een Israëlische premier zijn frustratie over een Amerikaanse koerswijzing zo openlijk, en zo kwetsend voor een Amerikaanse president, onder woorden gebracht.

De Verenigde Staten zijn bereid om de belangen van zijn bondgenoot Israël te offeren aan de vorming van een anti-terreurcoalitie met zoveel mogelijk Arabische partners. Dat constateert de Israëlische premier Ariel Sharon, en het maakt hem razend. Voor de Amerikanen bestaat Palestijns terrorisme nauwelijks meer. Donderdagavond schoot Sharon uit zijn slof. Hij vergeleek president Bush met de Britse premier Chamberlain. In 1938 verkwanselde deze tijdens een top met Adolf Hitler in München Tjechoslowakije voor schijnvrede aan nazi-Duitsland. ,,Israël zal geen Tsjechoslowakije zijn', zei Sharon.

Nooit eerder heeft een Israëlische premier zijn frustratie over een Amerikaanse koerswijzing ten aanzien van zijn land zo openlijk, en zo kwetsend voor een Amerikaanse president, onder woorden gebracht. Jossi Sarid, de leider van de oppositie in het parlement, riep Sharon gisteerochtend op Bush zo snel mogelijk zijn verontschuldigingen aan te bieden om de schade van deze verbale uitval voor de Israëlisch-Amerikaanse betrekkingen te beperken. Maar het Witte Huis gaf gistermiddag meteen lik op stuk: Sharons woorden ,,zijn onaanvaardbaar'.

Wat bezielde Sharon om zijn wantrouwen in de diplomatie van Bush bij de vorming van de coalitie tegen Bin Laden en de Afgaanse Talibaan zo duidelijk te etaleren en daardoor indirect de Palestijnse leider Yasser Arafat een goede dag te bezorgen? Zeker geen onbenul. Wel onhandigheid, geformuleerd in een ongelukkige historische vergelijking. Bush was eerder zo passief in reactie op het mislukken van de koortsachtige vredesdiplomatie onder president Clinton. Nu ziet Sharon een Amerikaanse diplomatieke storm voor een vergaande vredesregeling met de Palestijnen aankomen. Alsof Israël geen strategische partner van de VS is, was hij daarover in het ongewisse gelaten. De aankondiging bereikte hem via de Amerikaanse pers. Vervolgens hoorde hij Bush deze week praten over ,,een visie van een Palestijnse staat'.

Het irriteerde hem al mateloos dat Bush en diens minister van Buitenlandse Zaken, Powell, hem dwongen zijn minister van Buitenlandse Zaken Peres te laten praten met Arafat terwijl het Palestijnse geweld doorging. Hij constateerde dat Washington weigert Hezbollah en Hamas op de lijst van terroristische organisaties te plaatsen. Hij nam waar dat Bush zelfs lonkt naar Israëls vijanden Syrië en Iran om deel te nemen aan de coalitie tegen Osama bin Laden en zijn Afghaanse beschermheren alsof deze landen in Washington niet al lang op de lijst van terroristische staten staan. Deze week negeerde de Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld tijdens zijn rondreis door het Midden-Oosten een uitnodiging van zijn Israëlische collega ook even Tel Aviv aan te doen, al was het maar uit beleefdheid.

Sharon, die doorgaans niet gemakkelijk uit zijn evenwicht is te brengen, is door de aardverschuiving van de Amerikaanse diplomatie in het Midden-Oosten na 11 september in paniek. Hij moet met lede ogen toezien hoe zijn anti-Palestijnse strategie haar aangrijpingspunten in Washington op regeringsniveau verliest. Bush en zijn staf wegen de Amerikaanse belangen nu mondiaal en hebben minder oog voor Israëls echte en voorgewende veiligheidsproblemen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. Sharon luidde met zijn dramatische herinnering aan het falen van de democratieën in 1938 de alarmklok om de sterke pro-Israëlische krachten in het Congres en de pro-Israëlische AIPAC-lobby te mobiliseren tegen een opgelegde oplossing van het Israëlisch-Palestijnse geschil. Maar hoe sterk kunnen de traditioneel pro-Israëlische krachten in de Amerikaanse politiek nog zijn nu de Amerikaanse publieke opinie zich zo eensgezind achter Bush schaart bij zijn strijd tegen internationale terreur? Sharon moet terdege uitkijken dat de Amerikanen hem niet gaan zien als iemand die de hoogste Amerikaanse belangen frustreert. Als hij dat niet in de gaten heeft – volgens Sarid zint hij zelfs op een grote militaire actie om met Arafats zelfbestuur af te rekenen – komt het joodse land in een akelig internationaal isolement te verkeren. De af te leggen afstand naar een aan Israël en de Palestijnen op te leggen oplossing volgens de ideeën van ex-president Clinton en ex-premier Barak is dan nog slechts kort.

Bush heeft een lange strijd tegen het internationale terrorisme aangekondigd. Voor Sharon betekent dat dat hij voor onbepaalde tijd in het gareel van de Amerikaanse belangen moet lopen. Zolang de internationale crisissfeer rond Bin Laden de wereld beheerst, moet Israël zijn acties tegen het Palestijnse geweld zorgvuldiger dan ooit wegen. Arafat spint er garen bij. Arabische leiders, Mubarak van Egypte en de Jordaanse koning Abdallah II voorop, houden de VS voor dat het Israëlisch-Palestijnse conflict de helft van het mondiale terreurprobleem is. In de huidige internationale conjunctuur, met groeiende irritatie over Sharons Israël, klinken hun argumenten voor een vredesoplossing volgens de bestandslijnen van 1967 geloofwaardiger dan ooit. Dat is Sharons probleem en dat verklaart zijn uitdagende verklaring aan het adres van Bush. Het zal hem nauwelijks kunnen troosten dat Israëlische lobbyisten in Washington beweren dat als de storm voorbij, Israëls kaarten in de Amerikaanse hoofdstad weer goed zullen liggen.