Meer wetenschap

Wat samenwerking van de omroepen oplevert, bewees het 50-jarige tv-jubileum van afgelopen dinsdagavond met door het publiek gekozen programma's van vroeger. Bijna drie miljoen kijkers, van wie veel onder de 35. De omroepen hadden eerst hun best gedaan om deze gezamenlijke uitzending tegen te werken – want te weinig profilerend – maar uiteindelijk deden ze mee en met overweldigend succes. Nu zijn de omroepbazen terug in hun vertrouwde schuttersputjes. De kartelpolitie heeft de NOS deze week bevel gegeven om eindelijk de programmagegevens vrij te geven en niet vast te houden voor de eigen omroepgidsen. Welke omroep, behalve de EO, kan nog leden vasthouden als de krant ook een tv-gids maakt?

Gisteren een voorbeeld van langs elkaar heen werken: twee Nationale quizzen op een avond, eerst een Nationale Nieuwsquiz van de NCRV, daarna de Nationale Dierenquiz van de Avro waar dieren een van de zes speerpunten vormen. Afgelopen woensdag de eerste van acht Nationale persoonlijkheidstests van jongerenomroep BNN. Het woord `Nationaal' staat voor het tegendeel van wat het betekent. Het staat voor provinciale belangen van omroepen die elkaar dat etiket misgunnen. De Nieuwsquiz was nog goed voor 1 miljoen kijkers, die misschien dachten dat het de quiz was en niet de eerste van een serie van dertien. De Dierenquiz trok minder kijkers. Inflatie.

Twee genres zijn geofferd aan provincialisering: drama en wetenschap. Drama levert geen omroepleden op en vandaar dat het mondjesmaat, onder dwang, wordt gemaakt. De wetenschap, een nationaal belang bij uitstek, wordt gehoed door de VPRO en door de VARA maar niet van harte. De VPRO heeft weliswaar een wekelijks reportageprogramma, Noorderlicht, dat jubileert. Het is bij tijden interessant maar over het geheel te mager en dat geldt ook voor VARA's De Ontdekking. Relatief veel pratende geleerden in werkkamers, natuurgebieden of laboratoria maar weinig wetenschappelijke actieshots of uitleg door computeranimatie, waarvoor televisie juist zo geschikt is. Te duur om dat elke week te brengen. Het grote omroepgeld gaat naar voetbal-actieshots.

De eerste week van elke maand worden hoogtepunten van de afgelopen tien jaar Noorderlicht uitgezonden. Gisteren een prachtige herhalings-uitzending over huismijten met microscopische opnamen van deze dikbuikige, voortstrompelende diertjes en hun allergieverwekkende uitwerpselen. Ik zag ze zelfs paren en daar schijnen ze dagen over te doen. De maker Cees de Groot van Embden had het geluk een goed gebekte huismijtspecialist aan te treffen, de resolute hoogleraar Dr. A. van Bronswijk. Berg je als die over de grote schoonmaak begint. ,,Je moet dat goed plannen met het hele gezin'', zei ze streng. Huismijten vindt ze interessant omdat het gaat over ,,de relatie tussen de mens die denkt dat hij alleen in huis woont en al die andere organismen die daar ook een gedekte tafel vinden''. Prachtig gezegd. Paul de Leeuw heeft ook ooit een mooie uitzending met haar gemaakt. Helaas zijn er maar weinig van zulke wetenschappers en dat maakt veel gesprekken oeverloos. Dan lees ik liever de wetenschapskrant op mijn eigen favoriete tijdstip.

Britse, Belgische en Duitse wetenschapsprogramma's maken meer gebruik van aangekochte of zelf gemaakte ondersteunende beelden en ik vraag me af waarom dat in Nederland zo weinig gebeurt. Vorige week had Noorderlicht een uitzending over mierenkolonies in Arizona, prachtig onderwerp. Maar we zagen een hoogleraar met een hoed op die in een woestijn naar mieren keek. Soms richtte de camera zich op de drukke insecten maar ik zag ze toch te weinig. Hoe ze samenwerken, moesten we van de professor horen. Van mieren zal in het buitenland interessant illustratiemateriaal beschikbaar zijn. En als de VPRO zelf weken lang mieren met de miniatuur-camera volgt, zouden die beelden internationaal verkocht moeten kunnen worden. Wetenschapstelevisie kan zo prachtig en inspirerend zijn. Ideaal voor grote ambities, maar helaas is deze typisch publieke taak van de omroep in het geharrewar naar de marge verdreven.