Kanttekeningen bij een oorlog

Hollywood terug naar Doris Day – daar geloof ik voorlopig nog niks van. Het zou betekenen dat deze oorlog uitgroeit tot een lange worsteling waarbij de volken van de strijdende partijen dag in dag uit betrokken zijn, zo diep dat het iedereen raakt in zijn dagelijks leven, de zekerheid van zijn bestaan, de voorstellingen die hij over zijn toekomst koestert. Zo'n oorlog – dat wordt pas lang na het einde duidelijk – is behalve al het andere ook een grondige culturele reconstructie.

Zo is het tussen 1940 en 1945 in Nederland gebeurd. Ik noem de twee grote oorzaken. Voor de oorlog was de Nederlandse cultuur zeer ontvankelijk voor de Duitse, en in mindere mate voor de Franse. Marlene Dietrich is haar carrière in Duitsland begonnen. Een paar dagen geleden kwam haar Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt weer eens door de radio. Een stem uit een andere tijd en een andere wereld. Het blijft prachtig. De Duitse film en de operette waren hier zeer geliefd. Wat later de hit en de tophit zijn geworden, was toen de Schlager. Zeg tegen uw opa die toen een kind was: Adieu mein kleiner Gardeoffizier, dan antwoordt hij: Adieu, und vergiss mich nicht. De Duitse voorloper van Rambo heet Hans Albers. Ik kan me een film herinneren, een scène in een zeemanskroeg, waarin hij in een hanglamp sprong, door de ruimte zwaaide en vanuit de lucht zijn tegenstander buiten gevecht stelde. Intellectuelen waren op Duitsland georiënteerd. Menno ter Braak en Arthur Lehning hebben in Berlijn gestudeerd. Ter Braak heeft zijn proefschrift over Kaiser Otto in het Duits geschreven. Thomas Mann ging het liefst in Noordwijk, Huis ter Duin, logeren. Na de machtsovername zochten Duitse schrijvers hun toevlucht in Amsterdam. Joseph Roth heeft een poos in Hotel Eden gewoond; zijn uitgever was Allert de Lange.

Na de bezetting bleek dit alles radicaal te zijn afgelopen. In die eerste tijd zijn er zelfs serieuze mensen geweest die serieus hebben voorgesteld het Duits van het lesrooster af te halen. Toen de Zandvoortse toeristenmiddenstand weer bordjes met Zimmer frei voor het raam zette, rukte de Amsterdamse intelligentsia uit om dat initiatief te smoren. Toen! We hadden al jaren naar de Engelse radio geluisterd; nu gingen we Engelse en Amerikaanse sigaretten roken. De Amerikaanse literatuur werd op grote schaal ontdekt, letterlijk. In kringen van een hogere Nederlandse cultuur werd het onwaarschijnlijk gevonden dat er een Amerikaanse literatuur bestond. Ter Braak heeft een essay geschreven: Waarom ik Amerika afwijs. Lees het. Het is beter dan de titel doet vermoeden.

Bij de bevrijding verscheen Amerika niet alleen in militaire gedaante. Er werd vrijwel meteen ook veel bedrukt papier geïmporteerd. Dankzij de goedkope Zephyr Books ben ik aan Hemingway, Scott Fitzgerald, Gertrude Stein, Edmund Wilson gekomen. Bij mijn generatie begint Amerika, met een beetje Frans, dankzij Sartre, Camus, Juliette Gréco, Yves Montand en de films natuurlijk. Jean Gabin. En Parijs, centrum van de denkende en scheppende wereld.

De andere grote oorzaak van de grote culturele reconstructie die Nederland heeft ondergaan is dat het op 10 mei 1940 genadeloos in de grote buitenwereld is gesleurd, en daar is gebleven, hoewel oudere generaties dan die van mij na de oorlog nog flink hun best hebben gedaan om de oude toestanden te herstellen – ook al omdat ze niet beseften hoe radicaal alles was veranderd. Daaruit is onze oorlog met Indonesië voortgekomen. Strikt nationaal bezien zou de tiende mei tot nationale dag moeten worden uitgeroepen, maar dat is niet mogelijk omdat je er geen feestdag van kunt maken, en herdenkingsdagen hebben we al genoeg.

Op het ogenblik dat ik dit schrijf is het nog geen oorlog, maar na de verschrikkelijke opening kwam een toestand die het midden houdt tussen een zenuwenoorlog, Nervenkrieg, de opbouw tot actie, en een drôle de guerre, een phony war waarin meer geweld beloofd wordt dan de bange volken krijgen. Dat zijn geen omstandigheden waaronder het publiek nog op virtuele rampen en invasies uit vijandelijke planeten getrakteerd wil worden. Maar of het voldoende is om een diepe verandering in een nationale, of desnoods de hele westerse cultuur te doen ontstaan? `The gardens of the West are closing down', schreef Cyril Connolly, kort na de Tweede Wereldoorlog in het literaire tijdschrift Horizon. Hij zag alleen de puinhopen, hij vergiste zich. Na een jaar of tien gingen ze weer open – en hoe! A New America? vraagt Newsweek op het omslag van zijn herdenkingsnummer. Het vraagteken zegt het.

Dit voorspel tot een oorlog doet sterk denken aan dagen die aan vorige oorlogen voorafgingen. Maar of we radicale veranderingen tegemoet gaan, vergelijkbaar met die ik hierboven heb beschreven? Of dat we bij wijze van spreken Doris Day terugkrijgen? Ik doe een voorspelling: nee.