BOSATLAS IS NIET DE ENIGE

Is op de onderwijsmarkt naast de Bosatlas nog ruimte voor een andere atlas? Jazeker, aldus uitgeverij Malmberg. De digitale concurrenten

Dit jaar mochten leerlingen bij het eindexamen aardrijkskunde voor het eerst een atlas gebruiken. Dat past bij het studiehuis, dat leerlingen minder van buiten wil laten leren en meer vaardigheden wil laten toepassen. Bij het vak aardrijkskunde zijn kaartvaardigheden belangrijk. Het ministerie verordonneerde dat de betreffende atlas een Bosatlas van uitgeverij Wolters-Noordhoff moest zijn. Andere uitgeverijen tekenden daartegen protest aan. Zij vinden dat het ministerie één educatieve uitgeverij bevoordeelt.

``Het voorschrijven van één specifiek product van één uitgever is zeer ongebruikelijk, beperkt de mogelijkheden van een eerlijke concurrentie en formaliseert de bestaande monopoliepositie van Wolters-Noordhoff in de markt van schoolatlassen'', schrijven vijf educatieve uitgeverijen in een brief aan staatssecretaris Adelmund van onderwijs.

Hoewel de brief al dateert van december 1999 heeft het ministerie er nog niet op gereageerd. Daar vindt men dat de uitgevers drukte maken om niets. In het examenbesluit, het enige document met een juridische status, staat namelijk alleen dat er als hulpmiddel een atlas gebruikt mag worden. Om scholen en vragenmakers duidelijkheid te verschaffen bepaalde het ministerie later in een toelichting in het blad Uitleg dat de betreffende atlas een Grote Bosatlas moest zijn. ``Als er maar één atlas is, kunnen we maar naar één atlas verwijzen'', zegt een woordvoerster. ``Bovendien verwijzen de uitgevers in hun boeken ook allemaal naar de Grote Bosatlas.''

De Bosatlas is een voortreffelijke schoolatlas, misschien wel de beste ter wereld. Het Nederlandse onderwijs mag zich gelukkig prijzen met deze atlas die expliciet is toegesneden op het onderwijsprogramma en met een ingrijpend herziene druk komt als de onderwijsprogramma's veranderen. Zoals bij de invoering van de basisvorming en het studiehuis. Dat de Bosatlas veel kwaliteit heeft wordt nog eens onderstreept door zijn internationale doorbraak in het afgelopen decennium, waarin vele buitenlandse edities verschenen.

Binnenlandse concurrenten heeft de Bosatlas al lang niet meer. Meulenhoff heeft in het recente verleden twee keer geprobeerd een alternatief voor de Bosatlas in de markt te zetten. In de jaren '60 kwam de Amsterdamse uitgever met een Nederlandse versie van een Oostenrijkse schoolatlas, eind jaren '70 met een aangepaste editie van een Zweedse schoolatlas. Tot een echt eigen atlas was men blijkbaar niet in staat. Beide pogingen mislukten. Nederlandse scholen zwoeren bij de Bosatlas.

De Meulenhoff-atlas heeft Wolters-Noordhoff destijds wel wakker geschud. Uitgever Ad van Holten van Wolters-Noordhoff: ``Omdat de Bosatlas onvoldoende vernieuwde rook Meulenhoff een kans. Wij hebben onze toenmalige hoofdredacteur, prof. Ormeling, toen de vrije hand gegeven om de atlas grondig te moderniseren. Sindsdien houden we ons de concurrentie van het lijf door onze atlas doorlopend te actualiseren en te verbeteren. Als we op onze lauweren zouden gaan rusten zouden er gaten vallen waar de concurrentie in kan springen. Dat proberen we te voorkomen. Niemand kan zich de investeringen veroorloven die wij in de Bosatlas doen.''

Nieuwe druk

Wolters-Noordhoff investeerde zo'n tien miljoen gulden in de nieuwe druk van de Grote Bosatlas die dit voorjaar verscheen. Dankzij zijn monopoliepositie op de Nederlandse markt, de succesvolle buitenlandse edities en de intensieve, kostenbesparende samenwerking met toonaangevende Amerikaanse en Italiaanse atlasproducenten waarmee gezamenlijke digitale databestanden werden opgezet, kan de uitgeverij deze investeringen terugverdienen.

Wat zeuren de andere uitgevers dan? Moeten we in Nederland juist niet ontzettend blij zijn dat we over een atlas als de Bosatlas beschikken? Jakob Schuiringa, uitgever bij Malmberg een van de vijf bovengenoemde `dwarsliggers' en zelf geograaf: ``We hebben veel respect voor de kwaliteit van de Bosatlas en voor de marktpositie die Wolters-Noordhoff heeft weten te veroveren. Die sterke positie mag Wolters-Noordhoff niet verweten worden, dat moeten uitgeverijen zichzelf verwijten. Wolters-Noordhoff maakt ook geen misbruik van die positie en de Bosatlas is ook zeker niet duur voor het gebodene. In deze tijd waarin terecht zeer scherp gelet wordt op het creëren van geschikte omstandigheden voor volledig open concurrentie, past het echter niet dat de overheid via regelgeving de ontstane monopoliepositie formaliseert. Daarmee maakt de overheid het andere uitgeverijen moeilijk, zo niet onmogelijk tot die markt toe te treden. Het onderwijs is gebaat bij een pluriform aanbod waarbij de klant kan kiezen. Dat komt uiteindelijk ook de kwaliteit van de Bosatlas ten goede. Dat zal men ook bij Wolters-Noordhoff beamen.''

Is er dan op de Nederlandse onderwijsmarkt plaats voor een atlas naast de Bosatlas? Is concurrentie überhaupt mogelijk? Volgens Schuiringa wel. Er zijn al een paar atlassen die zouden kunnen uitgroeien tot een alternatief voor de Bosatlas. Zo is er de digitale Encarta-atlas van Elsevier/Microsoft (onlangs verkocht aan PCM) voor docenten die, nu of straks, liever een digitale atlas gebruiken. De Amsterdamse uitgeverij Hebri heeft vorig jaar een schoolatlas op de markt gebracht, die bedoeld is voor Antilliaanse en Surinaamse scholen, maar ook geschikt gemaakt zou kunnen worden voor Nederlandse scholen. Scholen met veel Antilliaanse en Surinaamse leerlingen hebben wellicht nu al een voorkeur voor deze atlas, maar durven die niet te gebruiken in verband met de examenvoorschriften. Zelf broedt Malmberg op plannen voor een eigen atlas die beknopter en goedkoper is dan de Bosatlas en direct aansluit bij aardrijkskundeschoolboeken die Malmberg zelf op de markt brengt. Toen Meulenhoff met een eigen atlas kwam was deze uitgeverij marktleider in aardrijkskundeschoolboeken, nu is Malmberg dat. Uitgeverijen vinden het blijkbaar niet leuk als ze moeten verwijzen naar een product van een concurrent.

cd-rom

Van Holten denkt dat er sprake is van `ordinaire broodnijd'. Verwijzend naar de spoorwegen, de telecommunicatie en de elektriciteitsvoorziening, en expliciet wijzend op zijn eigen belang, vraagt hij zich af of meer concurrentie leidt tot betere producten en tevredener klanten. Tot nog toe informeerde hij andere educatieve uitgevers altijd tijdig en uitgebreid over op handen zijnde veranderingen in `zijn' Bosatlas, zodat zij daarop konden inspelen. Als uitgeverijen opteren voor een eigen atlas houdt hij daarmee op.

Mogelijk steekt niet zozeer de door het ministerie onderstreepte onaantastbare positie van de papieren Bosatlas de andere uitgeverijen, maar de digitale bijproducten die steeds belangrijker worden. Uitgeverijen als Malmberg hebben de afgelopen jaren veel geld gestoken in eigen software en digitale databestanden die zijn toegevoegd aan hun aardrijkskundemethoden. Bij de nieuwe Bosatlas zit nu een cd-rom met vele digitale mogelijkheden. De Bosatlas ontwikkelt zich van een papieren product tot een digitaal geografisch informatiesysteem. Binnen het aardrijkskunde-onderwijs worden digitale vaardigheden steeds belangrijker. Die boot willen de andere educatieve uitgeverijen niet missen.

Nu er officiële experimenten gaande zijn waarbij digitale vaardigheden getoetst worden aan de hand van de digitale data die zijn toegevoegd aan de Bosatlas, is dat een reëel gevaar. Daarom protesteren de uitgevers bij de staatssecretaris `tegen de verplichting van de Bosatlas en de dreigende verplichting van de bijbehorende statistische data'. Zij vragen Adelmund ``de examens zo in te richten dat de vragen niet uitsluitend met één specifiek product van één aanbieder door leerlingen te maken zijn en waar nodig de regelgeving hierop aan te passen''. Haar woordvoerster laat weten dat er zeker een gesprek komt, maar dat daarmee geen haast wordt gemaakt.