Licht en ruimte zijn een tragedie

De broer van de schilder Giorgio de Chirico is de schilder Alberto Savinio. Op een tentoonstelling van hun beider werk blijkt hoezeer ze dezelfde voorliefdes hadden, en hoe ze verschilden.

De broers De Chirico zitten naast elkaar aan tafel. Giorgio kijkt je aan met een blik van moet je wat, laat me met rust. Tussen twee vingers zit een gloeiend stompje sigaar, iets te gewoon voor iemand die beweert dat hij de metafysische schilderkunst heeft uitgevonden. Hij vond het eten van aardbeien met room al een misdaad.

Andrea, een paar jaar jonger, zie je van opzij. Hij draagt een montuurloze bril en kijkt, langs een takje, dromerig in de verte. Schrijver, schilder, componist. Die drie hebben elkaar bij hem een beetje in de weg gezeten. De muziek was zijn grootste passie. Hij noemde haar een vrouw die je nooit leert kennen.

Zelfportret met broer heet dit doek uit 1924. Het moest een keer gebeuren, een tentoonstelling met het werk van Giorgio de Chirico – schilder van het dubbelportret – en de veel minder bekende Albert Savinio, schuilnaam van Andrea de Chirico. Na jaren van voorbereiding is het de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen gelukt. Meer dan honderd doeken van De Chirico en ongeveer dertig van Savinio, uit de jaren 1909-1973, worden in Düsseldorf getoond. Niet per schilder, maar op onderwerp gerangschikt.

Het is of ze hun voorliefdes uit dezelfde doos hebben gehaald. Steden, mythologische helden, monumenten, standbeelden, speelgoed en allerlei andere voorwerpen, het keert steeds in hun werk terug. En toch zijn de verschillen tussen de broers in elke zaal groot.

Op De matrozenkazerne uit 1914 van Giorgio de Chirico is geen glimp van een voorbijganger te zien. Hier zal nooit meer iets gebeuren. De arcades van het gebouw worden steeds kleiner, je ziet niet dat ze hun verdwijnpunt bereiken.

Dat wordt afgeschermd door een hellend zwart vlak. Het is schuin tegen de kazerne geschoven. Daarop zie je enkele voorwerpen. Speelgoed, daar lijkt het nog het meest op, een gele driehoek, rode ballen, een zwartwit bord en een paar andere dingen. Het hoort alleen bij geen enkel spel.

De verlaten stad is heel nauwkeurig geschilderd. Even verder verandert die stijl. Hier zie je speelgoed van Savinio, uitbundiger dan dat van zijn broer, in helle kleuren. Het is slordig op elkaar gestapeld, in een bos, op een boot of in een luchtschip.

Wat je op Het verloren schip uit 1928 aan dek ziet, het kan hoogstens een betekenis veinzen. Al die vlakken en rondingen leiden tot geen enkele geruststellende vorm. Savinio's lading heeft nog wel de kleur van een zuurstok en bevroren limonade. Die min of meer vrolijke tinten worden je gegund.

Griekse spoorwegen

Ze werden in Griekenland geboren, Giorgio de Chirico (1888-1978) in de havenstad Volos en Alberto Savinio (1891-1952) in Athene. Hun vader was een Italiaanse ingenieur die bij de Griekse spoorwegen werkte. Hij stierf in 1905. Na zijn dood reisde de hoogst ondernemende moeder Gemma, samen met haar kinderen, kort door Italië om daarna neer te strijken in München. Daar konden de zoons hun studies het best afmaken. Giorgio ging naar de academie voor beeldende kunst en Alberto, die in Athene het conservatorium al had doorlopen, studeerde verder bij de componist Max Reger.

De jongens waren 17 en 14 jaar. Thuis spraken ze Grieks of Italiaans en hier moesten ze zich met hun schoolduits zien te redden. Vergeleken met Athene was München een sombere stad. Toch deed Giorgio daar zijn belangrijkste ontdekkingen. Hij begon, zo jong als hij was, Nietzsche te lezen en raakte verslingerd aan begrippen als de dubbele blik, het om de hoek kijken en de vreemde `Stimmung' die, als je goed kijkt, alle dingen omgeeft. De optiek van de Duitse schrijver zou hij nooit meer vergeten.

Als Giorgio de kleine Alberto naar Reger had gebracht, ging hij naar een museum en bekeek de wouden van Caspar David Friedrich en vooral de romantisch mythologische landschappen van Alfred Böcklin.

Op een foto van De Chirico's atelier uit 1907 zie je dat hij eerst in de algemeen academische stijl van zijn leraren schilderde. De werkelijke invloed van Böcklin met zijn woeste tempels, muzen en argonauten moest nog komen. In Düsseldorf zie je er maar één voorbeeld van. Een centaur sterft in 1909 stuiptrekkend tussen de rotsen.

Dan zie je iets ongelooflijks. Meteen na de centaur is elk pathos verdwenen. De tempel, het orakel en de Griekse tuniek, ze zijn er nog wel, maar De Chirico laat ze nu opgaan in een verstild landschap.

Wat was er gebeurd?

Gemma en Alberto waren begin 1907 in een roes naar Italië gegaan, met een aanbevelingsbrief van de componist Mascagni. De maestro was diep onder de indruk van Carmela, een opera die het wonderkind had gecomponeerd. Moeder en zoon probeerden het eerst in Rome en toen de brief daar op niets uitliep, huurden ze een huis in Milaan.

In het voorjaar van 1909 werd de eenzaamheid in München De Chirico te veel. Hij reisde naar zijn familie en daar hoorde hij dat zijn broer al een jaar aan een nieuwe opera werkte, een fantastisch heldendicht, waarin Alberto niet alleen de Griekse mythologie, maar ook eigen herinneringen aan zijn geboortestad Athene verwerkte.

Böcklin afgekoeld, persoonlijk gemaakt. Zo moet De Chirico het werk van zijn broer hebben ondergaan. Hij begon stedelijke landschappen te schilderen, waarin hij de Griekse oudheid vermengde met herinneringen aan Volos en Athene.

Er volgde een samenwerking van ruim een jaar. De ironische Savinio en de zwaarmoedige Giorgio muntten in de herfst van 1909 zelfs een nieuw begrip voor hun pogingen, `metafysische poëzie'. Alberto zou later zeggen dat het alleen maar familiejargon was, ,,ach, het betekent niets''.

Misschien is er ook te veel van gemaakt. Jongens van 18 en 21 in Milaan die onder het motto `stop dat in een keteltje en roer dat met een lepeltje' proeven namen, zonder te weten waar het op zou uitlopen. Van alles brachten ze bijeen. De cynische gedachten van de schrijver Giacomo Leopardi en het werk van Nietzsche natuurlijk, bij wie de metafysische poëzie al voorkwam, volgens De Chirico net zo kinderlijk als Pinokkio.

Böcklin mocht nog meedoen, maar zijn antieke helden raakten bij De Chirico voorgoed ondergeschikt aan de ruimte. Een paar jaar later, in Parijs, worden ze overheerst door gebouwen met lange slagschaduwen in de namiddag. Het licht en de ruimte zelf zijn een tragedie geworden. Elk huis is alleen nog maar toevallig bij het plein aanwezig, met in de verte een rokende locomotief, een herinnering aan Giorgio's vader.

In Düsseldorf zijn de broers nog steeds in gesprek. De hele tentoonstelling kun je opvatten als een voortzetting van wat ze in Milaan hebben uitgespookt.

Carmela en het heldendicht, de twee opera's van Savino, zijn verloren gegaan. Op een cd met Les chants de la mi-mort en Album 1914 kun je horen dat Savinio de muziek niet al te ernstig nam. De melodie gaat rustig over in de Marseillaise. Soms ramt een vuist over alle toetsen van de piano. Als de sopraan genoeg van een stuk heeft, begint ze het te fluiten, of ze op straat met een familiefluitje iemands aandacht probeert te trekken.

Savinio's schilderijen zijn met die muziek verwant. Neem het doek uit 1930, waarop hij een heel bos, met wortels en al, op een tafel heeft gezet. Hoe vreemd het schouwspel ook is, toch komt het verplaatste bos uit een komische opera. Het staat er wel, maar straks wordt het weer teruggefloten, naar de coulissen.

Een mensdier heeft een neus als een lepel, een reus klimt uit zee naar een poort zo groot als zijn hoofd, een god wordt uit het raam gewaaid. Je bent niet ver van Savinio's verhalen, zoals die in 1982 door Meulenhoff zijn gebundeld in Monument voor een held, met pratende tafels en stoelen, Leonardo da Vinci in vrijetijdskleding en de stationschef die hoopt dat er nooit meer een trein voorbijkomt.

Vluchtweg

Zo'n ironische vluchtweg wordt je in Düsseldorf door De Chirico niet gegund. Elk burlesk schilderij van Savinio benadrukt hoe eenvoudig de voorstellingen van zijn broer zijn. Op De Angst voor het vertrek uit 1913, als de samenwerking met Alberto allang achter de rug is, zie je een fabriekspijp, een rokende locomotief, een paar arcades van een gebouw en een gele wagen. Het hoort bij elkaar, waarom niet.

Bij De Chirico is die afspraak opgeheven. Op zijn schilderijen uit de jaren 1909-1920 heeft hij het ogenblik geschilderd voordat het oog de dingen tot een brave groep bijeenveegt. Wat de broers in Milaan metafysisch noemden, moet dat gebrek aan samenhang zijn geweest.

Die andere Moderne - De Chirico Savinio, dat is de volledige titel van de tentoonstelling in Düsseldorf. Bedoeld wordt dat hun werk minstens zo belangrijk is als het futurisme, het kubisme en andere stromingen uit het begin van de vorige eeuw.

Met die lof zouden de broers niet blij zijn geweest. Ze hadden een grondige hekel aan alle moderne kunst. Wat wil je ook van jongens die in Milaan met een scheikundedoos hebben gespeeld. Voor hen is daar iets anders uitgekomen, dat voorbijgaat aan de kunstgeschiedenis: het gebouw, dat voorgoed is verlaten, waaromheen niets meer is.

`Die andere Moderne - De Chirico Savinio' Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, Grabbeplatz 5, Düsseldorf; tot 2 december 2001. Dag. 10-18. Vrij. 10-20. Ma. gesloten. Catalogus DM 49.- Vlakken en rondingen leiden tot geen enkele geruststellende vorm De schilderijen van Savinio benadrukken hoe eenvoudig die van zijn broer zijn