De kindertjes in Afrika

Onze kinderen eten niet echt slecht, maar makkelijke eters zijn het nou ook weer niet. Ik vind het nog meevallen, omdat ik zelf een uitzonderlijk slechte eter was. Ik at niks dat groen was, geen vis, geen pasta, geen bloemkool en geen aardappels. Wat overbleef was rode kool, met (veel!) appelmoes, een bal gehakt en rijst. Het enige dat ik – zeker tot mijn vijftiende – écht lekker vond was rijst met boter en suiker.

Ons oudste zoontje zorgt voor het meeste gezeur aan tafel. Die weigert tamelijk consequent iets te proeven dat hij niet kent. ,,Maar je wéét helemaal niet of je dat niet lekker vindt, want je hebt het nog nooit gegeten!'' ,,Wel waar, probeert hij, ,,een paar jaar geleden. Of: ,,Dat zal wel, maar het ziet er vies uit. Waarop wij, soms in koor: ,,Eten is niet vies!''

We vinden dat een lastig punt in de opvoeding, mijn vrouw en ik, wat de kinderen nu wel of niet moeten eten. Ik word op dat punt een beetje gehinderd door mijn eigen jeugd. In Afrika hadden ze indertijd doorlopend vreselijke honger, maar hoe zielig ik dat ook vond, de bloemkool met klonterige kaassaus ging mij er niet beter van smaken. Kokhalzend heb ik dat soort eten – vaak koud, soms zelfs de volgende ochtend – naar binnen zitten werken.

Nog voor ik kinderen had wist ik dat ik ze dát niet wilde aandoen, maar probleemloos verloopt het avondeten niet. Regelmatig hoor ik me tegen mijn oudste zoontje roepen: ,,Hou op! Stop met je gezeur! Ik wil eten! Ik heb geen zin om elke hap bij jou naar binnen te lullen!''

Ja, het kan hier soms erg gezellig zijn aan tafel.

We hebben één regel, namelijk: als je dat niet opeet, dan geen toetje. Maar dat is toch weer onderhandelbaar: soms betekent dat `je hele bord', soms nog drie happen macaroni (zorgvuldig op het bord bij elkaar geschoven) en soms betekent het: je moet dit proeven, of het nu er nu vies uitziet of niet.

De hongerwinter halen we er helemaal nooit bij – hebben we ook niet meegemaakt – en Afrika maar heel zelden. Toch kunnen we het soms niet laten, zeker niet als we geïrriteerd zijn. Als we vinden dat onze kinderen verwende krengen zijn die dankbaar zouden moeten zijn voor wat wij op tafel zetten.

We hadden al een tijd niks over de arme landen gehoord, toen ze ineens ter sprake kwamen. Ons jongste zoontje zat tegen een bord rijst met kip aan te hikken. Ik had er spijt van dat ik hem te kort voor het eten nog een bakje chips had gegeven en wilde net gaan dreigen met de toetjesmaatregel, toen mijn oudste zoontje het woord nam. ,,Zeg Benjamin'', zei hij gedecideerd, ,,er zijn ook kinderen in andere landen, die krijgen alleen maar rijst. Zulke borden rijst. Nou, als die zo'n lekker kippetje zouden krijgen, dan zouden ze dat héérlijk vinden.''

Zojuist verscheen van Ewoud Sanders: Nooit meer uitslapen. Kleine kroniek van het moderne gezinsleven. Uitg. L.J. Veen, ƒ19,90. 118 blz. ISBN 90 204 2130 1