Ons masker is ons gezicht

Stephen Fry speelt Onno Quist in de film `The Discovery of Heaven', naar Mulisch' boek `De ontdekking van de hemel'. `Een meesterwerk', vindt Fry.

Harry Mulisch geestig? ,,Not exactly'', zegt Stephen Fry. Hij steekt met een vuist een denkbeeldige pijp tussen zijn tanden, kijkt streng door een denkbeeldige bril en zegt tussen samengeknepen kaken: ,,Of courssse, of courssse. Wat je ook zegt over zijn boeken, het is altijd `of courssse, of courssse'.''

Eerbied was waarschijnlijk niet wat de Nederlandse Nobelprijskandidaat op het oog had, toen hij voorstelde de Britse acteur te laten meedoen in The Discovery of Heaven, de door Jeroen Krabbé geregisseerde film naar Mulisch' roman De ontdekking van de hemel (1992). Wel Fry's boomlange, licht gezette gestalte, zijn liefde voor het glas, de sigaret en het schaakspel, zijn messcherpe woordkeus en de stroef-tedere mannenvriendschappen die zijn leven domineren. Die maakten Fry geknipt voor de rol van Onno Quist, gemodelleerd naar de in 1988 overleden schaker-schrijver J.H. Donner, Mulisch' boezemvriend, wiens gebrek aan eerbied legendarisch was.

Mulisch en Donner, `Max' en `Onno' – Fry `doet' ze allebei moeiteloos tijdens een vraaggesprek in The Groucho Club, het besloten kunstenaarshonk dat zijn Londense uitvalsbasis is. Mét een hysterische John Cleese, een stamelende president Bush en de Roemeense taxichauffeur in New York die zijn tot tranen geroerde moeder haar eerste supermarkt laat zien.

Nederland kent Fry (1957) vooral van zijn karikaturale koningen en generaals uit het Blackadder-epos. Van het studentikoze comedy-duo Fry & Laurie. Als Oscar Wilde uit biografische film Wilde. En misschien van zijn handjevol autobiografische romans vol gekwelde public school-jongens en excentrieke hoogleraren die in driedubbele ontkenningen spreken: ,,Ze was zich inderdaad niet bewust van het potentiële gebrek aan onbetekenendheid.''

Schrijver, acteur, komiek, zegt de jongste Who's who over Fry. De drie maanden die hij als tiener in de gevangenis doorbracht wegens creditcardfraude staan er niet in. Maar als hobby's geeft hij op: vloeken, roken, drinken en herbaria aanleggen. Zo'n act ,,past bij het beeld dat ik van mezelf heb'', schrijft hij ergens. ,,Of liever: het beeld dat anderen van mij hebben en dat ik vaak door geestelijke luiheid mijn zelfbeeld laat worden.'' Speelt hij zelf niet, en praat hij óver filmen, schrijven en acteren, dan is Fry de ernst zelf. Dat wil zeggen, als het niet naadloos overgaat in het tegendeel.

`Een meesterwerk', noemt hij het boek over de twee mannen die verliefd worden op dezelfde vrouw en de Regisseur in de hemel die wil dat haar zoon-met-twee-vaders de Tien Geboden bij Hem terugbrengt. ,,Het boek slaagt erin menselijke intimiteit, het oude thema van de liefdesdriehoek, wonderwel te combineren met theologie en filosofie, al begrijp ik de kritiek op Mulisch' neiging te paraderen met zijn ongelooflijke kennis wel.

,,Edwin de Vries, de scenarioschrijver, heeft veel intellectuele ballast moeten weggooien om te voorkomen dat de film bombastisch of pretentieus werd, maar toch heeft hij de bliksem in een fles gevangen. Ik ben er trots op dat ik in zo'n originele film speel: niet de unieke visie van een auteur-regisseur in de art house-traditie, maar ook geen populistische blockbuster. Het is een hommage aan een boek én zelfstandig entertainment.''

Is het, afgezien van de taal, een Nederlandse film?

,,Dat is moeilijk te zeggen. Met uitzondering van films als Spetters is er geen echt herkenbare Nederlandse cinema, zoals de Franse of de Italiaanse. Bij `typisch Nederlands' heb je het meestal over landschappen, of schilderkunst of architectuur. En natuurlijk dat je drugs kunt kopen zonder gearresteerd te worden. Die bourgeois-calvinistische achtergrond van Onno's ouders is ook typisch Nederlands.

,,Wij Britten zien het calvinisme als een onderdrukkende, donkere, van schuld vervulde, vreselijke kracht, maar zo simpel ligt het dus niet. Hoe kan het anders dat juist de Nederlanders een rolmodel voor tolerantie zijn, met hun homo-rechten en euthanasie-wetten? Natuurlijk! Ze hebben alle maniacs ooit naar Zuid-Afrika gestuurd. Zonder gekheid: prostituées met een vergunning passen bij een handelsnatie. Die betalen belasting en dat is goed voor de staat en ze zijn niet bang om naar de dokter te gaan dus zijn er minder ziektes. Je krijgt het gevoel dat het net zo goed een praktische oplossing is als een morele.''

Gaat de film ook over zulke keuzes?

,,Zeker. Moet Onno de politiek in? Is hij wel of niet de vader van Quinten, dat mysterieuze, magisch-realistische kind? Het raakt aan de eeuwige vraag of we een vrije wil hebben of niet. Het boek is daar trouwens vrij pessimistisch over: ons leven ligt in de klauwen van God.''

Voelt u zich wel eens God bij het schrijven?

,,Als je schrijft, schep je je eigen universum. Anderzijds zit de wereld vol gelukkige toevalligheden die God nooit voorzien kan hebben. Waarom zijn sommige dingen zo duizelingwekkend mooi? Bergen, rivieren, de zwaartekracht? Dat kan Hij niet allemaal ontworpen hebben. Of de plot van een verhaal. Soms vind je er een die wel een kogellager lijkt, een perfect-ronde bol. Dat kun je niet plannen op een mechanistische manier en toch zijn de resultaten soms verbazingwekkend. Ze laten ruimte voor ontwikkelingen die je niet kon voorspellen. Als God op dezelfde manier de newtoniaanse klok heeft gestart die zich daarna begint af te wikkelen, kan hij niet alles voorzien hebben van Mozart tot Auschwitz.''

Mulisch zou waarschijnlijk het omgekeerde zeggen.

,,Ja, ik heb zijn werkbladen gezien waarin elke bouwsteen van zijn verhalen exact is geordend. Beangstigend. We hebben geen van tweeën gelijk. Of je het universum nu ziet als geordend of niet, dat is alleen een manier om de dag door te komen. Ik heb Harry wel eens geplaagd door te vragen of hij uitkijkt bij het oversteken. Want het is voorbestemd dat er een bus over je heen rijdt of niet, dus uitkijken maakt geen verschil. `Ik ben kennelijk voorbestemd om iemand te zijn geworden die goed uitkijkt', zei hij.''

Hein Donner noemde schaken een kansspel.

,,Daar ben ik het mee eens, al klinkt het beter uit de mond van een internationaal erkend grootmeester dan een patzer [slechte schaker] zoals ik. Alleen al met wit spelen geeft je een enorme voorsprong, want wit wint statistisch vaker dan zwart. En er zijn veel meer toevalligheden: of je voorbereiding samenvalt met een gat in de voorbereiding van je tegenstander, het weer, herrie in de zaal, psychologische oorlog. Zoals de Smyslov Screw, genoemd naar de grootmeester Vassily Smyslov uit de jaren vijftig, die zijn stukken met een schroefbeweging op het bord neerzette. Dat verlamde zijn tegenstanders.''

Sommige auteurs zetten hun plot uit als een schaakspel.

,,Schaken heeft met deep thought te maken. Veel mensen zijn er bang voor omdat het zo'n fundamentele test van je intellect is. Ook door het freudiaanse idee van de koning als penis, natuurlijk. Daarom is verliezen zo vreselijk. Het is geen toeval dat je behalve in de wiskunde en de muziek alleen bij schaken wonderkinderen kunt hebben. Een literair wonderkind bestaat niet echt, want dat vereist ervaring met de wereld, interactie met mensen. Schrijven is sociaal. Maar cijfers, muziek en schaakbewegingen zijn volkomen abstract, een gesloten systeem dat alleen naar zichzelf verwijst. Het talent daarvoor is ingebakken. Dan kun je op je zesde een grootmeester worden, zoals Capablanca. Of een opera schrijven op je tiende.''

Wat voor schaakpersoonlijkheid had Donner?

,,Een ongewone. Hij was een held voor mij toen ik leerde schaken. Je had positiespel, waarbij het erom gaat de beste stelling te bereiken; niet speciaal passief maar ook niet echt romantisch. Maar Donner zette in zijn hoofd combinaties uit: een zet die de ander dwingt een zet te doen waardoor jij ... Dat lukt alleen door een stuk te nemen dat je tegenstander móet terugpakken, of door een stuk te offeren dat hij moet nemen, waardoor jouw volgende zet ... en zo verder. Dat zijn de meest romantische partijen.''

Schaken als dialoog?

,,Exact.''

Was het beangstigend een personage te spelen met wie u fysiek bent vergeleken en met wie u de schaakpassie deelt?

,,In a way. Gelukkig heeft Mulisch Onno in het boek een taalkundige gemaakt en geen schaker. Maar iemand liet me wat interviews met Donner zien. Zijn lichaamstaal, zijn eeuwige roken en zijn tubby postuur lijken nogal op mij. Toch denk ik dat hij agressiever was dan ik. Als hij vond dat iemand een idioot was, zei hij het ook. Daar ben ik te beleefd voor.''

Een vrouwenhater?

,,Dat was hij ook. Maar de Hongaarse zusjes Polgar hebben laten zien dat hij ernaast zat met zijn bewering dat vrouwen niet kunnen schaken op grootmeestersniveau. Donner wist niet wanneer hij iemand vernederde, hij had iets kinderlijks en wereldvreemds, zoals veel schakers. Niet politiek, wat ook bij veel schakers het geval is, maar eerder wat psychologen `gedissocieerd' noemen. Ze kunnen zich goed voorstellen wat andere mensen denken – daar gaat schaken om – maar om in het leven als persoon te slagen, moet je ook een talent hebben voor wat andere mensen voelen. Dat is veel meer wáár trouwens, want je kunt wel verkeerd denken, maar niet verkeerd voelen. Als je boos bent ben je boos, daar zit geen goed of fout aan. Maar als je niet kunt voelen wanneer andere mensen boos of jaloers of verlangend zijn – dat kon hij niet goed.''

Er is wel gezegd dat Mulisch Donners ontwikkeling heeft gehinderd. Donner wilde Mulisch worden in plaats van een betere schaker.

,,Ik weet niet of het door Mulisch komt of niet, maar als Donner minder in politiek of het café geïnteresseerd was geweest en meer in de 64 velden, zou hij wel een betere schaker zijn geworden. Maar een minder interessante man.''

Ziet u zo'n wederzijdse beïnvloeding tussen Onno en Max in de film?

,,Ja. Door het bedrog en verraad van de seksuele verhouding die ze allebei met de celliste Ada hebben. Een van de prachtige momenten van het boek is de instant vriendschap die ontstaat als ze elkaar voor het eerst ontmoeten. Een kosmische tweeling.''

U heeft uw vriendschap met Hugh Laurie ooit in dezelfde termen beschreven.

,,Toen we elkaar voor het eerst ontmoetten, in een volle kamer in Cambridge, waren we binnen twintig minuten samen teksten aan het schrijven alsof we elkaar ons hele leven al gekend hebben. Heel bijzonder, niet seksueel, zuiver vriendschappelijk, wonderbaarlijk. Als ik Hugh niet had ontmoet, was er niemand anders geweest die zo zijn plaats had ingenomen.

,,Dat voel je met die twee in The Discovery ook, al is het daar georganiseerd door de engelen. Die instant-connectie, een mengsel van spottende geamuseerdheid en tolerantie, de onuitgesproken kracht en loyaliteit die mannenvriendschappen hebben. Mensen die ze samen zagen, zeiden dat ze een natuurkracht waren.''

U schrijft ook over zulke vriendschappen meestal tussen een oudere en een jongere man.

,,De oudere mannen in mijn boeken zijn bijna altijd leraren. Voor een deel komt dat voort uit mijn verlangen om een Socrates te hebben. En een ander deel van mij wil er zelf een zijn. Dat is een natuurlijke roeping waartegen ik heb gevochten. Ik dacht altijd dat ik in Cambridge zou blijven als een professor of ergens anders zou gaan lesgeven. Maar de goedkope ijdelheden van komedie en de rest kwamen ertussen. Public schools en de universiteit zijn de werelden die ik het beste ken, ook al omdat ik naar zoveel verschillende scholen ben gegaan. Ik kán niet over een kantoor schrijven of het leger.''

Komt daar ook uw liefde voor taal en taalgrappen vandaan?

,,Je hebt schilders, bijvoorbeeld in de Nederlandse school, waar de verf onzichtbaar is. Bij een Van Eijck zie je geen penseelstreek, zodat je zijn wereld van licht wordt binnengetrokken zonder verf te zien. Maar er is een andere manier van schilderen waarbij de verf – de structuur, de beweging – bijna zelf het onderwerp is. Zo is het ook met taal. Bij mijn favorieten als Dickens en Joyce zijn de woorden zelf net zo belangrijk als het verhaal dat ze vertellen. Ik ben van dat soort.

,,Al komt het natuurlijk neer op het oude filosofische probleem: is het idee de vader van de gedachte of de gedachte de vader van het idee. Komt het woord eerst of niet? Orwell geloofde dat als je het woord `vrijheid' lang genoeg uit het woordenboek zou halen, het idee `vrijheid' ook zou verdwijnen – dat is het beangstigende van de newspeak uit 1984. Woorden zijn het enige wat we hebben in onze strijd tegen de leegte.''

In 1995 dook u onder, nadat u was weggelopen uit het slecht ontvangen toneelstuk `Cell Mates' en u overwoog zelfmoord. Later zei u dat u maar één iemand wilde zijn: niet Stephen Fry.

,,`Stephen Fry' had een imago aangenomen dat ik niet langer beheerste en begreep. Ik las dingen over mezelf die helemaal los stonden van mezelf. Het leek erop dat iedereen, ook mensen die ik nog nooit had ontmoet, wist wie Stephen Fry was, behalve Stephen Fry zelf. Als je bekend bent is het moeilijk te begrijpen dat een deel van jezelf van de anderen is.

,,Tot die tijd had ik alles gedaan zonder nadenken. Ik had succes, verdiende geld, maakte het mensen naar de zin met het soort dingen waarvoor ik op mijn zeventiende een arm zou hebben gegeven. En toch was ik ongelukkig. Dus moest er iets mis zijn. Daarom moest ik even uit mezelf stappen. Zeg ik achteraf.''

Kun je jezelf kennen als rollen spelen je dagelijks werk is?

,,Een van de dingen die ik in interviews vaak teruglees is dat ik veel praat, maar dat ik ook iets achterhoud. Mensen die alleen korte vraaggesprekken geven, hebben dat niet. Hoe meer je je geeft, hoe meer er kennelijk van je wordt verwacht. Ik zou willen dat mijn boeken en rollen voor zichzelf spreken. Maar dat gaat niet, want je staat nooit los van je werk en de wereld. In die zin ben ik nogal vrouwelijk denk ik. Mannen compartimentaliseren zichzelf – als vader, als echtgenoot, als minnaar, als zakenman. Vrouwen zien het meer als een continuüm. Dat geldt voor mij des te meer, want het is míjn lijf en míjn stem op het scherm. Ik weet niet beter wie ik ben dan u, vermoedelijk. Maar als je acteert lijkt het meer een issue te zijn.''

In uw geval wordt het een spiegelpaleis. Op school poseerde u als Oscar Wilde en later speelde u hem in de film.

,,Hij heeft er zelf een essay over geschreven: `De waarheid over maskers'. Zijn punt is dat de maskers die we dragen niet ons werkelijke gezicht verbergen. Ze zíjn ons gezicht. Ik schreef een boek waarin iemand die lijkt op mijn jongere zelf poseert als Oscar Wilde, die dan later als de echte Oscar Wilde poseert – de ironie daarvan is inderdaad fascinerend. En dan ook nog in aanmerking genomen dat Wilde als `de grote poseur' bekendstond.''

Is fictie een natuurlijker medium dan non-fictie?

,,Non-fictie bestaat, maar is onbetrouwbaar. Fictie heeft het voordeel waar te zijn. Die paradox is het hart. Mijn autobiografie [Moab is my washpot, 1997] staat vol leugens omdat ik identiteiten heb veranderd om gevoeligheden te sparen. Dat hoeft niet in fictie.''

Zien de mensen u buiten het Verenigd Koninkrijk als een archetypische Brit?

,,Ja, en hier ook. Ik moet erom lachen, want ik ben zelf maar half-Engels [Fry's joodse moeder vluchtte voor de nazi's uit Wenen]. Maar ik vraag me wel af wat er van mij was terechtgekomen als mijn vader de baan in Princeton had aangenomen die hij als natuurkundige in de jaren vijftig kreeg aangeboden. Hij deed het niet, omdat hij niet wilde dat zijn kinderen Amerikanen werden. Maar als ik door het Amerikaanse schoolsysteem zou zijn gegaan, zou het onwaarschijnlijk zijn dat ze me nu een typische Engelsman zouden noemden. Dan zou ik wel hetzelfde lijf hebben maar laik dis praten. Hoewel, misschien was ik ook wel zo'n Harvard-nerdie met een vlinderdasje geworden.

,,Waarom spreek en schrijf ik het Engels op mijn manier? Dat moet een mengsel zijn van Monty Python en Alice in Wonderland en God weet wat nog meer, dat in mijn oren is gegoten. Dat kun je niet vastspijkeren, maar het resultaat is een Engelse manier om met taal om te gaan, dezelfde taal als van de Amerikanen en toch anders.

,,Op gedragsniveau is het verschil nog veel radicaler. Toen ik John Cleese voor het eerst leerde kennen zei hij voortdurend: `Wees niet zo fucking beleefd, de hele tijd'. Waarschijnlijk zei hij dat óók omdat hijzelf zo hard met zijn eigen Engelsheid heeft gevochten, die hij als een vernietigende kracht beschouwt. Onze nationale emotie is gêne, gelooft Cleese, en dat is waar. Op ons landswapen staat `Dieu et mon droit', maar gisteren dacht ik: het zou eigenlijk `Sorry' moeten zijn. I'm sorry, I'm so sorry, I really am so sorry.''

Fry drukt zijn zoveelste sigaret uit. Hij moet weg. Maar hij wil nog wel even zeggen dat Holland trots op Mulisch moet zijn, want een profeet wordt in eigen land niet geëerd. O ja, en Nederlands is ,,een lekkere taal'', zegt hij accentloos. ,,Doeidoei.''

`The Discovery of Heaven' draait vanaf 25 oktober in de Nederlandse bioscopen, maar is daarvoor in een aantal plaatsen al te zien in het bijzijn van Jeroen Krabbé, Ate de Jong en Edwin de Vries: 10/10 Koning van Vlaanderen, Hulst; 11/10 Minerva, Maastricht; 16/10 City, Utrecht; 17/10 Cinemec, Ede. Inl. www.thediscoveryofheaven.nl