Handtekening ambtenaar had `weinig waarde'

Vergunningen en controles van het Enschedese vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks hadden weinig om het lijf, bleek uit de getuigenverhoren van twee gemeenteambtenaren.

De vragen van advocaat M. Balemans waren onschuldig, de antwoorden van gemeenteambtenaar J. Strebus onthutsend. ,,Wist u wat een zeecontainer was?'' ,,Daar haalde je oud papier mee op''. ,,Een MAVObox?'' ,,Nee.'' ,,Ompakruimte?'' ,,Onbekend.''

Als hoofd van de afdeling milieu ondertekende Strebus de vergunning die de gemeente Enschede in 1999 aan S.E. Fireworks verstrekte. De tijdelijke vergunning, waarin S.E. Fireworks met het oog op de millenniumwisseling toestemming kreeg om de opslagcapaciteit uit te breiden, bevatte nogal wat hiaten. Ondanks een advies van het adviserende bureau Milan (Defensie) was er geen sprinklerinstallatie in de ompakruimte voorgeschreven en ontbraken voorschriften met betrekking tot de brandwerendheid van de zeecontainers waarin S.E. Fireworks het vuurwerk opsloeg.

,,Ik kijk bij vergunningen alleen naar bijzonderheden, zoals politieke gevoeligheid'', verklaarde Strebus. ,,Niet of de juiste procedures zijn doorlopen. Wat dat betreft vaar ik blind op mijn medewerkers.'' Wat voor waarde had zijn handtekening dan, wilde advocaat Balemans weten. ,,Weinig'', erkende Strebus.

Strebus en zijn collega G. Meijerink van de afdeling milieu versterkten als getuigen in het strafproces tegen de S.E. Fireworks-eigenaren het beeld dat eerder over de gemeente was ontstaan. Enschede kampte in de jaren negentig met een grote achterstand op het terrein van vergunningverlening. Bij het wegwerken werd prioriteit gegeven aan projecten die óf snel afgehandeld konden worden óf economisch gewin opleverden. Vuurwerkbedrijven lagen onderop de stapel.

,,De inhaalslag was gebaseerd op kwantiteit, niet op kwaliteit'', zei Meijerink. Meijerink controleerde naar eigen zeggen uit tijdgebrek ,,in no-time'' de milieuvergunning die in 1997 aan S.E. Fireworks verstrekt werd. Ook die vergunning, waarmee in 1993 geconstateerde overtredingen gelegaliseerd werden, bevatte tekortkomingen, onder meer op het terrein van brandveiligheid. Ook werd over het hoofd gezien dat er voor het plaatsen van zeecontainers een bouwvergunning vereist was.

Ik had er geen verkeerde indruk van, het was geen slechte vergunning, verklaarde Meijerink. Net als zijn collega Strebus benadrukte hij zich nauwelijks inhoudelijk met de vergunning te hebben bemoeid. Dat was een taak van ondergeschikte N. ten Bosch en deze had, zo erkende Meijerink, een grote vrijheid. Of dat wel verantwoord was, wilde de Almelose rechtbank weten. ,,Waarom niet'', luidde het antwoord.

Ten Bosch heeft eerder verklaard ,,heel weinig'' verstand van vuurwerk te hebben. Meijerink begeleidde Ten Bosch wel een enkele keer bij controles van vuurwerkbedrijven maar deze stelden weinig voor. De controles gebeurden steevast vlak voor de jaarwisseling en ook nog eens onder grote tijdsdruk. Niet alle voorschriften werden gecontroleerd. ,,Maak je je zelf dan niet volstrekt ongeloofwaardig'', vroeg rechtbankpresident H. Breitbarth aan afdelingschef Strebus. ,,Het komt de geloofwaardigheid niet ten goede'', bekende deze.

Volgens Breitbarth kregen ondernemers in Enschede de indruk dat vergunningen niet serieus genomen hoefden te worden. Een gemeentelijke brief met resultaten van controles noemde hij ,,weggegooid geld''.