Wim Peters

Wim Peters won in 1927 het nationale kampioenschap hinkstapsprong met een afstand van 15,48 meter. Als hij in 1999 die afstand had overbrugd, was hij ook kampioen geworden. Die afstand was zo abnormaal dat de volgende 36 jaar niemand die verbeterde. Pas in 1963 overtrof Henk Evers de oude sprong met dertien centimeter. We hebben hier te maken met een buitengewoon atleet, wat ze in Zwolle goed begrijpen.

Die gemeente heeft namelijk besloten een zevental nog op te leveren straten te vernoemen naar oud-sporters, zoals Beb Bakhuys, oud-voorzitter van de Nederlandsche Voetbalbond Jasper Warner en dus Peters. Op één naam na, die van Pim Mulier, hebben die sporters iets met Zwolle te maken. Op 5 juli 1903 is Peters geboren in Meppel, maar verhuisde op zijn derde al naar Zwolle om die stad tot zijn dood in 1995 niet meer te verlaten. De argumentatie van het college van B en W om Peters voor te dragen luidt: `Peters was een atletiekfenomeen. Hij nam op het onderdeel hinkstapsprong deel aan drie Olympische Spelen: 1924 (11de), 1928 (7de) en 1932 (5de). Hij weigerde deel te nemen aan de Spelen van 1936 in Berlijn'.

Want de atleet had principes en daarom voelde hij er niets voor om naar Berlijn te gaan om zich daar voor de nationaal-socialistische kar te spannen. In 1943 begroette hij als bestuurder van atletiekclub P.E.C. twee potentiële leden met een NSB-achtergrond bijzonder vleiend: `U kunt maar beter naar een andere vereniging uitkijken. Bij ons is geen plaats'. De Sicherheits Dienst ontbond P.E.C. onmiddellijk na dit voorval en arresteerde Peters. Die werd uiteindelijk in het concentratiekamp Vught geplaatst. Hij overleefde dit kamp, maar belandde in 1945 opnieuw in een dodencel. Na een aanslag op een Duitse official werden vierhonderd mensen opgepakt als represaillemaatregel. Ruim honderd werden geëxecuteerd, maar ook dit keer ontsprong Peters de dans.

Niet verwonderlijk dat zo iemand blijvend aan de vergetelheid wordt ontrukt. Vooral door zijn sportieve prestaties zal hij worden herinnerd, want naast het al genoemde, bracht hij nog meer uitzonderlijke prestaties op zijn naam. In totaal won hij zestien keer het Nederlandse kampioenschap, waarbij zijn twee titels polsstokhoogspringen niet zijn meegeteld. In 1948 won hij als 45-jarige nog zilver op dat kampioenschap. Zes keer schreef hij een belangrijk toernooi in Engeland op zijn naam.

Toch moet het treurig voor hem zijn geweest dat de hinkstapsprong in Nederland relatief weinig voorstelde. Eén van de internationale toppers zijn op dat gebied in een land dat daar geen notie van heeft, is suf. Maar toch nog altijd minder suf dan een idioot moment in 1927: toen sprong Peters over de te kleine bak heen en blesseerde hij zich. Ook werd zijn sprong afgekeurd, want het was niet toegestaan buiten de bak te landen.

jurryt@xs4all.nl