Eeuwig slapen

Wat heeft een zelfmoordterrorist gemeen met een kamikazepiloot? Japanse vliegeniers stierven voor de keizer door zich op hun vijand te storten. Ze leden aan waanzin, zegt Hideo Den, die besloot niet te gaan. Over een heilige oorlog, de hoogste eer en een toekomst als god in een tempel. `De dood is als een bloem.'

Ze leken verdwaald in de tijd. Twee Japanse vliegeniers in gevechtstenue. De plaats: pagina twee van de Japanse krant Asahi. De datum: 12 september, een dag na de aanslagen in de VS. Het blad stond natuurlijk vol met de eerste berichten over de terroristen die zich op het World Trade Center en het Pentagon hadden gestort. Daartussen stonden oude zwartwitfoto's van twee Japanse piloten, die een halve eeuw geleden op hun vijand waren gevlogen: Seki en Nakatsuru. Beiden luitenant. Seki was de eerste, Nakatsuru de laatste kamikazepiloot van de Tweede Wereldoorlog. De een, Seki, kijkt met verbeten blik langs de camera. De ander, Nakatsuru, is een gentleman in de dop. Met een milde glimlach kijkt hij de lezer recht in de ogen.

Het ging om een advertentie voor een boek, De Speciale Aanval van de Commandanten van Saburo Shiroyama. `Speciale aanval' was de officiële naam van de zelfmoordoperaties. Het boek heeft ook een ondertitel: Geluk is als een bloemblad. Kamikazepiloten werden vergeleken met de blaadjes van de kersenbloesem. In het voorjaar, kort na hun ontluiken, dwarrelen die machteloos naar beneden. `Kersenbloesem kijken' – hanami – is een jaarlijks terugkerend feest in Japan. Maar meer dan van de bloesem in volle bloei genieten veel Japanners van het einde van de bloesemtijd, als de dwarrelende blaadjes een melancholieke sfeer oproepen. Een sfeer van vluchtigheid, van de dingen die voorbijgaan.

Zou het een boek zijn dat kamikazepiloten verheerlijkt? Moest daar op deze dag mee worden geadverteerd? Waren de New-Yorkse daders ook geen kamikazes? Of wordt die associatie hier in Japan niet gemaakt?

Tussen de twee oude foto's stond nog een kleinere, derde foto van premier Junichiro Koizumi met de wervende tekst: ,,Uit de droge tekst klinkt de schreeuw van rancune van de kamikazepiloten. Zwaar, diep. Een boek dat een emotionele reactie oproept die ik niet in woorden kan uitdrukken. Ik hoop dat jongeren dit boek zullen lezen.'' Hoe dat te interpreteren? Tegen wie was deze 'schreeuw van rancune' gericht? Literatuur over kamikaze reikt in Japan van felle kritiek op de legertop tot kritiekloze bewondering voor het menselijk offer. Het boek van de advertentie blijkt een triest verhaal over verspilde levens te zijn, waarin de kritiek impliciet doorklinkt.

Luitenant Seki had reden om verbeten te kijken. Na een harde jeugd als onwettig kind koos hij voor een militaire carrière. Dat garandeerde de beste opleiding voor het minste geld. Geluk zou hij slechts hebben gekend in drie korte maanden die hij met zijn vrouw heeft kunnen doorbrengen. Op een oktoberdag in 1944 kreeg hij het bevel de Amerikaanse vloot aan te vallen en nooit meer terug te keren. Seki was 23 jaar oud.

In de periode van tien maanden tussen het overlijden van Seki en Nakatsuru hebben enkele duizenden jongeren zich de dood in gestort. Met vliegtuigen, bemande raketten (de `kersenbloesem'), bemande torpedo's en kleine motorbootjes met springstof op de boeg aangebracht – dezelfde tactiek als vorig jaar tegen het Amerikaanse marineschip Cole werd gebruikt in Jemen. In tegenstelling tot Seki en Nakatsuru waren de meesten geen carrièreofficieren die een lange opleiding hadden ondergaan, maar gemobiliseerde studenten. Ze kregen alleen de meest noodzakelijke instructie voor hun per definitie korte militaire loopbaan.

Een van hen was Hideo Den, tot afgelopen zomer lid van het Japanse Hogerhuis voor de Sociaal Democratische Partij. In zijn kantoor in Tokio zegt Den dat hij bij het zien van de beelden uit New York geen moment een verband legde met zijn oorlogservaringen. Kamikazes streden destijds als soldaat tegen soldaat, de terroristen van nu treffen onschuldige burgers. ,,Je eigen leven oog in oog met de vijand opofferen om op de een of andere manier de oorlog te winnen, dat kan ik nog enigszins begrijpen. Ook al wilde ik zelf destijds natuurlijk ook liever leven'', zegt Den, voor wie de Japanse overgave op 15 augustus 1945 net op tijd kwam. ,,Maar burgers die er helemaal niets mee te maken hebben de dood injagen is uitermate laf. Dat maakt me woedend.''

Alleen mensen die niet zelf de `kamikaze-ervaring' hebben kunnen een vergelijking met de New-Yorkse terroristen maken, zegt Den. Natuurlijk: een kamikazepiloot en terrorist hebben met elkaar gemeen dat ze bewust hun dood tegemoetgaan. Voor een kamikaze betekende levend terugkeren echter dat de missie was mislukt. Een schande. Maar voor hemzelf was de acceptatie van de dood niet vanzelfsprekend. ,,Je moet lijden aan waanzin, idiotie'', zegt hij, ,,Zonder een abnormale geestesgesteldheid kan een mens niet zijn eigen leven vergooien voor land, volk of religie.''

Hoe word je zo ziek?

Mobilisatie

Den werd in 1923 in Tokio geboren. Zijn grootvader behoorde tot de adel. Den bezocht de Gakushuin, een lagere en middelbare school die eind negentiende eeuw was opgericht voor de keizerlijke familie en de adel. In dezelfde tijd ging de beroemde schrijver Yukio Mishima naar de Gakushuin. En eerder had Keizer Hirohito er zelf in de schoolbanken gezeten. In oktober 1943 stapte Den over naar de Universiteit van Tokio, nog altijd de kweekvijver van de elite. Twee maanden later kwam de oproep tot mobilisatie.

Met vierhonderd andere studenten kreeg Den een opleiding tot officier bij de marine, de legertak waar het kamikazeconcept was geboren. Op een avond in oktober 1944, vlak nadat luitenant Seki de wereld had laten kennismaken met het nieuwe fenomeen, werden de studenten bijeengeroepen in de sporthal. ,,Alle docenten stonden in een rij bij de ingang opgesteld'', zegt Den. ,,Er heerste een plechtige atmosfeer.'' Vanaf een podium zei de commandant van de school: ,,Wij zoeken uit jullie midden leden voor de speciale aanvalstroepen. Gebruikte wapens zijn onderzeeër, bemande torpedo en motorboot. Vrijwilligers dienen zich voor morgenochtend acht uur te melden. Einde mededeling.''

Doodstil waren de jongens toen ze de hal verlieten. Niemand kon die nacht slapen, zegt Den. Hij lag in een kamer met twaalf man. Allemaal lagen ze tot het ochtendgloren te draaien en te woelen terwijl ze de waarde van hun leven overdachten. Op een enkeling na. Den: ,,De jongen in het bed naast me stond 's nachts op om zich aan te melden. Nadat hij terugkwam en weer in zijn bed stapte, sliep hij in één keer in.'' Alleen jongens die kozen voor de dood waren hun zorgen kwijt en hadden een rustige nacht. Veertig van de vierhonderd meldden zich aan en zijn allemaal omgekomen.

Die nacht kwamen bij Den afwisselend twee beelden bovendrijven. ,,Eerst het beeld van mijn leraar die zei: `sterf voor de keizer'. Daarna het beeld van een plezierige reis met de hele familie. Pas later realiseerde ik me dat de boodschap daarvan was: leef verder!'' Daarmee besloot Den dat zijn eigen leven belangrijker was dan de keizer ,,De wil om te overleven won die lange nacht.'' Maar na zijn eenjarige opleiding werd hij toch bij een kamikaze-eenheid ingedeeld.

De `geestesziekte' die jongeren bereid maakte hun leven voor de keizer op te offeren schrijft Den toe aan indoctrinatie en hersenspoeling. In de jaren dertig, de periode dat Den naar school ging, werd de militarisering van het onderwijs langzaam maar zeker versterkt, zegt Den, die al op school militaire training onderging. ,,Ter onderscheiding van voorgaande generaties werden wij de `militaristische jongeren' genoemd.''

Den vertelt over een leraar die leerlingen inprentte dat `sterven voor de keizer' de hoogste eer was en dan heeft hij het niet over de militaire opleiding. Ook op gewone scholen werd kinderen dat bijgebracht, zelfs op meisjesscholen. Zo vertelde een oudere vrouw op het eiland Okinawa ooit dat ook op haar meisjesschool werd geleerd dat ,,de dood is als een bloem''. Toen de Amerikanen in de zomer van 1945 op Okinawa landden, werden zij en haar klasgenoten als verpleegsters gemobiliseerd. Ze vochten met het leger mee tot de dood. Slechts enkele meisjes hebben het overleefd toevallig, zoals deze vrouw vertelde. De naam van hun beroemd geworden eenheid luidde `lelie', een kortlevende bloem.

Nadat Japan eind negentiende eeuw de grenzen opende, creëerde de elite een nieuw nationalisme rond de keizer. Dat was nodig om tegenwicht te bieden aan Westerse invloed. Afgesloten als Japan eeuwenlang voor vreemdelingen was geweest, leefde het concept `natie' helemaal niet bij de bevolking. Daar moest verandering in komen om in de nieuwe omstandigheden als land te overleven, meenden de machthebbers. Loyaliteit aan de keizer en opofferingsgezindheid werden aangekweekt door kinderen bij te brengen dat zij die stierven voor het vaderland als een god vereerd zouden worden in de Yasukuni tempel, een nieuw opgezet instituut dat onder gezag van het leger viel.

Superioriteit

De eerste oorlogen die Japan als modern land rond 1900 tegen China en Rusland voerde waren nog korte campagnes die met een winstgevend vredesakkoord werden afgesloten. Japan gedroeg zich niet anders dan andere imperialistische staten. Maar gaandeweg groeiden de botsingen met de Westerse concurrenten die zich verzetten tegen Japanse expansie. De Japanners, vooral het gefrustreerde middenkader in het leger, ging er een steeds radicalere ideologie op nahouden. Ze geloofden in de superioriteit van het Japanse volk onder leiding van de `goddelijke' keizer. Men wilde geen rekening meer houden met internationale overwegingen. Vóór de aanval op Pearl Harbor wist de marinetop al dat het vervolg weinig kans van slagen had. Toch zette men door als gevolg van groeiend fanatisme. Aan het einde van de oorlog ontstond de kamikazetactiek op initiatief van één man, zonder dat het Japanse leger ooit een afweging maakte of de tactiek effectief of verspillend zou zijn. Stilzwijgend liet de legertop de officier zijn gang gaan. De oorlog was niet langer een rationeel verlengstuk van de diplomatie, maar een `heilige oorlog'.

Kolonel Onishi, de `uitvinder' van het kamikazeconcept, gaf luitenant Seki en zijn mannen bij hun vertrek als boodschap mee: ,,Jullie zijn al goden en hebben daarom geen wereldlijke verlangens meer. Hooguit hebben jullie het verlangen te weten dat het niet zinloos is geweest dat jullie jezelf op de vijand hebben geworpen. Maar helaas kunnen jullie dat niet weten, en kunnen wij het niet laten weten, want jullie gaan een eeuwige slaap tegemoet. Maar ik verzeker jullie dat ik mij er persoonlijk van zal vergewissen en rapport zal uitbrengen aan de keizer. Ga dus met een gerust gemoed.''

Als ervaren gevechtspiloot schimpte luitenant Seki op de opdracht om behalve een bom ook zijn vliegtuig en zichzelf op de vijand te gooien. Maar hij deed het. Ook de twijfelende Hideo Den zou zichzelf bewust de dood in hebben gejaagd als de oorlog maar iets langer had geduurd. ,,Onderwijs is in dat opzicht angstaanjagend. Kinderen geloven automatisch wat hen wordt verteld'', zegt Den nu terugblikkend.

De militaristische opvoeding had een vuur van fanatisme veroorzaakt. Dit leidde ertoe dat ook na de overgave nog velen zich op de vijand wilden werpen of zichzelf het leven ontnamen. Den was aan het einde van de oorlog commandant van een flottielje motorboten en wachtte aan de kust op de Amerikaanse invasie van de Japanse hoofdeilanden. Waren de Amerikanen verschenen, dan hadden zij zich als eerste als varende bommen tegen de vijand te pletter moeten varen. ,,Toen ik hoorde dat de oorlog voorbij was, was mijn eerste gedachte: mijn leven is gered. Maar onder mijn ondergeschikten waren jongens jonger dan ik, nog militaristischer opgevoed dus – die zeiden dat we toch moesten aanvallen. Zij wilden sterven, ongeacht wat de keizer zei.'' Den stopte zijn ondergeschikten.

Luitenant Nakatsuru – van de foto – was minder gelukkig. Hij steeg met zijn eenheid op nádat de keizer via de radio bekend had gemaakt dat Japan zich overgaf. Nakatsuru handelde in opdracht van zijn commandant. Hij was geen fanatieke vrijwilliger. ,,Ik heb geen haast te sterven'', had de jonge vader een goede vriend toevertrouwd. Vermoedelijk heeft de commandant van de basis, die mee aan boord ging, bewust de dood gezocht en enkele tientallen jonge piloten meegenomen.

Voor Den was het einde van de oorlog als het ontwaken uit een kwade droom. Het leven bleek opeens meer dan sterven voor de keizer. Den ging terug naar zijn economiestudie aan de universiteit, maar nam uit pure interesse ook de kans waar om aan de rechtenfaculteit colleges over de nieuwe, democratische grondwet te volgen. Hij wilde weten hoe de samenleving ook op een andere manier kon worden ingericht, zonder de keizerlijke ideologie. Maar bij sommigen is het vuur van fanatisme nooit uitgegaan. Zelfs vijfentwintig jaar na dato viel er, zegt Den, nog een slachtoffer: de schrijver Yukio Mishima. In 1970 pleegde hij samen met een jonge vriend spectaculair harakiri – de rituele zelfmoord door het opensnijden van de buik, gevolgd door onthoofding door een trouwe volgeling. Mishima deed dat op het hoofdkwartier van het Japanse leger in Tokio. Hij had de aanwezige soldaten opgeroepen het oude, militaristische Japan te herstellen. Maar de soldaten, van een nieuwe generatie die de oorlog niet had meegemaakt, maakten hem uit voor idioot. En Mishima trok zijn conclusies.

Hideo Den was schoolgenoot van Mishima. Op de elitaire Gakushuin zat de toekomstig schrijver dertien jaar lang een klas lager dan Den, van de lagere school tot het einde van de middelbare opleiding. ,,Mishima was fysiek zwak, had een hekel aan sport en werd afgekeurd voor het leger. Maar wij, en al zijn klasgenoten, gingen wel'', zegt Den. Terwijl zijn schoolvrienden een officiersopleiding kregen en als kamikazes sneuvelden, moest de intelligente en gevoelige Mishima in een fabriek werken. ,,Dit groeide voor Mishima uit tot een complex. Zonder zelf in het leger te hebben gezeten heeft hij als lid van de `militaristische generatie' het leger geïdealiseerd. In zijn bibliotheek schreef hij na de oorlog uitermate elegante literatuur voor de hogere klassen. Maar het harde leven van de gewone man kende hij niet. In zijn gedachtenwereld duurde de oorlog voort. Hij weigerde het nieuwe Japan, het democratische Japan dat hij buiten zag, te accepteren.''

Den zelf ging precies de tegenovergestelde weg. Hij koos voor pacifisme. Hij werd journalist en dook in de naoorlogse ellende van de gewone bevolking. Tijdens de Vietnam-oorlog, in 1967, reisde hij naar Noord-Vietnam en maakte een beroemd geworden televisiedocumentaire, Glimlach uit Hanoi. Daarin schetste hij een heel ander beeld van de oorlog. De Japanse machthebbers – nu grote vrienden van Amerika – waren woedend en onder politieke druk verloor Den zijn baan. Daarop besloot hij zelf de politiek in te gaan als lid van de Sociaal Democratische Partij.

,,De gangbare literatuurkritiek esthetiseert Mishima's gedrag. Maar als ik Mishima lees, dan voel ik dat hij nog in de oorlog leefde, ook al schreef hij over zaken die niet in het militarisme van destijds pasten. Hij was het laatste slachtoffer van de oorlog, slachtoffer van de indoctrinatie die hij als ballast mee bleef dragen. Hij was de laatste kamikaze.''