Tegen als de Russen vóór zijn

De Koude Oorlog heeft vele gezichten. Van president Harry Truman tot Michaïl Gorbatsjov kennen we de hoofdrolspelers uit deze periode van scherpe confrontatie tussen Oost en West. Senator Henry `Scoop' Jackson (1912-1983), een centrale figuur uit dat tijdperk, komt er tot dusverre bekaaid van af. Weliswaar komt hij in de memoires van de meeste naoorlogse Amerikaanse presidenten en andere sleutelfiguren ruim aan bod, maar een gedegen biografie van de nu bijna twintig jaar geleden overleden senator van de Democratische Partij uit de staat Washington is pas onlangs verschenen.

Scoop Jackson was een `New Deal'-aanhanger van de oude stempel. Er was bij hem geen spoortje geloof in de werking van de tucht van de vrije markt. Meer dan veertig jaar lang koos Jackson in het Amerikaanse Congres consequent voor de opbouw van een stevig systeem van sociale zekerheid en ontpopte hij zich als spreekbuis van de Amerikaanse vakbonden. Hij was een van eerste pleitbezorgers voor stringente milieuvoorschriften en had op dat gebied een doorslaggevende stem. Zijn hoog `sociaal profiel' hielp hem ook aan een indrukwekkende reeks grote verkiezingsoverwinningen. Het was de economische depressie in de jaren dertig die Jackson van een levenslange drijfveer voorzag. `We hadden bijna een revolutie in ons land', zo meende Jackson aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Om dat soort onheil te voorkomen vond hij een sterke, actieve centrale overheid absoluut nodig.

Na de Tweede Wereldoorlog groeide bij Jackson, net zoals bij vele anderen, in snel tempo een diep wantrouwen tegen het communisme in het algemeen en tegen de Sovjet-Unie in het bijzonder. Het `verlies' van China in 1949, de Koreaanse Oorlog en de eerste kernproeven van de Sovjet-Unie waren een vruchtbare voedingsbodem voor een ambitieus Amerikaans bewapeningsprogramma, dat Scoop Jackson van harte toejuichte. Voor de in 1952 in de Senaat gekozen Jackson sloten de belangen van de Verenigde Staten en van zijn thuisstaat Washington naadloos op elkaar aan. De Boeing-fabrieken in Seattle en andere defensiebedrijven waren zeer gebaat bij de op gang komende wapenwedloop. Nogal krampachtig gaat de hier en daar nogal hagiografische biografie de vraag uit de weg of Scoop Jackson zich niet te veel liet leiden door deze grote en machtige defensie-industrieën. Was hij senator van de staat Washington of – zoals zijn politieke tegenstanders hem smalend noemden – Senator van Boeing?

Kernmacht

Hoe het ook zij, Jackson leidde de Democratische Partij in een frontale aanval op het beleid van president Dwight Eisenhower. Hij pleitte voor een verdubbeling van de defensie-uitgaven en het verder opschroeven van de conventionele bewapening naast de ontwikkeling van een robuuste kernmacht. Daarmee verschafte hij John Kennedy een krachtig wapen in de strijd om het presidentschap in 1960. Zelf is hij van deze vriendendienst aan Kennedy niet veel wijzer geworden. Was Jackson aanvankelijk de gedoodverfde kandidaat voor het vice-presidentschap, Kennedy koos met het oog op de stemmen in de zuidelijke staten voor de Texaan Lyndon Johnson.

Hoewel dat in de biografie niet zo duidelijk uit de verf komt, moet Jackson aan het begin van de jaren zestig de aansluiting met de latere hoofdstroom in de Democratische Partij hebben verloren. Hij moet teleurgesteld zijn geweest door Kennedy's late keuze voor Lyndon Johnson. Daarnaast had Jackson moeite met de vele politiek-maatschappelijke veranderingen die aan het begin van de jaren zestig op gang kwamen. Het door Jackson zo vurig bestreden gevaar van het communisme en de Sovjet-Unie sprak in de jaren zestig niet meer zo aan. Na de Cuba-crisis van 1962 kwam tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie langzaam een proces op gang dat uiteindelijk tot een politiek van détente en toenadering heeft geleid. De betrokkenheid bij de Vietnam-oorlog zette de Amerikaanse samenleving op scherp. Ook op dat gebied was Jackson ongevoelig voor de veranderingen in het politieke klimaat. Hij bleef lang vierkant achter het Vietnam-beleid van president Johnson staan en werd daardoor het mikpunt van de `New Left' in de Verenigde Staten.

Zijn eigenzinnigheid was het meest effectief in de jaren zeventig. Jackson was een `master of the detail' van de onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie op strategisch-nucleair gebied. Met het ABM-verdrag en de Salt-1 overeenkomst uit 1972 werd een op de zekerheid van wederzijdse vernietiging berustend veiligheidsbeleid vastgelegd. Voor president Richard Nixon en zijn nationale veiligheidsadviseur Henry Kissinger waren deze onderhandelingsresultaten een uiterst belangrijke mijlpaal op weg naar een goede verstandhouding tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Jackson vermoedde dat de Sovjet-Unie met het ABM-verdrag vooral probeerde de Amerikaanse mogelijkheden tot bescherming van het eigen grondgebied af te grendelen. Hij was een pleitbezorger `avant la lettre' van een anti-raketschild en had grote moeite met het in het ABM-verdrag opgeven van ambities in die richting. Dat in de Salt-1 overeenkomst de Sovjet-Unie werd toegestaan over meer intercontinentale raketten te beschikken dan de Verenigde Staten was hem een doorn in het oog.

In 1973 legde Jackson het buitenlands beleid van president Nixon verder aan banden. Hij slaagde erin een meerderheid in de Senaat te krijgen voor een amendement aan de Sovjet-Unie toe te kennen handelsvoordelen pas tot gelding te laten komen als de Sovjet-Unie elk jaar een minimum aantal joodse `refusniks' toestemming gaf te emigreren. Ook onder de presidenten Gerald Ford en zijn eigen partijgenoot Jimmy Carter fungeerde Jackson als de derde partij in de op zichzelf al buitengewoon gecompliceerde onderhandelingen tussen de twee supermogendheden. Jackson stelde zich daarbij zo halsstarrig op dat Jimmy Carter niet meer rekende op Jacksons steun aan het door hem met de Sovjet-Unie gesloten SALT-II verdrag, omdat `Scoop tegen elke overeenkomst stemt die de Sovjet-Unie bereid is te ondertekenen'. Uiteindelijk trok Carter het SALT-II verdrag na de Russische inval in Afghanistan in, maar op dat moment maakte goedkeuring ervan in de Senaat vanwege de door Jackson gemobiliseerde tegenstand al geen schijn van kans meer.

Reagan

`Jackson zorgde er in de jaren zeventig voor dat we de Koude Oorlog niet verloren, zodat Ronald Reagan die in de jaren tachtig kon winnen', zo luidde het oordeel van een van president Reagans naaste medewerkers. Dat tekent niet alleen het grote belang van Jackson toentertijd voor het buitenlandse beleid van de Verenigde Staten, het verklaart ook zijn tot nu niet zo prominente plaats in de geschiedenisboekjes. Miste Jackson onder Kennedy het vice-presidentschap, hij maakte in de jaren zeventig geen schijn van kans in de voorverkiezingen voor de Democratische kandidatuur bij de presidentsverkiezingen. Toen zijn ideeën weer in de pas liepen met het Amerikaanse electoraat en de hoofdbewoner van het Witte Huis, was Jackson zelf niet meer nodig. Medestanders en medewerkers uit zijn staf, zoals Richard Perle en Paul Wolfowitz, kwamen wèl in de Reagan-regering en ook onder president George W. Bush gaan ze ook weer aan de slag. Zo is er onder Bush een `revival' van Scoop Jacksons nadruk op militaire kracht als ruggengraat van het buitenlandse beleid. Ook de pleidooien voor een anti-raketschild stammen uit zijn erfenis. Als Jackson ergens nog steeds een grote betekenis aan ontleent, dan is het dat zijn geest nog steeds volop in de Amerikaanse hoofdstad aanwezig is. Deze biografie ontrukt hem terecht een beetje aan de vergetelheid.

Robert G. Kaufman: Henry M. Jackson. A Life in Politics. University of Washington Press, 548 blz. ƒ82,65