Afgedreven

De abortuspil is ruim een jaar in Nederland verkrijgbaar. Alleen in een ziekenhuis of abortuskliniek. Maar waarom mag de huisarts geen overtijdbehandeling geven? Waarom heeft de abortusboot een abortuskliniekvergunning nodig?

Deze zomer voer de abortusboot van Women on Waves onder veel mediabelangstelling naar Ierland. Zonder abortuskliniekvergunning. De artsen van Women on Waves (WoW) wilden overtijdbehandelingen met de abortuspil (zie kader) uitvoeren. Ze hadden daarvoor wel een vergunning aangevraagd, maar die was nog niet verleend toen de trossen los gingen. Uiteindelijk zijn er geen overtijdbehandelingen uitgevoerd, zeggen de artsen die meevoeren.

Journaliste Elinor Burkett, die aan boord van het schip was, beschrijft echter in het Amerikaanse tijdschrift Elle (sept. 2001) hoe `een Nederlandse arts' na uitleg drie verpakkingen van de abortuspil achterlaat bij drie politieke vluchtelingen. Als de arts terugkeert in de abortuscontainer zijn de pillen weg en zijn de drie vrouwen ook weg. De vluchtelingen konden Ierland niet verlaten voor een abortus, schrijft Burkett. WoW ontkent ``ten stelligste'' dat dit is gebeurd en schrijft het verhaal toe ``aan de sensatiezucht van de betreffende journaliste''.

Women on Waves wil de abortuscontainer vaker gaan gebruiken en wacht af of ze de vergunning krijgt. De beslissing wordt in de komende weken verwacht, want het ministerie moet binnen zeven maanden besluiten. WoW-advocate mr. Ite van Dijk: ``Ik kan me niet voorstellen dat het ministerie van VWS de aanvraag afwijst. En als dat wel gebeurt ben ik erg benieuwd naar de motivering. Aan alle eisen is nauwkeurig voldaan. Er zijn mogelijkheden voor inspectie en er gaat altijd een gynaecoloog mee. Ook het protocol voor de behandeling, de rapportage en de nazorg is zeer zorgvuldig.''

Abortusarts Rebecca Gomperts en gynaecologe dr. Gunilla Kleiverda voeren afgelopen zomer mee naar Ierland. Vorige maand schreven ze een evaluatie en toekomstvisie. De abortuspil staat daarbij centraal. In Ierland is abortus verboden, maar als vrouwen die abortus willen aan boord van het Nederlandse schip gaan, kunnen ze buiten de Ierse territoriale wateren een abortus ondergaan. ``Om complicaties bij een curettage op volle zee te vermijden, is besloten om alleen gebruik te maken van de abortuspil,'' schrijven Gomperts en Kleiverda.

De abortuspil, een paar dagen later gevolgd door het medicijn misoprostol dat de baarmoederwand laat samentrekken, veroorzaakt bij 96% van de vrouwen die niet langer dan 9 weken (63 dagen na hun laatste menstruatie) zwanger zijn een spontane abortus. Het enige wat Ierse vrouwen buiten hun nationale territoriale wateren hoefden te doen was de abortuspil slikken. Het misoprostol dat twee dagen later de dan dode vrucht afdrijft is een ook in Ierland verkrijgbaar middel dat de maagwand beschermt tegen maagzweren. Het wordt gebruikt door mensen die veel asparine-achtige pijnstillers (NSAID`s) slikken. Dat middel mag daarom wel op het Ierse vasteland worden geslikt. De aldus opgewekte vruchtafdrijving is een miskraam, want de foetus leeft twee dagen na het slikken van de abortuspil niet meer. En hulp bij een miskraam is zelfs op het Ierse vasteland niet verboden. Bij een paar procent (3 tot 4%) van de vrouwen komt de foetus niet los en is alsnog een curettage noodzakelijk. De Nederlandse artsen hadden die curettage eventueel in het kalme water van de haven kunnen uitvoeren, ``omdat het hulpverlening bij een niet strafbare miskraam betreft''. Ierse vertrouwensartsen mogen de zuigcurettage als miskraambehandeling overigens ook uitvoeren zonder strafbaar te zijn.

Het contact met Ierse pro-abortusorganisaties en sympathiserende artsen garandeert ook de nazorg die een abortusarts wettelijk moet kunnen bieden. Ook de Nederlandse abortusartsen laten die nazorg meestal aan de huisarts over. Advocate Ite van Dijk: ``De Nederlandse overheid kan zich nauwelijks permitteren op dit punt heel puriteins te worden. Jarenlang werden in de Nederlandse abortusklinieken meer buitenlandse dan Nederlandse vrouwen geholpen. Die gingen ook allemaal snel weer naar huis en waren verloren voor de nazorg waar de Nederlandse abortusklinieken officieel toe verplicht waren.''

Kleiverda en Van Dijk denken dat een afwijzing van de vergunning eerder politieke dan medische beweegredenen zal hebben. De neiging van de Nederlandse regering om het buitenland te tarten op het punt van abortus, euthanasie en de pil van Drion is niet groot meer. ``Als de minister de vergunning afwijst, is dat het begin van een lange bestuurlijke procesgang'', zegt Van Dijk. Woman on Waves wil die vergunning graag hebben om te laten zien dat ze geen loopje nemen met de voorschriften. Abortus en hulpverlening aan vrouwen moeten volgens de regels worden uitgevoerd, stelt WoW. ``Maar ondertussen ben ik er eigenlijk van overtuigd dat we voor de overtijdbehandelingen die WoW wil uitvoeren juridisch gezien helemaal geen vergunning nodig hebben,'' zegt Van Dijk.

Het ministerie van Volksgezondheid is het daar dus niet mee eens. De woordvoerder van het ministerie stuurt een fax met de oude Kamerstukken waaruit blijkt hoe het bestaande beleid in de afgelopen 20 jaar is ontstaan, na veel debat tussen voor- en tegenstanders van abortuslegalisatie. Het ministerie vindt dat overtijdbehandelingen in een ziekenhuis met abortusvergunning moeten worden uitgevoerd, maar de behandelingen vallen niet onder de voorwaarden van de abortuswet. Dat laatste betekent dat de vijf dagen bedenktijd niet nodig zijn. Bij de totstandkoming van de Wet Afbreking Zwangerschap is de overtijdbehandeling steeds buiten de wet gehouden. Pas in 1990, na jarenlange politieke discussies, is besloten om overtijdbehandelingen verplicht in klinieken met abortusvergunning te laten uitvoeren. De kapstok daarvoor was het Wetboek van Strafrecht waarin nog altijd staat dat ``Hij die een vrouw een behandeling geeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor zwangerschap kan worden afgebroken'' voor 4,5 jaar de gevangenis in kan draaien.

Van Dijk: ``Onzin. Dat artikel slaat niet op de overtijdbehandeling. Toen de abortuswet in werking trad is de overtijdbehandeling er willens en wetens buiten gehouden. De wetgever heeft toen behandelingen in de eerste 45 dagen na de laatste menstruatie tot gewoon medisch handelen bestempeld. Een arts die een overtijdbehandeling verricht, de morning-afterpil voorschrijft of een spiraaltje inbrengt na onbeschermde seks komt niet in de sfeer van het in de strafwet bedoelde `vermoeden'. De wetsgeschiedenis is daar duidelijk over. Dat kun je niet zomaar veranderen.'' Toch is dat precies wat er gebeurde.

In de jaren tachtig heeft de arts Charles Schlebaum in het Limburgse Beek, vrijwel onder de rook van bisschop Gijsen, een abortuskliniek-zonder-vergunning gedreven waar hij naar eigen zeggen alleen overtijdbehandelingen uitvoerde. Schlebaum, vanuit Oostenrijk waar hij nu werkt: ``Ik ben steeds op mijn vingers gekeken door de inspectie, want de inspecteur in Limburg was een Gijsenaanhanger. Ik had steeds moeilijkheden, maar ze konden niets tegen me doen, totdat de politiek in 1990 de interpretatie van de wet veranderde.''

compromis

Politieke tegenstanders van vrije abortus hebben de vrijstelling van de overtijdbehandeling steeds aangevochten. In december 1986 schrijft minister Elco Brinkman (volksgezondheid, CDA) nog aan de Kamer, na zich `andermaal te hebben verdiept in de wetsgeschiedenis van de Wet afbreking zwangerschap (WAZ)', dat `in algemene termen overtijdbehandeling niet onder de werking van de WAZ valt'. Nauwelijks vier jaar later keert het tij. Staatssecretaris Hans Simons (volksgezondheid, PvdA) schrijft de Kamer over het jezuïtisch compromis dat hij met zijn minister van Justitie Hirsch Ballin bereikte. Als een vrouw die `overtijd' is zich bij de kliniek meldt, wordt eerst een zwangerschapstest uitgevoerd, begint Simons. Daarna meldt hij een nieuw feit: die test is tegenwoordig erg betrouwbaar. En dank zij die moderne test valt iemand die een overtijdbehandeling geeft nu wél onder het Wetboek van Strafrecht. Want een arts die een overtijdbehandeling geeft en de positieve uitslag van een zwangerschapstest kent, móet wel het sterke vermoeden hebben dat hij een zwangerschap afbreekt. De strafbaarstelling wordt echter opgeheven als de overtijdbehandeling in een abortuskliniek plaatsvindt. Maar overigens, besluit Simons, blijft de conclusie van Brinkman van vier jaar eerder geldig: ``Overtijdbehandeling valt dus niet onder de Wet afbreking zwangerschap.''

Niemand heeft na 1990 deze ministeriële interpretatie van de wet aan de rechter voorgelegd. Schlebaum sloot zijn kliniek vooral om financiële redenen, zegt hij. En tegenwoordig is de situatie al weer anders: de meeste vrouwen hebben zichzelf al getest voordat ze voor een overtijdbehandeling komen.

Advocaat Van Dijk: ``De Hoge Raad heeft vijf jaar later, in een heel andere zaak, nog eens duidelijk gesteld dat een overtijdbehandeling niet als een afbreking van de zwangerschap in de zin van de WAZ kan worden aangemerkt. Maar zolang je niet opnieuw naar de rechter gaat weet je nooit honderd procent zeker hoe het zit.''

Het ministerie is ook in verwarring nu de abortuspil een overtijdbehandeling buiten de kliniek makkelijk mogelijk maakt. In het Kamervragenuurtje op 12 juni, waar de ministers Borst (volksgezondheid) en Korthals (justitite) Kamerleden tegenover zich vonden die boos waren over het uitvaren van de abortusboot, antwoordde Borst op een vraag van het (niet-verontwaardigde) GroenLinks-Kamerlid Hermann dat ook zonder WAZ-vergunning de artsen op de abortusboot best overtijdbehandelingen mogen uitvoeren. Maar ruim een jaar eerder zei ze nog (25 januari 2000) tegen het verontwaardigde Kamerlid Van der Vlies (SGP) dat gebruik van de abortuspil ``een vorm van zwangerschapsafbreking (is) waarvoor de WAZ geldt''.

Niet alleen de opvarenden van de WoW-abortusboot willen duidelijkheid over de plaats waar overtijdbehandelingen mogen plaatsvinden. ``Ik heb op 21 oktober 1999 aan de inspectie van de volksgezondheid gevraagd of de huisarts de abortuspil mag voorschijven. Ik heb ook betoogd dat dat op farmaceutische en medische gronden wettelijk mogelijk moet zijn'', zegt de Amsterdamse huisarts en abortusarts Pieter Wibaut. Anderhalf jaar later, op 11 mei 2001, kreeg Wibaut als antwoord dat hij geen antwoord krijgt. Inspecteur voor de gezondheidszorg D.J. van der Plas schrijft: ``Uw verzoek (...) is doorgeleid naar de beleidsafdeling van VWS. Ondanks enkele herinneringen (van de inspectie) mocht u nog geen antwoord ontvangen. Ik vind dit betreurenswaardig.''

Kleiverda: ``Ik vind de onduidelijke regelgeving ernstig. Je ontneemt vrouwen die een overtijdbehandeling of abortus thuis willen ondergaan die mogelijkheid. Bij goede samenwerkingsafspraken tussen huisartsen en abortusklinieken of ziekenhuizen is dat met de abortuspil heel goed mogelijk.''