CYANOBACTERIËN WEERDEN UV-STRALING AF MET IJZERKORSTJES

Cyanobacteriën (blauwwieren) hebben in het verre verleden van de aarde in ondiep water kunnen overleven ondanks de toen zeer sterke ultraviolette straling. Het primitieve leven werd zo'n 2,5 miljard jaar geleden nauwelijks tegen de UV-straling beschermd. Veel cyanobacteriën leefden destijds in diep water; dat bood een goede afscherming tegen de straling. Er zijn inmiddels echter steeds meer duidelijke aanwijzingen gevonden (in de vorm van fossiele algenmatten en vergelijkbare structuren) dat de cyanobacteriën destijds ook in zeer ondiepe wateren leefden, die mogelijk zelfs af en toe tijdelijk droogvielen.

Een groep onderzoekers van de Universiteit van Leeds heeft daarvoor nu een verklaring gevonden (Geology, sept.). Ze isoleerden cyanobacteriën uit een hete bron (de Krusovik) op IJsland, en plaatsten die in een oplossing die rijk was aan ijzer en silica. Al spoedig bleken zich een soort korstjes van met ijzer verrijkt silica rondom te cellen te vormen. Vervolgens werd de kweek blootgesteld aan ultraviolette straling met een intensiteit die waarschijnlijk overeenkomt met die aan het aardoppervlak van 2,5 miljard jaar geleden. Bij een dergelijke intensiteit houden cyanobacteriën onder normale omstandigheden op te functioneren. De `omkorste' cellen bleken echter ook onder blootstelling aan sterke UV-straling te blijven groeien, en ook bleef fotosynthese plaatsvinden.