Klaar voor vertrek

Grote luchthavens ademen luxe en perfectie, maar boven het paradijs hangt een `maar'. Deel twee van de reeks `Vergezichten', waarin Anna Tilroe op zoek gaat naar kunstoverschrijdende experimenten.

Wereldluchthavens zijn het vergezicht van de postindustriële maatschappij. Ze vormen een wereld waarin mensenmassa's zich geruisloos en gedisciplineerd verplaatsen, in een zorgvuldig opgebouwde sfeer van orde, luxe en perfectie. Het is een wereld die ontzag inboezemt door het organisatorische vernuft en het psychologische inzicht die eraan ten grondslag liggen en door het materiële raffinement waarmee hij is vormgegeven. Niets mag er herinneren aan de chaos, willekeur en gevaren van de wereld achter de douanepoorten. Alles moet er onder controle zijn en tegelijk vol belofte: we zijn vertrokken, maar nog niet aangekomen. De dingen staan nog te gebeuren, de tijd is even opgeschort.

Er zijn denkers die luchthavens `niet-plaatsen' noemen, waarmee ze plaatsen zonder eigenschappen bedoelen: wachtlokalen, stations, industrieterreinen. En inderdaad roept de luchthaven het gevoel in ons op dat we in een grijze zone verkeren, een vacuüm waarin ieder idee van identiteit verkruimelt als een uitgedroogd etiket.

Maar helemaal juist is die benaming niet. Luchthavens als die van Amsterdam, Shanghai en Tokio hebben wel degelijk karakter, al was het alleen al doordat ze niet in termen van verleden of heden zijn uitgedacht, maar in die van de toekomst. Wat behelzen die toekomstgedachtes precies? Welke denkbeelden steken achter de vormgeving? Waar staan de mensen in dat alles, nu en in 2015? Die vragen moet de Braziliaanse kunstenares Ana Maria Tavares zich ook gesteld hebben toen ze besloot De Vleeshal in Middelburg om te vormen tot een futuristische Airport Lounge.

Tavares had daar betrekkelijk weinig middelen voor nodig: lange roestvrij stalen palen die tot aan het plafond reiken, draaihekjes en dranghekken van hetzelfde materiaal, twee enorme spiegels en twee grote schermen waarop videobeelden worden geprojecteerd. Het blijkt voldoende om in een minimale, modernistische stijl een imposante ruimtelijkheid op te roepen en een sfeer waarin de toekomst hangt als een koel stralend licht.

Die koelheid zie je vaak als een omgeving toekomstgerichtheid moet uitstralen en de verwachtingen gefixeerd zijn op high technology. Het ongenaakbare van roestvrij staal roept een beeld op van discipline en onverzettelijkheid, van een samenleving die geregeerd wordt door het functionele en gedreven door een bijna bovenmenselijke wil, de wil van het technologische apparaat. Hoe ver weg dan onze existentiële basis ligt, is door regisseur David Cronenberg een paar jaar geleden treffend verbeeld in de science fiction-film eXistenZ. Daarin keert een jong koppel zich tegen de mindfucking van een technologische vinding en beiden gebruiken daarbij wapens die gefabriceerd zijn van vlees en bot, grillig en bloederig, maar indrukwekkend in hun pure natuurlijkheid.

Hellende spiegel

In De Vleeshal is de rebellie niet uitgesproken, maar Tavares heeft er wel het idee gefileerd dat een luchthaven een wonder is van rationeel en technisch vernuft, en dat dit al het aardse ontstijgt, de mens incluis. Daarvoor moest ze eerst het panorama van de luchthaven in beeld brengen. Dat werk wordt voor een belangrijk deel gedaan door een gigantische, licht hellende spiegel op de vloer. Hij weerspiegelt het prachtige gewelfde plafond, maar trekt daarmee tegelijk de bodem onder onze voeten weg, een ervaring die nog wordt versterkt door een zwart/wit-videoprojectie op de muur vlak achter de spiegel. Hij toont een lege roltrap die schuin omhoog leidt naar iets wat in het donker is gehuld. In de spiegel wordt dit donker een gat in de grond.

De suggestie van zich eindeloos verplaatsende massa's krijgt een variant met een andere projectie, deze keer in de artificiële kleuren van een videospelletje. Nu zien we een met halfronde, roestvrij stalen hekjes bezaaid pad dat naar een ondergrondse ruimte lijkt te voeren. De hekjes staan erbij alsof ze lange rijen wachtenden in banen moeten leiden, maar dan wel in zeer kronkelige banen, want een systeem achter de plaatsing van de hekjes valt niet te ontdekken. We slalommen er virtueel omheen zonder dat er ooit een einde aan komt. En nog is het niet genoeg. De massale uittocht naar het onbekende aan het einde van de hal wordt verdubbeld door een reuzenspiegel op de tegenover liggende muur. Begin en einde, projectie en spiegelbeeld grijpen in elkaar. Wat echt is en wat niet doet er niet langer toe.

Luchthavens, zo echoën de spiegels en projecties, zijn imponerend door zowel hun enscenering als hun gestroomlijnde onoverzichtelijkheid. Ze maken van mensen een mierenkolonie waarin ieder individu een functie vervult, maar iedere invidualiteit onbeduidend wordt. In die zin zijn het net metropolen als Los Angeles of Hongkong. Maar wereldluchthavens zijn ook bedrijven, ze floreren bij tevreden klanten, of dat nu de passagiers zijn of de winkeliers die een stukje luchthavengrond hebben gepacht (de duurste grond ter wereld, zo is uit onderzoek gebleken). En dus wordt er alles aan gedaan om gevoelens van vervreemding en paniek tegen te gaan. We moeten er zo snel mogelijk het lounge-gevoel krijgen.

De lounge is een moodmaker. Mensen zitten er rustig de tijd door te brengen, lezend, kijkend, drinkend, maar zonder de verplichting tot sociaal contact die van een café uitgaat. Het is een soort stilteplek waar je te midden van anderen toch op jezelf kunt zijn, een vorm van luxe die is ontfutseld aan een hectisch, op mobiliteit en interactie ingericht bestaan. In die zin werkt de lounge ordenend. Gevoelens van paniek komen er tot bedaren, de teugels worden even gevierd, de gebeurtenissen mogen hun gang gaan. Die stemming is de perfecte stemming voor de luchtreiziger, op die stemming stuurt de vormgeving van de luchthaven aan. Hij brengt ons ertoe ons leven uit handen te geven en als het ware uit de tijd te stappen: ready for take off.

Kussentje

De lounge in De Vleeshal bestaat uit een stuk of acht tot aan het plafond reikende, roestvrij stalen palen die in een halve cirkel staan. Aan iedere paal is een rond, met een dik wit kussentje bekleed zitje bevestigd. De palen staan op enige afstand van elkaar zodat je niet met je buurman hoeft te converseren als je dat niet wilt. Je kunt je zelf gekozen isolement nog versterken door een van de draadloze koptelefoons op te zetten die uitnodigend aan een hekje hangen.

Er komt groovy muziek uit de jaren vijftig/zestig uit, afgewisseld met typische vliegveldgeluiden: het rustige geroezemoes van een shoppende en kuierende massa, berichten die zakelijk en toch vriendelijk omgeroepen worden, het verre geluid van landende en opstijgende vliegtuigen. Met deze prettige geluiden in je oren is het vanaf je lonely planet plezierig kijken naar het hemelse gewelf boven je hoofd en aan je voeten, de kalm bewegende roltrap en de slalom-figuren van de hekjes. Alles straalt perfectie uit en gevoel voor het grandioze. De ruimte, nee de wéreld heeft als luchthaven een nieuwe, architecturale stijl gekregen, een stijl die ontzag afdwingt door zijn openheid, lichtheid en monumentale binnenruimte.

In die stemming beaam je graag wat het jonge Nederlandse architectenduo Ben van Berkel en Caroline Bos schrijft in het luxe uitgegeven boek Move: ,,In de architectuur komt het Made in Heaven-effect het zuiverste tot uitdrukking in perfectionistische gebouwen. Zij geven je een rijk gevoel dat maakt dat je voortdurend omhoog en opzij kijkt. Binnentreden met je lichaam in hun holle lichaam brengt je in een sfeer van verlichting. Door hen heen lopen, is lopen door een schilderij; je ziet wat je wenst te zien, je blik gaat rond en je oriënteert je via kleur, glans, licht, figuratie en sensatie.''

De wereld als architectuur, architectuur als schilderkunst: het visioen van de planeet als kunstwerk lééft. En toch wringt er iets.

Komt het door de lange, glad gepolijste hekken aan weerszijden van de liggende spiegel dat er een `maar' lijkt te hangen boven dit door de mens geconstrueerde paradijs? Zij verhinderen toch alleen maar dat je te ver voorover leunt en verdrinkt in het gespiegelde plafond? Of zijn het de samengebundelde draaihekjes die als waaiervormige sculpturen tussen de zitpalen staan? De blik gaat rond. Daar staan palen met klaphekken. Ze geven nu vrije doorgang, maar het gevoel van controle kleeft ze aan, zoals plotseling aan alles hier. Controle, om discipline en aanpassing af te dwingen. Controle om ons mentaal de juiste kant op te dirigeren, naar de shopping mall en de lounge. Controle omdat hiertegen altijd oppositie optreedt. En omdat `het Kwaad' zich in alles kan verschuilen.

Geen paradijs zonder hekken: we wisten het wel, maar we moesten het weer eens krachtig verbeeld zien.

Op tv loopt minister-president Kok demonstratief door de controlepoort van Schiphol. De luchthaven is veilig verklaard.

Ana Maria Tavares: `Middelburg Airport Lounge'. Tot 4/11 in De Vleeshal, Markt, Middelburg. Open di t/m zo 13-17u. Inl. 0118-652200/675423 of www.vleeshal.nl.

Tavares fileert het idee dat een luchthaven een wonder is van rationeel vernuft