Met `gelovige' opponent valt niet redelijk te praten

Amerikaanse buitenlandse politiek wordt gemaakt door advocaten. En als er al geen advocaten aan het stuur staan, geldt toch altijd nog hun denk- en werkwijze. Er zijn tegengestelde belangen, er zijn verschillende visies, er zijn verschillende geschiedenissen, maar ergens is er ook `common ground'. In desnoods langdurige onderhandelingen wordt daarnaar gezocht en meestal blijkt die ergens halverwege te liggen.

De jaren vergende onderhandelingen tussen de VS en de Sovjet-Unie over beheersing van de strategische bewapening (arms control) paste in deze traditie. Het gemeenschappelijk belang was het voorkomen van een oorlog die gemakkelijk `nucleair' kon worden. Alle onderlinge argwaan ten spijt bepaalde dat belang de verhoudingen.

De tegenstander van nu is uit ander hout gesneden. Osama bin Laden wil de vernietiging van de Verenigde Staten, niet meer en niet minder. En al zal hij daarin niet slagen, hij is wel in staat gebleken Amerika ernstig te verwonden. Hoe ernstig moet eigenlijk nog blijken.

De weigering zelfvernietiging ook maar te overwegen was de leidraad van het handelen van de antagonisten tijdens de Koude Oorlog. Zelfvernietiging in dienst van de islam was het hoogste persoonlijke streven van de mannen die op 11 september toesloegen. Er zijn meer van die mannen, zo mag worden aangenomen. Bin Laden zal zoveel mogelijk geloofsgenoten aanzetten tot het brengen van het hoogste offer. Daarover laat hij in uitspraak na uitspraak geen twijfel bestaan.

Met zo iemand valt niet te praten, laat staan te onderhandelen. Zijn eisen zijn niet politiek geformuleerd in de zin dat zij aanknopingspunten bieden voor een tegenbod. Bijvoorbeeld zijn eis dat Israël moet verdwijnen. Het vredesproces met de Palestijnen wijst Bin Laden af, want Arafat heeft zich daarmee in handen gesteld van de vijanden van het geloof. Stichting van een Palestijnse staat, zoals president Bush met zoveel woorden heeft voorgesteld, zal Bin Laden niet op andere gedachten brengen. Want het betekent dat Israël blijft waar het is, dat `de joden' hun staat behouden in het land van de heilige plaatsen.

Iets dergelijks geldt voor een ander Westers anker in het Midden-Oosten, de Golfstaten, Saoedi-Arabië voorop. Bin Laden laat de Amerikanen boeten voor wat hij oordeelt de schending van de heilige plaatsen in zijn geboorteland te zijn. Hoe de Amerikanen daar zijn gekomen, is niet van belang. Bin Laden laat zich niet uit over de positie van Irak en de dreiging die in 1990 van dat land voor het hele Golfgebied uitging. Het Saoedische koningshuis verwijt hij de Amerikanen te hebben binnengelaten. Het is nu even verderfelijk als de ongelovigen die het uit goed begrepen eigenbelang ter wille heeft willen zijn. Politieke vraagstukken als de olievoorziening in de wereld en de stabiliteit in de regio interesseren Bin Laden niet. Zijn standpunt is metafysisch bepaald en daar valt niet op af te dingen.

In zijn afkeer van westerlingen op heilige grond, zeker de geüniformeerde variant, staat Bin Laden intussen niet alleen. In de goede oude tijd van voor 1990 golden de woorden van een Saoedische diplomaat als hoogste wijsheid: de Amerikanen moeten zijn als de wind, aanwezig maar niet zichtbaar. De diplomaat bedoelde dat de Amerikaanse macht juist voor stabiliteit kon zorgen als zij op afstand bleef. Macht is het grootst als zij niet gebruikt behoeft te worden. Maar toen Iraanse fundamentalisten de Amerikaanse ambassade in Teheran bezetten, de diplomaten daar gijzelden en Amerika niet optrad, was de wijsheid al vervluchtigd. En toen tien jaar later Saddam Hussein een lange neus maakte en Koeweit binnenviel, was het sprookje van de wind echt uit. Amerika's macht werd zichtbaar, werd gebruikt en had op die manier, ondanks het ongekende militaire succes, haar magie verloren. De overwinnaar is altijd kwetsbaar, zoals ook Amerika moest ervaren.

Amerika, gesteund door het Verenigd Koninkrijk, probeert nu het initiatief terug te winnen met een ultimatum, niet aan Bin Laden, maar aan de Talibaan, de machthebbers in het overgrote deel van Afghanistan. De Talibaan bieden bescherming aan Bin Laden. Zelf zeggen zij dat hij `gast' is en dat het gastrecht hun verbiedt op het ultimatum uitlevering van Bin Laden in te gaan. Zij hebben aangeboden te onderhandelen, maar onduidelijk is waarover. De VS hebben geweigerd op het aanbod in te gaan. Premier Blair zei op een congres van de Labour-partij: u geeft ons Bin Laden, of u staat de macht af, over het hoofd ziende dat die twee eisen elkaar dekken. Uitlevering van Bin Laden zou het ideologische einde van de Talibaan betekenen. Nog afgezien van de mogelijkheid dat Bin Laden niet alleen de gast, maar ook de feitelijke leider van de Talibaan is: voor een beweging die zich uitsluitend baseert op rechtlijnigheid in geloofszaken zou uitlevering van Bin Laden neerkomen op een schending van het geloof, op een doodszonde, op het eigen einde.

Hoewel de officiële uitspraken die de afgelopen weken over de status van de Talibaan zijn gedaan, niet altijd naadloos op elkaar pasten en twijfel kon ontstaan over wat men met Afghanistan feitelijk voorhad, lijkt de uitspraak van Blair duidelijk. Het dilemma is dat het einde van de Talibaan, hoe zeer dat van pas zou komen gezien de onmenselijkheid van dat regime, een terugkeer van de anarchie zou betekenen waaraan de koranleerlingen nu juist een einde hadden gemaakt. Een dilemma dat zich ook voordeed aan het einde van de Golfoorlog met betrekking tot Irak: wel graag een ander bewind, maar daar moet u, Irakezen/Afghanen, althans ogenschijnlijk, toch echt zelf voor zorgen, en zeker willen we geen versplintering, want die blaast het machtsevenwicht in de regio op en dan zijn de poppen pas echt aan het dansen.

Wie Bin Laden in handen wil krijgen, kan niet om de Talibaan heen. Met hun weigering de terroristenaanvoerder uit te leveren, hebben de Talibaan zichzelf in de vuurlinie geplaatst. De vraag rijst of een land zo onder druk mag worden gezet om een verdachte uit te leveren. Ook de Talibaan vragen om bewijzen van de betrokkenheid van Bin Laden voor de moordaanslagen in New York en Washington. Dat past bij een normaal uitleveringsverzoek. Maar daarvan is hier geen sprake.

De VS beroepen zich op zelfverdediging tegen oorlogshandelingen van buiten tegen hun grondgebied. In dat beeld zijn de Talibaan niet het rechtmatige bewind van een staat waar gezochte verdachten van een misdrijf zich min of meer toevallig ophouden, maar medeplichtigen in het aangerichte kwaad. Als zij gespaard worden, dan om puur pragmatische redenen.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.