`Je moet de ander niet willen doorzien'

Over de Duitse deling schreef Michael Kumpfmüller een sprookjesachtig boek. Met in de hoofdrol een vluchteling in omgekeerde richting. ,,Het totalitarisme heeft zijn ergste stadium bereikt wanneer het gezellig begint te worden.''

Een egoïst. Een oplichter. Een slappe meeloper. Heinrich Hampel is dat allemaal en vierhonderd bladzijden lang sleept hij ons mee in zijn dubieuze handel en wandel. Heinrich Hampel is de deprimerende held van een wonderbaarlijk lichtvoetige roman.

De auteur van die roman was vóór Hampels Fluchten een grote onbekende in literatuurland. Michael Kumpfmüller had alleen wat reportages geschreven, en een proefschrift over Stalingrad. Nu reist de veertigjarige doctor heel de wereld rond om uit zijn bestseller voor te lezen; Hampels Fluchten werd in zeven talen vertaald, zoals, onlangs, in het Nederlands.

,,Iedereen zei: dat boek van jou is zo ontzettend Duits, daar snappen ze in het buitenland geen moer van.'' Kumpfmüller kan zijn triomf niet onderdrukken: ,,De vele vertalingen bewijzen het tegendeel.'' Op tafel ligt Lotgevallen van een beddenverkoper, zoals de Nederlandse editie heet, en aan tafel zit een kalende maar toch nog blonde Duitser. Hij is op uitnodiging van het Goethe Institut in Amsterdam; hij komt uit Beieren en woont in het grote Berlijn. In het westelijke deel, want het oosten beviel hem niet: ,,We hebben het daar precies twee jaar uitgehouden, van 1995 tot 1997; mijn gezin en ik werden er uiterst onvriendelijk bejegend. Terwijl ik niks lelijks over de DDR heb gezegd:ik begrijp niet wat ik verkeerd deed.''

Heinrich Hampel begrijpt ook niet wat hij verkeerd doet en ook hij trekt vanuit Beieren naar het barre Oosten. Maar anders dan de auteur houdt Hampel het daar heel lang uit, en wel tot aan zijn dood. `Op een dinsdag in maart', zo begint Hampels Fluchten, `ging Heinrich bij Herleshausen-Wartha de grens over. Er is niemand die je zomaar gelooft wanneer je vertelt dat een man van dertig in het voorjaar van 1962 met alleen maar een rugzak vol ondergoed en een fles whisky de grens overgaat en niet aan vrouw en kinderen denkt en verklaart dat hij graag burger wil worden van de Duitse Democratische Republiek in het dertiende jaar van haar bestaan, en waarom dat zo is hoeft voorlopig niemand in alle details te weten.'

Puinhoop

Op den duur krijgen we het tòch te weten: de beddenverkoper Heinrich Hampel heeft er in het Westen een puinhoop van gemaakt. En in het Oosten herhaalt zich dat patroon. Het wordt alleen iets erger. Met schulden en duistere zaakjes; met ontrouw aan zijn plots verschenen vrouw en trouw aan zijn controleur van de Stasi; met twaalf ambachten en dertien ongelukken, zuipen, gevangenis, echtscheiding, alweer gevangenis en bedelbrieven aan de allang niet meer in hem geïnteresseerde familie in het Westen.

,,Hampel'', zegt Michael Kumpfmüller, ,,mislukt omdat hij altijd overdrijft. Zowel economisch als libidineus. Daar zit een goede kant aan, want hij verwent de vrouwen. Maar de gevestigde orde blaast hij ermee op. Hij past niet in de oude familiestructuren en is zich van geen kwaad bewust. Hij is juist bereid om zich altijd en onder alle omstandigheden aan te passen. De kleinburgerlijke meeloper botst met de avonturier die hij óók is.'' Hampels ongrijpbaarheid bevalt Kumpfmüller wel. ,,Hij is eerder een type dan een karakter en gepsychologiseer heb ik achterwege gelaten. Wie psychologiseert pretendeert de ander te begrijpen. Ik vind het fout om een ander te willen doorzien. Want dan wil je hem in je eigen denksysteem inlijven, dan wil je hem bezitten. Terwijl iedereen, ook een personage, recht heeft op zijn geheim.''

Michael Kumpfmüller mijdt niet alleen de psychologie maar ook het morele oordeel. ,,Sommige recensenten in Duitsland vonden dat laf. Ze vonden dat ik èn mijn hoofdpersoon moest afkeuren èn de DDR. Maar ik wilde een verteller bedenken die de ideologische strijd achter zich heeft gelaten. Mijn verteller hanteert een sprookjesachtige toon en geeft het gedeelde Duitsland weer als een verzonken tijdperk. Dat was voor mij de enige manier om er onbevangen naar te kijken.'' Zo onbevangen dat de DDR, door de schrijver persoonlijk gehaat, haast iets gezelligs krijgt. Hampels relatie met de Stasi-officier Harms is meer dan hartelijk. Want Harms is één en al goede zorgen en roerende aanhankelijkheid en vaderlijke raad.

,,Is dat,'' vraagt Kumpfmüller retorisch, ,,niet eerder zwarte humor? Het totalitarisme heeft zijn ergste stadium bereikt wanneer het gezellig begint te worden. Op dat moment is het tot in alle hoeken en kieren van het intieme leven doorgedrongen en beheerst het de burgers volledig. Het hoofdpunt van de kritiek tegen mij luidde: Kumpfmüller heeft het recht niet om over de DDR te schrijven want hij heeft daar niet gewoond, hij heeft er alleen maar onderzoek naar gedaan. Maar het is toch helemaal niet interessant hoe een boek tot stand komt? Het gaat om het resultaat!'' Sorry, wat voor onderzoek deed hij nou? ,,Bijvoorbeeld naar de toestanden in de gevangenissen. Het was steeds een spel tussen mijn authentieke materiaal en dat wat ik moest verzinnen.'' Dat authentieke materiaal bestond niet alleen uit archiefweetjes maar ook uit een reële persoon, een oom van de schrijver en het zwarte schaap van de familie.

,,Mijn oom is gevlucht omdat zijn schuldeisers al bij zijn broers hadden aangeklopt. Tegen zijn echtgenote zei mijn familie: ga in godsnaam niet mee naar die criminele DDR. Er zijn brieven bewaard gebleven waarin mijn oom zijn ellende beschrijft. Die heb ik in aangepaste vorm voor mijn roman gebruikt. En een jaar of zeven geleden ben ik begonnen met het interviewen van familieleden. Een schrijver moet dezelfde dingen kunnen als een reporter: hij moet nieuwsgierig zijn en heel goed luisteren.''

Brave lieden

Al net zo terughoudend als over de DDR schrijft Kumpfmüller over nazi-Duitsland. Dat lijkt bevolkt te worden door brave lieden die vóór Hitler zijn zolang hun dat uitkomt. Was iedereen schuldig, het hele Duitse volk? ,,Er blijft ook dan een schuld als je niemand doodgeschoten hebt en niemand hebt verraden. Mijn grootvader, die Luftschutzwart was, een trotse Luftschutzwart ter bescherming van de lokale Duitsers, maar totaal ongevoelig voor de nood van joden: hoe onschuldig was hij? Aan de andere kant: mag ik in mijn geprivilegieerde, veilige positie wel cijfers uitdelen aan het Duitse volk? Aan het volk onder Hitler en aan het volk onder Ulbricht en Erich Honecker? Zijn politiek geëngageerde mensen betere mensen dan Hampel? Interesseren politiek geëngageerde mensen zich meer voor de wereld dan Hampel? Intellectuelen hoeven zich voor hun engagement niet op de borst te kloppen, ze doen gewoon hun werk. Ik kan wel roepen dat ik met mijn bezoek aan Nederland een politieke boodschap kom brengen, maar in feite is het niets anders dan business.''

Michael Kumpfmüller: Lotgevallen van een beddenverkoper. Uit het Duits vertaald door Gerda Meijerink. Ambo/Manteau, ƒ59,50