Oud-coach Egbert van 't Oever overleden

Oud-schaatscoach Egbert van 't Oever is vanochtend in zijn woonplaats Lisse op 74-jarige leeftijd overleden. Hij leed al bijna anderhalf jaar aan darmkanker.

Van 't Oever begon na zijn actieve schaatscarrière als trainer. Hij leidde onder meer de vrouwenkernploeg, gewestelijke teams, Jong Oranje en mannenkernploegen. Als bondscoach van de KNSB trainde hij onder anderen Piet Kleine en Hilbert van der Duim, die hij in 1980 wereldkampioen zag worden.

Zijn grootste succes boekte hij in 1988, toen hij bij de Olympische Spelen van Calgary zijn pupil Yvonne van Gennip naar drie gouden medailles leidde, op de 1.500, 3.000 en 5.000 meter. De laatste jaren was Van 't Oever bij Sanex en DSB trainer en vertrouwenspersoon van Marianne Timmer.

In juli vorig jaar kreeg Van 't Oever te horen dat hij darmkanker had. Nog dezelfde maand volgde een operatie, waarbij een gezwel werd weggehaald. Organen bleken niet aangetast. Preventief kreeg hij in de vorm van injecties nog chemotherapie, maar dat heeft uiteindelijk niet geholpen. Hij liet zich meestal tussen wedstrijden behandelen en maakte een bijzonder fitte indruk.

Zijn laatste succes als coach was de Nederlandse sprinttitel van Marianne Timmer, rond de jaarwisseling in het vorige schaatsseizoen. Zelf stond Van 't Oever bij een kampioenschap als schaatser één keer op de hoogste trede van het podium. Hij was de beste bij het NK allround in 1954, in Zwolle. Het was in het vierde jaar van zijn periode van zes jaar in de kernploeg van Klaas Schenk, de vader van Ard.

Zijn Nederlandse titel in 1954 leverde Van 't Oever een startplaats op bij het Europees kampioenschap van het jaar daarop in het Zweedse Falun. Hij slaagde er niet in om zich bij de beste zestien te rijden en ging vervolgens als reserve mee naar het WK in Moskou.

In 1952 nam Van 't Oever voor het eerst deel aan de Winterspelen, in Oslo. Hij zag er naar uit om in februari volgend jaar, in Salt Lake City, zijn gouden olympische jubileum te vieren.