Perceval maakt kindermisbruik goed invoelbaar

In het toneelstuk Asem (Täter, 1999) van de nieuwe Duitse toneelschrijver Thomas Jonigk, wordt een netwerk van kindermisbruik blootgelegd, niet alleen de ouders, maar ook de huisarts, de buurvrouw, en opa doen mee. Het verstikkende aan de tekst is dat seks tussen ouders en kinderen als normaal wordt voorgesteld. De daders krijgen alle ruimte om zich te verschonen; als kijker kun je een heel eind meegaan in hun kromme apologieën, waarin het kind als schuldige of als volwaardig partner wordt gezien, of waarin onverbloemd de ouderliefde wordt bezongen. Jonigk geeft de tekst enige adem door twee kinderen bij elkaar te laten schuilen.

In Jonigks vaderland wordt Täter in een realistisch huiskamerdecor gespeeld. Ondanks het ongewone onderwerp is de tekst tamelijk anekdotisch, didactisch en overduidelijk; geen detail wordt ons bespaard. De tekst lijkt teveel op een voorlichtingsfilmpje. Het effect is vooral erg onaangenaam, de voornaamste emotie die je ervan krijgt is walging.

De Vlaamse regisseur Luk Perceval heeft voor zijn gezelschap Het Toneelhuis gelukkig de tekst flink onder handen genomen. In zijn versie is Asem meer een collage van stemmen, de onderlinge relaties en het verhaal zijn minder duidelijk. Percevals regie maakt het toneelstuk abstracter en laat meer verbeelding toe. Zijn acteurs spelen mooi ingetogen, bijna stilstaand. Vooral Inge Paulussen als de dochter speelt terloops, schijnbaar onverschillig, waardoor we maximaal met haar kunnen meeleven. Haar moeder, gespeeld door Veerle Eyckermans, maakt het meeste indruk met haar verongelijkte getuigenis waarin de dochter de dader is, die haar echtgenoot wil afpakken. Ter vervreemding laat Perceval zo nu en dan een actrice verkleed als schaap of droogzwemster het podium oversteken. Wellicht is dit bedoeld als luchtig intermezzo, maar niemand in de zaal heeft zin om te lachen, zodat ook andere komisch bedoelde scènes, als die waarin grootvader in een kinderwagen duikt, doodslaan.

Bij Perceval geen realisme, maar een door technici omstandig neergetakelde glasplaat van negen meter lang. De ruit – het enige decorstuk in het ontwerp van Annette Kurz – ziet er prachtig uit en is een geniale vondst die het stuk helderheid en eenheid geeft. De spelers moeten met zijn allen de ruit overeind houden, ze zijn eraan gekluisterd. Als één de ruit loslaat – wat de misbruikte kinderen proberen – moeten de andere meer moeite doen om het gevaarte overeind te houden. De ruit is de doorzichtige, met vette vingers bezaaide façade, maar je kunt er ook het grote geheim dat de daders en slachtoffers met elkaar verbindt inzien. En als vader langskomt met zijn grasmaaier, is de ruit ook gewoon de heg in de woonwijk. De koude, steriele glasplaat maakt het verstikkende onderwerp beter voelbaar dan Jonigks expliciete tekst.

Voorstelling: Asem van Thomas Jonigk door Het Toneelhuis. Regie: Luk Perceval. Gezien: 3/10 Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m 26/10. Inl. (0032-3) 224 8844 of www.toneelhuis.be.