Drama's op de zandgronden

Laten we het over houtduiven hebben. Op de Planken Wambuis, bos en heide tussen Ede en Otterlo, de armste grond die je bedenken kunt, is de houtduif gedecimeerd. Van de ruim zeshonderd broedparen is er nog maar een dertigtal over.

Als gevolg daarvan was de havik gedwongen naar andere prooi om te zien, en als gevolg daar weer van zijn de boomvalk en torenvalk vrijwel uit het gebied verdwenen, kost het de buizerd grote moeite er zijn jongen groot te brengen, geldt de sperwer er nu als een zeldzaamheid en is ook de wespendief er zijn bestaan niet meer zeker. Intussen daalde het aantal broedparen van de havik niettemin van zes of zeven naar drie.

Tijdsbestek: twintig jaar. Oorzaak: bio-industrie. Een krankzinnig verhaal eigenlijk, typisch een Rob-Bijlsmaverhaal.

Nu woont hij alweer een jaar of tien op het zand van Drenthe, in Wapse om precies te zijn, maar zijn oorsprong ligt op de Veluwe. Op enig moment in ons gesprek zal hij zich laten ontvallen dat hij 46 is en op een ander moment dat hij aantekeningen heeft sinds 1967 – wat wil zeggen dat dit gedreven veldwerk, al dit rondsjouwen, posten, noteren en turven, al op zijn twaalfde begonnen was.

Rob interesseert zich vooral voor houtduiven omdat hij zich voor haviken interesseert en voor de havik fungeert de houtduif nu eenmaal als stapelvoedsel. Dat betekent overigens niet dat houtduiven zelf hem koud laten. De meeste mensen vinden ze dom, hij vindt ze enig, Stoere beesten, uitstekende vliegers. En hun jongen, zoals die overeind komen en beginnen te blazen als je het nest benadert – zo lelijk zijn die, dat het weer mooi wordt.

Voor houtduiven was het in de jaren zestig booming business. Ze werden als een plaag voor de landbouw beschouwd, ze werden bij duizenden afgeschoten. Ten onrechte, want deze vogels deden zich alleen maar te goed aan het graan dat op de akkers achterbleef. Ook op de Veluwe. Er werd nog volop rogge verbouwd en het waren de nieuwe mechanische oogstmethodes die verspilling in de hand werkten. Houtduiven profiteerden daarvan: de piek van hun broedseizoen lag in zomer en nazomer, juli, augustus, september (nu is die verschoven naar mei, juni).

Als je in een boom ging zitten om boven het bos de voedselvluchten van wespendieven te observeren, een van Robs specialiteiten, zag je de hele dag ook een komen en gaan van houtdieven. Je hoefde maar een sparrenbosje in te lopen of je hoorde overal het geklapper van hun vleugels. Ze hadden hun nesten zo dicht op elkaar dat je ze kon ruiken, heel die bosjes waren doordrongen van de geur van houtduiven.

En toen werd de rogge vervangen door maïs.

Eind jaren zeventig was dat.

De Gelderse Vallei, ooit een lusthof voor botanici, ontwikkelde zich plotseling tot een bruggenhoofd van de intensieve veehouderij, kippen, nertsen, kistkalveren – varkens eigenlijk later pas.

Rob: ,,Ik heb het met mijn eigen ogen zien gebeuren, de vrachtwagens van de firma Van Roekel uit Ede, die de Veluwe opreden om de mest weg te brengen. In drie, vier jaar tijd kreeg dat zijn beslag. Opeens was het gedaan met de rogge.''

Maïs dus, de grote mestverwerker, het stapelvoedsel voor de bio-industrie.

Natuurlijk hadden die mensen, die boeren in de Gelderse Vallei, die vrachtrijders uit Ede, die boeren op de Veluwe, geen kwaad in de zin. Natuurlijk hebben die geen moment gedacht dat ze bezig waren de houtduif zijn nek om te draaien. Maar zo pakte het wel uit. Maïs wordt in oktober pas geoogst, daarop kan zelfs een houtduif het broedseizoen niet afstemmen.

Hoelang het duurde voordat het merkbaar werd? Rob: ,,Dat ging gauw hoor. Ik had het eerst niet in de gaten. In het veld zie je zoiets niet direct. Maar toen was er een vriend van me die zei: laten we eens een soepje maken van houtduiven, toen liepen we zo'n bosje in om een paar nesten uit te halen en toen konden we ze nergens vinden. Ik zeg hé, wat is hier aan de hand?''

Houtduif in de problemen, havik in de problemen. ,,Tot het begin van de jaren negentig'', zegt Rob, ,,was de havik de minst interessante van onze roofvogels. Ontzettend voorspelbaar. Alles aan de havik was standaard. Elke waarneming die je het ene jaar had gedaan, kon je het volgende jaar weer doen. Maar toen bleek dat de havik wel degelijk achteruitging. Dat wil zeggen: hij is natuurlijk geweldig opgerukt naar het westen, hij heeft zijn leefgebied enorm uitgebreid, maar in zijn eigenlijke bastions, de bossen op de zandgronden, is hij sterk afgenomen.''

Dan kun je naar twee dingen kijken: broedgelegenheid en voedselaanbod. Dan moet het in het voedsel zitten, dan ligt een link met de houtduif voor de hand. Dus in feite had dit verhaal andersom verteld moeten worden: van de havik naar de houtduif, van de houtduif naar de maïs, van de maïs naar het mesttransport door de firma Van Roekel uit Ede. Dat is nu eenmaal de volgorde waarin je de dingen doorziet, vaak precies omgekeerd aan de volgorde waarin ze gebeuren.

Hoe het ook zij – een havik die een vink grijpt (veel te klein voor hem), een havik die een wespendief grijpt (veel te groot voor hem) – dit is gewoon niet normaal. Een havik die de nesten van boomvalk, torenvalk, buizerd, sperwer en wespendief plundert en zich bij gelegenheid ook aan de volwassen dieren zelf vergrijpt – dat is een havik die in nood zit. En zo vertakken oorzaak en gevolg zich steeds verder, en dat is nog lang niet afgelopen. dat is natuurlijk nooit afgelopen.

Rob: ,,Iedereen, of hij nou van bossen houdt of niet... iedereen dacht: die bossen, dat zit wel goed, daar gebeurt niks bijzonders. Maar er blijkt wel degelijk iets te gebeuren. Hele drama's spelen zich af op de zandgronden. En waarop dit moet uitlopen, we weten het nog steeds niet. Het is natuurlijk verschrikkelijk wat we in Nederland met het landschap uitvreten. Maar interessant is het ook. Normaal zou dit soort verschuivingen in de vogelwereld over twee of drie mensengeneraties zijn uitgesmeerd, nu zie je het onder je neus gebeuren.''

,,Maar hoe kom je aan je gegevens'', vraag ik.

,,Uit mijn boekjes'', zegt hij.

,,Ja, dat snap ik, maar hoe kun je weten wat je moet opschrijven als achteraf pas blijkt wat relevant is en wat niet.''

,,Ik noteer alles.''

,,Alles?''

,,Alles wat je in cijfers kunt uitdrukken. Aantallen wespennesten die ik in het veld tegenkom, aantallen mensen met een aangelijnde hond of een niet-aangelijnde hond... alles.''

,,Mijn god'', zeg ik.

,,Ja'', geeft Rob dan spontaan toe, ,,wat dat betreft ben ik wel een beetje een maniak.''