Iedereen wil ontsnappen

Leonard Cohen duidt zijn diepe fluisterstem aan als `mijn beperkte zangtalent'. Volgende week verschijnt zijn nieuwe album.

,,Elke negen jaar kom ik naar buiten. Het is altijd een genoegen om de echte wereld te betreden'', zegt Leonard Cohen niet zonder zelfspot in zijn luxueuze Parijse hotelsuite. Op 67-jarige leeftijd is de Canadese zanger zich bewust van de uitzonderingspositie die hij inneemt in de vluchtige popwereld. Sinds hij in 1996 werd ingewijd als zenboeddhistisch monnik in het klooster van Mount Baldy bij Los Angeles, daalt hij letterlijk van zijn heuvel af om muziek te maken. Het is niet meer de belangrijkste bezigheid in zijn leven, zegt Cohen, die in het klooster onder meer in de keuken helpt als kok. Vegetarische soep is zijn specialiteit. In de negen jaar sinds zijn voorlaatste studio-album The Future werkte hij niettemin bijna dagelijks aan nieuwe nummers, waartoe hij elke ochtend in een robuuste four wheel drive afdaalde naar de omgebouwde garage in Los Angeles die als studio fungeerde.

Ten New Songs, luidt de prozaïsche titel van een verzameling poëtische liederen die recht doen aan Cohens onverwoestbare reputatie als dichter/zanger. Hij zingt ze met een diepe bariton, die sinds Suzanne (1966) almaar donkerder en zwoeler is gaan klinken. De sombere toon sluit een dichterlijke kwinkslag niet uit. ,,I fought against the bottle/ but I had to do it drunk'' fluistert hij in `That don't make it junk', zo'n lied dat zich alleen al om de openingswoorden onmiddellijk in het geheugen nestelt. Ten New Songs bevat bijna uitsluitend van die prachtig langzame, melancholieke nummers over hartstocht en vergankelijkheid. Een vrome levensstijl heeft de demonen niet bij Leonard Cohen weggehouden: ,,By the rivers dark/ I wandered on/ I lived my life/ in Babylon'' (By the rivers dark).

Als een onverbeterlijk womanizer omringt Cohen zich buiten het klooster nog altijd graag met vrouwen. Het nieuwe album maakte hij in nauwe samenwerking met geluidstechnica Leanne Ungar en producer Sharon Robinson, die als zangeres en mede-songschrijfster een belangrijk aandeel leverde. Het opnameproces is `een strijd met de techniek', zegt Cohen, die het merendeel van zijn muziek tegenwoordig componeert op een elektronisch keyboard. Toch valt het hem niet zwaarder dan in de begindagen, toen hij alleen een akoestische gitaar tot zijn beschikking had. ,,In de jaren zestig was er meer druk om alles snel te doen. Studiotijd was geld en producers waren niet mijn beste vrienden. Ik heb het opnameproces langzaam naar me toe getrokken, soms met een vreemde omweg, zoals de betrokkenheid van Phil Spector bij Death Of A Ladies Man, een van de moeizaamste platen uit mijn loopbaan. Op mijn leeftijd is rust van het grootste belang. Sharon en Leanne hebben me geholpen om een vredige, vertrouwde atmosfeer te scheppen waarin de strijd me relatief gemakkelijk af ging.''

Warme gloed

Als vingeroefening voor zijn nieuwe album stelden ze gedrieën het live-album Field Commander Cohen samen uit de tapes van concerten uit 1979. Het was een van de meest geslaagde tournees die hij ooit maakte, vindt Cohen. ,,Ik wist dat er nog ergens een doos met tapes moest zijn. Toen we die eenmaal hadden gevonden, bleek dat het twintig jaar oude geluidsmateriaal was aangetast door corrosie. Voordat we de banden konden afspelen en digitaliseren, moesten ze een bijzondere bewerking ondergaan omdat ze helemaal aan elkaar geplakt waren. We hadden er geen jaar mee moeten wachten, want dan zouden deze opnamen onbruikbaar zijn geworden en dan was er een gedenkwaardige episode uit mijn muziekverleden verloren gegaan. De achtergrondzang van Jennifer Warnes en Sharon Robinson gaf mijn muziek een warme gloed waarvan ik met mijn beperkte zangtalent alleen maar kon dromen. Indertijd werd ik door mijn entourage daadwerkelijk `Field Commander Cohen' genoemd, omdat zo'n tournee lijkt op een militaire operatie, waarbij elke zaal en elk land op het publiek veroverd moet worden.''

Hoewel hij na 1993 niet meer op tournee is geweest, heeft Leonard Cohen goede herinneringen aan het zigeunerleven van de rondreizende muzikant. ,,Ik hou van drinken en zingen. Dat zijn de dingen die een tournee de moeite waard maken, plus de waardering van het publiek. Wat daar allemaal nog bij komt, zoals het reizen en het lange wachten op de drie uur die ik 's avonds op het podium mag staan, bevalt me minder goed. Ik heb op festivals gespeeld met Jimi Hendrix en met The Doors, en wat me aan die rockmuzikanten altijd opviel, was dat ze zo nonchalant met hun muziek en met hun leven konden omspringen. Daar kon ik weleens jaloers op zijn. Mijn muzikanten en ik zijn nog nooit op een nonchalante manier aan een concert begonnen. Het was altijd de meest serieuze zaak van de wereld. De geestesgesteldheid waar ik als muzikant naar streef, is er een van zorgeloze toewijding. Als de toewijding er is, vallen alle zorgen vanzelf van je af. Eigenlijk is dat het verhaal van mijn leven.''

Sinds hij in 1956 debuteerde met de dichtbundel Let Us Compare Mythologies, bleef Leonard Cohen actief als dichter. ,,De keuze tussen muziek en poëzie heb ik nooit hoeven maken, omdat die twee heel goed samengaan. Een popsong vraagt om een andere vorm dan een gedicht op papier, maar het is verfrissend om niet aan die ene vorm vast te zitten. De ideeën die in mijn hoofd rondspoken, noem ik in eerste instantie altijd `stukjes'. Veel daarvan zijn het niet waard om tot een gedicht uitgewerkt te worden, maar blijken juist heel geschikt als refrein voor een song of het begin van een couplet. Andere ideeën lenen zich beter voor de strenge eenzaamheid van zwarte letters op papier. Behalve aan muziek werk ik de laatste jaren aan een omvangrijke bundel die The Book Of Longing gaat heten en waarvoor ik al zo'n 250 gedichten klaar heb.''

Koude titels

Albumtitels mogen niet te poëtisch zijn, vindt Cohen, want dat leidt de aandacht af van de inhoud. ,,Ik hou van koude, beschrijvende titels als `Recent Songs' of `Various Positions'. Ik heb moeten vechten voor de titel Ten New Songs, want tot voor kort zag het er naar uit dat dit nieuwe album Back On Boogie Street moest gaan heten. In Singapore bestaat er een echte Boogie Street, althans een straat die in de volksmond zo genoemd wordt. Overdag vindt daar een levendige handel plaats in bootleg-albums. Ik raakte er verzeild op de terugweg van een Australische tournee en toen ik vroeg naar mijn eigen muziek, toonde de handelaar mij na enig aandringen een doos vol Leonard Cohen-bootlegs. Mijn hele repertoire voor een dollar per stuk. 's Avonds verandert Boogie Street in een bazaar voor seksueel verkeer. Je ziet er mannelijke en vrouwelijke prostituées, travestieten, allemaal verbluffend mooie mensen die zichzelf te koop aanbieden. Het nummer Boogie Street is mijn visie op de verlangens die alle mensen koesteren. Iedereen wil ontsnappen aan aardse beslommeringen en de stress van het dagelijks leven. Soms lukt dat, maar na een vluchtige kus of een blik in het paradijs worden we teruggeworpen in de gewone wereld, gesymboliseerd door Boogie Street. Iedereen zoekt naar die verlossing, in God, in een omhelzing met een geliefde of in een koud glas water als je dorst hebt.''

Leonard Cohen vindt zijn verlossing in het klooster op Mount Baldy, waar niemand hem behandelt als een beroemd artiest en waar hij bekend staat als `de stille'. Een bijnaam die in de seculiere wereld vaak verkeerd wordt geïnterpreteerd, zegt Cohen. ,,Mijn spiritueel leermeester Roshi gaf me die naam omdat ik in zijn optiek afkomstig was uit een wereld vol lawaai. Dat sluit niet uit dat we veel praten en dat we een interesse in wereldse zaken delen. Roshi en ik drinken graag samen. Ik ken hem al meer dan dertig jaar en ik heb contact met hem gezocht in dezelfde periode waarin The Beatles op zoek waren naar diepere waarheden en Indiase mystiek. Hij is 94 jaar oud en een groot liefhebber van cognac en sake. Helaas heb ik hem nooit kunnen intesseren voor rode wijn, de drank van mijn voorkeur. Mijn interesse in het boeddhisme en mijn status van monnik hebben me niet tot een wereldvreemde kwezel gemaakt. Ik mediteer en ik kom regelmatig van mijn berg af om muziek te maken. Mijn verblijf op Mount Baldy herinnert me bovendien op een weldadige manier aan mijn jeugd. Het klooster bevindt zich in de buurt van een voormalig scoutingkamp, en ik was vroeger een fanatiek welpenleider en zeeverkenner.''

`Ten New Songs' van Leonard Cohen verschijnt maandag bij Columbia.