De agent ontkent

In Brazilië wil de militaire politie nog wel eens het recht in eigen handen nemen. Vooral de armen zijn het slachtoffer van hun zelfgenoegzame represailles.

Blote engelen versieren de rechtszaal van Rio de Janeiro. Tegen een achtergrond van lichtblauw en roze hangt een doorboorde Jezus met denkrimpel. 'Dat de verdachte ontkent, komma, de slachtoffers te kennen, komma, of nee, doe maar punt komma, en waar waren we ook alweer? Ach ja, dat hij de nacht van feiten slechts pils dronk met zijn collega's. Punt. Heeft u dat?', vraagt de rechter aan de griffier die het dictee ter plekke uittikt op een vergeelde computer.

De bombastische omgeving van de rechtszaal staat in schril contrast met het proces. Links gapen de zeven juryleden in hun zwarte capes. Rechts tekent de piepjonge openbaar aanklaagster poppetjes in een schrift. En helemaal in het midden, in de prachtig bewerkte getuigenbank, valt ook de verdachte uit de toon. Vadsig, met een terugwijkende kin en lege koeienogen, kijkt hij steeds weer achterom de zaal in. Het prototype van de Braziliaanse politieagent. Beschuldigd van een even typische Braziliaanse politiemisdaad: de moord op twee zwarte jongens uit de sloppenwijk, en de poging tot moord op nog drie anderen. 'Een geval van prepotência', legt rechter Iván Cury mij later uit boven zijn diepvriesmaaltijd. 'De zelfgenoegzaamheid van militaire politieagenten die zich ergens beledigd door voelen en zich zomaar genoegdoening verschaffen.'

De rechter vraagt of de verdachte nog iets aan zijn getuigenis heeft toe te voegen. De agent heeft net een verhaal opgedist dat hij en zijn drie medebeschuldigden eigenlijk ergens anders waren, en toen een overval op een benzinestation verijdelden. 'Hééft u nog iets te zéggen?', zegt de rechter, terwijl de verdachte zich verschrikt naar hem terugdraait. 'Ja, eh', zegt de agent. 'Ik geloof dat ik wil zeggen dat aan deze handen geen bloed zit.'

De rechter trekt zijn wenkbrauwen op. 'Meer?', vraagt hij. 'Ja', antwoordt de agent. 'Dat ik, als ik tot God bid, hem vraag om mij te beschermen.' 'Da's mooi', besluit de rechter als de printer is uitgerateld. 'Dan mag meneer nu zijn verklaring ondertekenen.' De agent grijpt de pen vast alsof het een schroevendraaier is. Nadat het ding twee keer uit zijn handen is gegleden, staat zijn paraaf dan toch op papier. 'Pauze', verklaart de rechter en laat een gong klinken.

Publiek is er haast niet in de rechtszaal.

De misdaad is dan ook al vier jaar geleden gepleegd. Alleen de moeder en de vriendin van de verdachte zitten er. En een paar collega's in uniform. 'Het is moeilijk', zeggen de maten terwijl ze de rook van hun sigaretten diep inhaleren. Natuurlijk zijn ze zich ervan bewust dat de politie in Brazilië geen beste naam heeft. 'Maar dat ligt ook aan de pers.' Inderdaad. Een greep uit de serieuze krantenberichten van de laatste weken: Politie doodt minderjarigen in sloppenwijk Alemão. Politie gijzelt taxichaffeur en eist 10.000 Real (gulden) losgeld. Politie martelt zwarte kapper met elektrische schokken.

'Is het vreemd dat met name de armen de politie niet als hun beste vriend beschouwen?', vraag ik. 'Neem de drie die geprobeerd zouden hebben mijn cliënt te vermoorden', zegt de advocaat van de verdachte. 'Ééntje is onlangs doodgeschoten tijdens een bankoverval', telt hij op zijn vingers. 'En de andere twee zitten gevangen wegens diefstal.' Nee, natuurlijk vindt hij dat geen reden om op hen te schieten. In Brazilië bestaat geen doodstraf. 'Maar het is wel het soort waar mijn cliënt mee te maken krijgt, begrijpt u?'

Na de pauze volgt een bizarre vertoning. Met klemtonen en uithalen begint een employee van de rechtbank uit de droge processtukken voor te lezen. 'Dat hij op de grónd lag en sméékte om niet te sterven en dés-on-d nks verdachte A. zijn pistóól hief en hem neerkn lde.' Uit de voorlezing wordt duidelijk dat de verdachte en zijn kameraden bewust op de slachtpartij uit zouden zijn geweest. De reden? Een van de slachtoffers zou een paar dagen voor de moord - opzettelijk of per ongeluk - een voet hebben uitgestoken, waardoor een van de agenten was gestruikeld.

'Het probleem met dit soort politiezaken is dat maar weinig mensen de moed hebben om te getuigen', zegt de rechter tijdens de volgende pauze. Toch meent hij dat de Braziliaanse justitie eerlijker en beter is dan bijvoorbeeld de Amerikaanse. Maar dan moet hij toch toegeven dat Brazilië als enige land ter wereld officieel twee soorten gevangenissen heeft. Mooie luxe etablissementen voor mensen die gestudeerd hebben en propvolle beestenhokken voor de rest. Ook blijven staatsdienaren als politieagenten of rechters meestal op vrije voeten, terwijl de armen hun tijd achter de tralies doorbrengen. 'Maar dat heeft niets te maken met de procesgang zelf.'

Ook deze politieagent is op vrije voeten. Zijn drie compagnons zijn vandaag niet komen opdagen, dus kunnen zij nu al helemaal niet berecht worden.'Daarvoor moeten we nu weer een ander proces voeren', verzucht de rechter. De enige gevangene die met handboeien de rechtszaal wordt binnengeleid, is een van de slachtoffers. 'Maak die boeien maar los', zegt de rechter. 'Iemand moet hier een beetje vrij kunnen praten, toch?' Hij begint de jongen te ondervragen, die bedremmeld antwoord geeft. 'Duidelijker praten!', roept de rechter. 'Ik versta hier geen jota van. Begrijpt ú nou wat hij zegt?', vraagt hij de juryleden. Bij elke zin die de jongen zegt, herhaalt de rechter: 'Dus je zegt, de auto stopt, er springen vier politieagenten uit met getrokken pistolen. Eentje zet een pistool op het hoofd van je vriend Rodrigo. Juist ja.'

Uiteindelijk wijst de rechter op de verdachte. 'Was híj, hé, kijk goed! Was híj een van de mensen die jou over de grond sleepten en op je schoten?'

De jongen antwoordt dat hij gelooft van wel. 'En waarom schoot hij je dan niet dood?', vraagt de rechter. 'Omdat ik geloof dat ze verderop nog iemand anders wilden afmaken', zegt de jongen. 'Dat gelóóf je, maar je weet het dus niet zeker', besluit de rechter.

Voordat de jury zich terugtrekt voor beraad, is er nog één getuige. De portier van het gebouw waarvoor de slachtpartij plaatsvond. Ondanks het dreigement van de rechter dat hij hem zal vervolgen wegens meineed, houdt de portier vol dat hij die nacht 'niets heeft gezien en niets heeft gehoord'. Alleen een beetje confusão (verwarring). 'Shit', roept de rechter. 'Als je nog één keer dat woord confusão gebruikt, laat ik je dagvaarden!'

Uiteindelijk wurmt de portier zich er zonder kleerscheuren uit. Ja, goed, hij heeft schoten gehoord. En hij heeft de deur opengedaan voor een van de slachtoffers. Er kwam bloed uit zijn hoofd en zijn mond, ja. Maar nee, hij kende het slachtoffer niet. En van politie weet hij niets af.

'Die rechter heeft makkelijk praten', zegt de portier wanneer hij zwetend de rechtszaal uitkomt. 'Waar die rechter woont zijn geen schietpartijen. Maar wel waar wij moeten wonen. Ik zie nooit iets. Ik ben vrienden met iedereen. En daarom leef ik nog.'

De jury verklaart de agent schuldig aan moord. De rechter veroordeelt hem tot 24 jaar gevangenisstraf. Maar tot zijn beroep blijft de verdachte op vrije voeten. M

Marjon van Royen is correspondent van NRC Handelsblad in Zuid-Amerika.