HELLA JONGERIUS MAAKT HUISRAAD MET EEN ZIEL

Glas, keramiek, aluminium. Ze beleeft met ieder materiaal kortstondige liefdes. Eigenzinnige ontwerpen zijn het gevolg: van bubbelbadmat tot computerbed.

Op foto's kijkt ze vaak stuurs, ontwerper Hella Jongerius (37), maar in het echt is ze knap. Felle ogen en een grote neus en mond, in krachtige ovale lijnen op een klein gezicht getekend. 'A tomboy beauty', noemde

The New York Times haar eens. Jongerius straalt bovenal kracht uit, en brutaliteit.

Jongerius is geen mooimaker, geen gladstrijker. Ze wil de wereld niet zozeer verfraaien als wel vergemakkelijken. Bijna alles kan handiger en beter, vindt ze: 'Overal waar ik kom, ben ik aan het zoeken en het kijken naar hoe dingen in elkaar zitten. Die gevel daar, dat vliegtuigserviesje... ik fotografeer het, raak het aan, keer het eens om. Thuis steek ik het ding liefst ook nog in de brand, kijken wat dat doet. Zo ontdek je technische foefjes - in het vliegtuig, in de supermarkt, maar ook in het bos. Elk materiaal interesseert me, van glas tot keramiek tot aluminium. Ik beleef er flirts mee, voorbijgaande liefdes. Er borrelt steeds een nieuwe behoefte op in mijn lijf. De laatste tijd heb ik bijvoorbeeld erg veel zin in metaal. Wat daar uitkomt, zie je over twee, drie jaar wel.'

B-Servies

Ze is geen kunstenaar, zegt Jongerius met nadruk. Ze houdt ervan om haar ontwerpen op industriële schaal te reproduceren. Zo worden ze volwassen. Maar aan gladde massaproducten heeft de moderne mens volgens haar geen behoefte meer. Die wil juist terug naar het ambachtelijke van weleer, naar huisraad met een ziel. Haar

'b-servies' van wit porcelein laat Jongerius daarom expres te lang in de oven staan, zodat elk stuk zijn eigen, unieke foutjes en onvolkomenheden krijgt. De 'Soft Vase' wordt handmatig gesmolten uit polyurethaan kunststof en ziet er daardoor aaibaar, een beetje onaf uit.

Jongerius werd opgeleid tot ergotherapeute en haalde op de avond-lts haar diploma's timmeren en meubelmaken alvorens ze op haar vijfentwintigste naar de Design Academy in Eindhoven ging. Daar studeerde ze vijf jaar later af met een rubberen badmat vol bubbels, die de voetzolen masseren. Het ontwerp werd meteen opgenomen in de collectie van Droog Design, de naam waaronder een groep Nederlandse ontwerpers internationaal aan de weg timmert, maar dat nest heeft ze inmiddels verlaten. In 2000 begon ze haar eigen bedrijf, het JongeriusLab, en op haar voormalige school de Design Academy staat ze sinds anderhalf jaar aan het hoofd van 'Het Atelier', een door haar geïnitieerde studierichting waar zo'n 20 leerlingen de ambachtelijke wortels van het vak worden bijgebracht. Drie docenten geven les, Jongerius beoordeelt het werk en stippelt het programma uit.

In het Lab, gevestigd in een groot, oud pand in Rotterdam, is het een prettige troep. Bij binnenkomst stoot je bijna tegen de tafel van bureaumanager Ingrid, die de pr en administratie doet. Het souterrain erachter biedt een chaotische aanblik van materiaalresten, chemicaliën, half of geheel uitgevoerde ontwerpen. Hier worden alle prototypen van de ontwerpen door Jongerius zelf gemaakt. Boven het lab, op een tussenverdiepinkje, zit Arian achter de computer. 'Ik ben goed met mijn handen, maar met een toetsenbord kan ik niet veel', licht Jongerius zijn aanwezigheid toe. Haar eigen kamer ligt achterin. Ook daar geen tekenen van Goede Smaak: functioneel meubilair en stapels boeken en knipsels. Ze doet haar verhaal in horten en stoten, en duldt weinig tegenspraak. Over nog niet uitgevoerde plannen laat ze nauwelijks iets los. Ze is beducht voor de concurrentie.

Geen vetpot

Jongerius noemt zich een 'vrije jongen'. Industriële opdrachten wisselt ze af met lesgeven, tentoonstellingen inrichten of zomaar wat experimenteren. 'Ik ben steeds met tien dingen tegelijk bezig', zegt ze, 'maar deadlines zijn heilig. Dan werken we hier een week lang aan dat ene ding. Gelukkig ben ik een goede regisseur. Ik hou het lekker strak.' Hoewel het 'totaal geen vetpot' is, heeft ze inmiddels zo'n naam opgebouwd dat ze van haar bewegingen door het 'vrije veld van het design' kan leven, en er haar staf en haar pand van kan betalen. Nu is het zaak dat ze niet te veel klussen aanneemt, dat ze haar eigenheid bewaart. Lucratieve opdrachten uit 'de industrie' slaat ze vaak af. Ze heeft het niet zo met de wereld van het grote geld. 'Het gaat die marketingjongens van de grote design-labels maar om twee dingen: wat verkoopt er, en wat hebben de buren. Begin dit jaar kreeg ik van drie grote Amerikaanse parfumfabrikanten een aanbod om hun nieuwe flesje te ontwerpen. Ik ben met alledrie gaan praten. Dan krijg je te horen: het moet van glas zijn, en zo en zo lang, en het moet precies in dít doosje passen. En daar komt onder: Hella Jongerius. Ik wil dat niet. Dat er dan een grote boot met geld aan me voorbijgaat, kan me niet schelen. Maar ik kan wel op die manier werken, hoor. Mijn theemuts voor de Hema verkocht heel goed.'

Delfts blauw

Een opdracht moet haar fantasie op hol doen slaan. Zoals toen het Fries Museum Jongerius vroeg om haar licht te laten schijnen over de collectie keramiek. Er kwam een reeks bizarre 'Groove' en 'Long Neck Bottles' uit, flessen met een porceleinen bodem en een hals van glas. Die twee materialen laten zich niet versmelten, dus werden boven- en onderkant met tape aan elkaar geplakt. Een nieuwe vaas van porcelein perforeerde ze met het patroon van een Mingvaas uit de vijftiende eeuw. De gaatjes werden met textiel opgevuld; zo lijkt het steen te zijn 'bestikt' met een draak.

Eenzelfde vrije opdracht kreeg Jongerius dit jaar van het Gemeentemuseum in Den Haag, voor hun collectie Delfts blauw. Ze herschiep haar b-servies in dit oer-Hollandse patroon, en zocht daarnaast naar kunstenaars die 'Delfts blauw van nu' maken: op borden en beeldjes, maar ook foto's en T-shirts. Zo werd ze ontwerper annex inrichter annex curator van de presentatie 'Delfts onder de loep', die nog tot april volgend jaar te zien is. 'Zo'n opdracht komt hier klein binnen, en gaat als een olifant de deur weer uit', zucht ze. 'Dat krijg je als je het allemaal zelf wil doen.'

De plaats waar Jongerius professioneel misschien wel het beste gedijt, is New York. 'Ik lig daar héél goed', zegt ze niet zonder trots. 'Winkels en verzamelaars hebben er oog voor het tra- ditionele, het ambachtelijke.

Ik ben direct, en New-Yorkers zijn dat ook. Ze nemen je in vertrouwen en geven je dan bam! een enorme klus, met carte blanche zowat.' Haar werk wordt onder andere verkocht bij Moss in SoHo, waar de witte borden uit het b-servies voor 200 dollar per viertal de deur uitgaan. En ze heeft er een aantal invloedrijke, vrouwelijke fans: ontwerpster Donna Karan, die Jongerius'

'Soft Vase' bij de opening van haar nieuwe zaak aan Madison Avenue in de winkel liet pronken en haar spullen sindsdien gretig in- en verkoopt, en Agnes Grund, directrice van het Museum of Modern Art. Het MoMA nam onder andere een van Jongerius' 'Knitted Lamps', een soort kussen van plastic en glasvezels met lichtjes, in de vaste collectie op. In maart dit jaar werd ze door het museum uitgenodigd om mee te doen aan Workspheres, een tentoonstelling waarop zes ontwerpers hun oplossingen voor het almaar verder in elkaar grijpen van werk en privé-leven mochten presenteren. Jongerius verborg een laptop in een zacht, met gel gevuld vloerkussen, en verzon een gebogen, kunststof toetsenbord met in het midden een holte als een soort kattenbakje voor een portie eten.

'Bed in Business'

Grootste aandachtstrekker op Workspheres was haar 'Bed in Business', een tweepersoonsbed op wielen waarvan de lange kunststofmatras, die oogt als een lege eierdoos, een verstelbaar hoofd- en voeteneind heeft. Naast de hoofdkussens bevinden zich speakers en een muis; in het opklapbare voeteneind zitten twee computers. In plaats van voor het inslapen nog even langs een late night show te zappen, zou je zo in bed dus nog even de vergaderpunten voor de volgende dag kunnen doornemen, of de beurskoersen. Hoewel het bed als plaatje in ontelbare kranten en tijdschriften werd gereproduceerd en zo uitgroeide tot een van Jongerius' grootste hits, is het ontwerp maar één keer uitgevoerd. Jongerius: 'Dat exemplaar in het museum had ik samen met Auping en ibm ontwikkeld, en het werkte echt. Sindsdien heeft er nog geen fabrikant aangeklopt om het te gaan maken. Maar dat kan nog komen. De incubatietijd van mijn ideeën is altijd heel lang.'

Ze beaamt dat het ook een nachtmerriescenario is, een leven waarin werk nooit meer stopt. 'Maar nachtmerries moet je óók laten zien. Voor mij persoonlijk hoeft het niet zonodig, ik ben geen workaholic meer. Wij stoppen hier stipt om zes uur. Maar hoeveel mensen werken niet tot 's avonds laat door, desnoods met hun pc in bed? De techniek is het moderne leven allang binnengeslopen. We kunnen niet meer terug.'

Autarkisch droomhuis

Zo werkt Jongerius steeds met uitersten: ze maakt handig gebruik van het allernieuwste, met inachtneming van en groot respect voor het alleroudste. Rond de lancering van het 'Bed in Business' trad ze op conferenties in de vs naar voren als toekomstdeskundige en wisselde ze van gedachten met 'internet-nerds'. Dit najaar neemt ze haar studenten uit Eindhoven mee op een werkreis naar de houtsnijders in de sloppenwijken van São Paulo, Brazilië, en naar de cowboys die leer bewerken op het droge Braziliaanse achterland.

In Nederland werkt haar 'lief', architect en kunstenaar Lucas Verweij, intussen verder aan een huis dat hij met zijn bureau Schie 2.0. ontwierp. Het is een volledig autarkisch huis dat draait op zonne- en windenergie. Jongerius zorgt voor de inrichting met de nieuwste high tech-snufjes. 'Het is belangrijk hoor, milieuvriendelijk en zo, maar er moet ook een ligbad in, en fast internet', zegt ze. 'Internet vind ik het einde.' M

Sandra Heerma van Voss is redacteur kunst van NRC Handelsblad.

Leo Hol is freelance fotograaf.

Overige beelden zijn aangeleverd door Jongeriuslab.

Ontwerpen van Hella Jongerius zijn te koop bij The Frozen Fountain in Amsterdam en de Koninklijke Tichelaar in Makkum. Zie ook de website: www.jongeriuslab.com.

Tentoonstelling 'Delfts onder de loep' t/m 7 april 2002 in het Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Open di-zo 11-17 uur.

Inl. op tel: 070 338 11 11 of www.gemeentemuseum.nl.