Kooikers vleesrijke lijven

Galerie Van Zoetendaal in Amsterdam toont `modelstudies' van fotograaf Paul Kooiker (1964). In deze serie van 68 op klein, vierkant formaat afgedrukte kleurenfoto's leeft Kooiker zijn fascinatie met vrouwelijk bloot uit. Kooiker laat al zijn modellen zich uitkleden, zet ze daarbij neer in vreemde, weinig erotische rek- en strekhoudingen en maakt overvloedig gebruik van kant en voile en panty-stoffen die niet verhullen, maar juist helpen bij het onthullen. De gezichten van de vrouwen interesseren de fotograaf minder dan hun forse borsten, buiken en billen. Hoofden snijdt hij veelal uit beeld, maar de lijven onderzoekt hij zo nauwkeurig en stijlvast dat je er gaandeweg een paar gaat herkennen.

Zoals de dame met wie Kooiker naar de Alpen is gereisd. Op een foto hangt ze loom uit een wit raamkozijn met bloemetjesgordijnen en kijkt uit over een weide, dennenbomen, bergen. Het is zonnig. De vrouw heeft een witte lap op haar hoofd, verder is ze bloot. De foto begint bij haar brede, bleke billen, die je op een ander plaatje boven een wandelpad ziet hangen voor een onbekommerde plas in het wild. Het naakt is zo grappig en onnadrukkelijk in beeld gebracht dat je alleen maar denkt: fijn, vakantie.

De dikste dikkerd komt ook op meerdere foto's voor. Plat op haar buik ligt ze op een witte tafel en probeert zichzelf op te heffen een immense klus, waarbij het vet op haar heupen en billen zich ophoopt tot een woest landschap van plooien en putten. Ondanks de inspanning blijft haar buik als een zak aardappels op de tafel liggen, maar de vrouw zet door. Ze is een toonbeeld van verbetenheid, en moed. Op een andere foto ligt ze als een met touwtjes ingesnoerde rollade van wit vlees op een bank in een smoezelig ingerichte kamer. Haar hoofd wordt aan het zicht onttrokken door een van haar enorme, achterover hellende borsten. Vingers en teentjes herinneren eraan hoe haar lijf misschien ooit bedoeld was: klein en fijn. Hoe is ze dit geworden?

Hoewel ze geen van allen aan het gangbare schoonheidsideaal voldoen en Kooiker ze nergens spaart, worden de vrouwen niet te kijk gezet. De meesten tonen juist trots hun waar, of ze zijn zo bezig dat ze er geen erg in hebben dat ze poseren: eentje gespt haar schoen, een tweede raapt iets op van de vloer, nummer drie pakt iets van de tafel waar ze in haar nakie tegenaan zit. Al die doe-houdingen stralen kracht uit, en actieve begeerlijkheid: niet eentje van `pak me', maar van `kom maar op als je durft'.

De enige die er slecht vanaf komt, is ook het enige magere model uit de serie. Zij staat in een kale ruimte op een betonnen vloer met alleen een grote onderbroek aan. Haar kromme rug, zichtbare ribbenkast en harige armen zijn felwit uitgelicht, haar knokige voeten met knalrode tenen wijzen schuchter naar binnen. Deze vrouw is zielig, en de foto is wreed. Kooiker houdt duidelijk meer van vlees.

Paul Kooiker `Modelstudies' t/m 14-10 in Galerie Van Zoetendaal, Lijnbaansgracht 109, Amsterdam. Tel (020)624 9802.