Hoop in de ijskast

De berichten over de dood van de Amerikaanse roman zijn zwaar overdreven, zo demonstreert het derde boek van de 42-jarige New-Yorker Jonathan Franzen. De familiesatire `The Corrections' is een boek dat hoog inzet, stilistisch verbluft en dwingt tot doorlezen.

De Amerikaanse literatuur, twintig jaar geleden nog toonaangevend in de wereld, zit hopeloos in het slop. Tenminste, als we B.R. Myers mogen geloven. In het augustusnummer van The Atlantic Monthly publiceerde deze onbekende criticus een lang `lezersmanifest', waarin hij de aanval opende op `de groeiende pretentieusheid van het literaire proza in Amerika.' Volgens Myers stellen moderne schrijvers als Annie Proulx en David Guterson (Ceders in de sneeuw) vorm boven inhoud, zonder dat hun quasi-poëtische proza die pretenties waarmaakt; en dat terwijl critici bij voorkeur romans aanprijzen waarin gebrek aan tempo doorgaat voor literaire ernst en holle clichés voor stilistisch raffinement. Het gevolg is niet alleen dat de lezer zich geïntimideerd afwendt van de onverteerbare boeken die doorgaan voor meesterwerken, maar ook dat de Amerikaanse literatuur met terugwerkende kracht devalueert. Hoe ver heen zijn we als de humorloze hippofiel Cormac McCarthy wordt uitgeroepen tot de nieuwe Hemingway, of de saaie lijstjesbreier Don DeLillo tot de nieuwe Melville?

Heel ver, vindt Myers, die door middel van overtuigende close reading ook een flinke knauw zet in de reputaties van Rick Moody (een slordige verhalenschrijver die alles dubbel zegt) en Paul Auster (een stilistisch gehandicapte Borges-epigoon). Zijn lezersmanifest is een verrukkelijk voorbeeld van shooting from the hip – de jonge revolverheld trapt de saloondeuren open en schakelt met een paar welgemikte schoten de schurken uit – en riep een storm van reacties op. Terwijl de steunbetuigingen van lezers bij The Atlantic Monthly binnenstroomden, beschuldigden collegae-critici Myers van populisme, schilderden ze hem af als een onbetekenende outsider (Myers is een in Duitsland geschoolde Zuid-Afrikaan), en namen ze op zijn minst een paar van hun favorieten tegen hem in bescherming. Alleen de schrijvers, Myers' voornaamste slachtoffers, hielden zich stil – misschien onder het motto: de beste remedie tegen een slechte kritiek is het publiceren van een goed boek.

Zo'n boek is er nu, en al is het niet geschreven door een van de bad guys uit Myers' artikel, het bewijst dat de berichten over de dood van de Amerikaanse roman zwaar overdreven zijn. In The Corrections van Jonathan Franzen (St. Louis, 1959) is het even simpele als veelzeggende verhaal van een ongelukkig middenklassegezin de kapstok voor een subtiele satire op het moderne Amerikaanse leven. De roman, die verscheen in de week van 11 september, richt zijn pijlen op de wereldpolitiek en de consumptiemaatschappij, maar doet dat zonder te vervallen in grote woorden of een pompeuze stijl. Met bijna 600 dikbedrukte pagina's – iets meer dan 500 in de vandaag verschenen Nederlandse vertaling – is The Corrections een zeldzaamheid: een boek dat hoog inzet, stilistisch verbluft en niet kan worden weggelegd tot het is uitgelezen.

De ironie wil dat Jonathan Franzen vijf jaar geleden zelf de roman een sombere toekomst voorspelde. In een cultuur die wordt beheerst door televisie en het World Wide Web, zo betoogde hij in Harper's Magazine, heeft de serieuze schrijver geen enkele status. Als de wereld geen notitie van je neemt, kun je haar ook niet met een roman veranderen – en dat is de taak van de schrijver: een ambitieus boek schrijven dat net zo veel maatschappelijke weerklank vindt als Portnoy's Complaint of Catch-22. Niettemin had Franzen, destijds de auteur van twee goed besproken maar weinig spraakmakende romans (The Twenty-Seventh City en Strong Motion), de moed nog niet opgegeven. In 1996 was hij al een jaar of drie bezig aan een breed uitwaaierende postmoderne satire op Wall Street en het Amerikaanse gevangenissysteem, in de stijl van zijn literaire helden Thomas Pynchon en Don DeLillo. Omdat naar zijn eigen zeggen de personages niet tot leven kwamen, schoof hij het manuscript aan de kant en begon hij aan een `persoonlijker boek' dat nu, bijna tien jaar na zijn tweede roman, in de winkels ligt.

The Corrections is een familieroman, een aanwinst voor het genre dat in de afgelopen jaren succesrijk werd beoefend door Michael Cunningham (Flesh and Blood) en Dave Eggers (A Heartbreaking Work of Staggering Genius), en dat onlangs te schande werd gemaakt door Douglas Coupland in All Families Are Psychotic. Net als Coupland beschrijft Franzen een familie-op-leeftijd die van ellende aan elkaar hangt, maar bij hem worden de gezinsleden geen karikaturen. Vader Alfred, ooit een dominante ingenieur-uitvinder, is Parkinson-patiënt en lijdt behalve aan verwarring en incontinentie aan vernederende hallucinaties. Dochter Denise is een seksueel verwarde topkok die werkloos wordt als ze haar baas bedriegt met zijn vrouw en omgekeerd. Oudste zoon Gary is een geslaagde zakenbankier in Philadelphia, maar kampt met paranoia en depressies, die verergerd worden door zijn moeizame gezinsleven. Jongste zoon Chip is wegens een affaire met een studente ontslagen als docent cultuurkritiek en probeert wat geld te verdienen met louche zaakjes in Litouwen. En moeder Enid, die haar hele leven doodsbang is geweest om anders te zijn dan haar buren in de buitenwijken van het stadje St.Jude, Kansas, heeft grote moeite om de kloek te spelen over haar drie koekoekskinderen.

Enids pogingen om de familie bijeen te brengen rondom Kerstmis vormen de rode draad van The Corrections, dat zich afspeelt in de laatste maanden van de twintigste eeuw. Het louterende familiefeest is een sentimenteel cliché uit de populaire cultuur – hoeveel films, liedjes en televisiespelen zijn er niet gemaakt over de goed getimede terugkeer van een verloren zoon of dochter? – maar Franzen lijkt niet in de eerste plaats geïnteresseerd in het afwikkelen van een plot. Het zijn de personages die hem aan het hart gaan en die hij in lange passages met veel flashbacks de een na de ander tot leven wekt. Geen van vijven zijn ze aanvankelijk sympathiek, en hun bestaan is een catalogus van menselijke fouten en ondeugden, maar al gauw leeft de lezer evenzeer mee met de burgermansvrouw die haar kinderen (onbedoeld) vernedert als met de onvolwassen man die zich aan niets of niemand kan binden.

Wie aan The Corrections begint, denkt terecht te zijn gekomen in de suburbane nachtmerrie die bekend is uit het werk van John Updike of Richard Yates. In huize Lambert, gelegen in de `gerontocratische buitenwijken' van een stad die naar de patroonheilige van verloren zaken is genoemd, kibbelen de bejaarde echtelieden al jaren over geld, meubelen en de kinderen. Het is een `burgeroorlog' die alleen maar wordt verergerd door de groeiende dementie van Alfred en de eigenwijsheid van Enid, die niet wil inzien dat de man die ze ooit bewonderde en die haar al zo lang teleurstelt hulpbehoevend is geworden. Hun wederzijdse irritaties worden weerspiegeld in het buitenwijkse leven van Gary en zijn vrouw Caroline, die alles hebben wat hun hartje begeert maar volgens de hypochondrische Gary lijden aan `anhedonia' – het onvermogen om ergens van te genieten.

Als Enid en Alfred op weg naar een laatste gezamenlijke cruise een gedoemd bezoek brengen aan Chip in New York, en het verhaal verspringt naar diens mislukte leven, waaiert The Corrections uit – al was het maar doordat we mét Chips biografie ook zijn (enigszins hypocriete) aanvallen op het Amerikaanse materialisme te lezen krijgen. Chip heeft schulden, dus hij haat mobiele telefoons omdat hij zich er geen kan veroorloven. Hij ergert zich aan de conspicuous consumption in de winkels van Manhattan, maar vooral wanneer hij geen geld heeft voor de zalm waarmee hij zijn ouders wil imponeren en hij gedwongen is om het halfbevroren beest onder zijn leren pak de supermarkt uit te smokkelen. En als hij vanuit Litouwen een hilarisch beschreven internetzwendel opzet die zowel de buitenlandse beleggers als het voormalige Oostblokland uitkleedt, ziet hij grote overeenkomsten tussen `black-market Lithuania and free-market America' waarin de publieke sector in een hoog tempo aan het verdwijnen is en de economie wordt bepaald door de zucht naar luxe van de elite: `Het grootste verschil tussen Amerika en Litouwen was, voorzover Chip kon zien, dat in Amerika de weinige rijken de talloze niet-rijken eronder hielden door middel van geestdodend, zielloos amusement en dito hebbedingetjes en farmaceutische middelen, terwijl in Litouwen de paar machtigen de machteloze massa eronder hielden door te dreigen met geweld.'

Franzens roman speelt zich af op het hoogtepunt van de economische boom, in de wachtkamer van een beurscorrectie en de onafwendbare recessie (die uiteindelijk pas na de aanslag op de Twin Towers zijn beslag heeft gekregen). Het is niet de enige correctie die een rol speelt in The Corrections. Chip heeft een veel te ingewikkeld filmscenario ingeleverd bij een agent, en loopt weg van de gevreesde lunch die hij voor zijn ouders heeft voorbereid omdat hij plotseling inziet dat hij `flink wat grote correcties' in zijn script moet aanbrengen. Alfred, die als jonge vader zijn kinderen voortdurend onderwierp aan opvoedkundige correcties, dreigt als Parkinson-patiënt het proefkonijn te worden van sciencefiction-achtige neurologische technieken. Gary heeft zijn hele bestaan ingericht als `een correctie op het leven van zijn vader' (met desastreuze gevolgen, natuurlijk). Alle personages nemen drugs om depressies en andere ellende te corrigeren, en bijna allemaal slagen ze erin om hun leven in de loop van het boek een ietsiepietsie te verbeteren. Als toegift is aan The Corrections bovendien een erratum toegevoegd waarin de uitgever meldt dat bladzijde 430 en 431 in omgekeerde volgorde dienen te worden gelezen.

Het correctieve erratum is een van de weinige vormgrapjes die Jonathan Franzen zich veroorlooft. Anders dan Mark Danielewksi, die dit jaar Amerika veroverde met de postmodernistische thriller House of Leaves (besproken in Boeken 1.6.01), houdt hij niet van stilistische experimenten. Toch kun je zijn proza allesbehalve rechttoe-rechtaan noemen. Franzen houdt van lange zinnen met niet altijd even voor de hand liggende woorden, van innerlijke monologen waarin de personages zich onbedoeld laten kennen, en van snelle dialogen waarin bijvoorbeeld het langs elkaar heenpraten van een moeder en haar dochter pijnlijk duidelijk wordt. Mooi zijn de metaforen die Franzen moeiteloos uit zijn mouw lijkt te schudden – van een terloopse vergelijking (een geroutineerde gastvrouw heeft `een stem als haar in een shampooreclame') tot een paginalange bespiegeling over goede en slechte seks, haute cuisine en huis-tuin-en-keukenkoken. Ontroerender maar even goed uitgewerkt is Enids dagdroom over haar rol in het gezin: ze ziet zichzelf in een vervallen huis met alleen wat keukenpapier om de van alle kanten aanstromende regen tegen te gaan.

In een van de sleutelscènes van The Corrections wordt het jongste zoontje van Gary een pion in de strijd tussen zijn vader en moeder. Als enige van de drie kleinkinderen heeft hij tegen zijn vader gezegd dat hij met hem mee kerst gaat vieren bij oma en opa in het Midden-Westen; maar de druk van zijn moeder en zijn broertjes, die hem vertellen wat voor leuke dingen ze in Philadelphia gaan doen, doet hem twijfelen. Uiteindelijk is het een net voor zijn vertrek in huis gehaald computerspel dat hem – tot groot verdriet van zowel vader als zijn oma – doet thuisblijven, waarop Gary in gedachten concludeert dat `Jonahs beslissing een parabel [is] over de crisis van morele plichten in een cultuur van consumentenkeuze.'

In deze laatste zin verbergt zich de kern van The Corrections, dat in veel opzichten een verfrissend moralistisch boek is. Franzen is niet de eerste schrijver (en zeker niet de eerste cultuurcriticus) die zich buigt over de deplorabele staat waarin de Amerikaanse nuclear family zich bevindt; zo doet de sfeer van zijn roman erg denken aan de met vele Oscars bekroonde film American Beauty (1999). Maar doordat hij zo geestig de problemen catalogiseert en zo uitgebreid de ruimte neemt om zijn personages te fileren, klinkt het oude verhaal van kilheid, gebrek aan gemeenschapszin, medicijnmisbruik, materialisme en holhartigheid schriller dan ooit. Er blijft Enid, de eigenlijke hoofdpersoon van The Corrections, temidden van de ruïnes van haar oude wereld weinig meer over dan keeping up appearances, of zoals Franzen het noemt: de Deken van het Zelfbedrog: `een heerlijke warme deken voorzover hij de gekwelde ziel bedekte, maar hij bedekte nooit helemaal alles. En de nachten begonnen koud te worden.'

Franzen is geen nostalgicus die terug wil onder de warme, verstikkende deken van het gezinsleven van de jaren vijftig. Als hij de teleurgestelde Gary in het begin van The Corrections laat denken `dat aan saamhorigheid en liefde voor je ouders en voor je broers minder waarde werd gehecht dan toen hijzelf nog jong was', dan is dat de opmaat voor een nietsontziende ontleding van het familieleven van de Lamberts anno 1960. Maar modern Amerika mag dan een ijskast vol slangen zijn, dat betekent niet dat Franzen zijn lezers alle hoop ontneemt. De laatste Kerstmis in St. Jude loopt heel wat minder dramatisch af dan je zou verwachten. Enids loutering maakt haar een minder benepen mens, en Denise beseft dat de slechte relatie met haar moeder voor een belangrijk deel te wijten is aan haar onvermogen om zich te verplaatsen in haar frustraties: `hoe kon je met goed fatsoen ademhalen, laat staan lachen of slapen of goed eten, als je je er geen voorstelling van kon maken hoe moeilijk het leven van een ander was?'

Het is het soort humanisme-met-een-warm-kloppend-hart waarop Saul Bellow in zijn hoogtijdagen patent had, en The Corrections is dan ook een roman waarvan de liefhebbers van Seize the Day, The Adventures of Augie March en Henderson the Rain King zullen genieten. Net als Bellow houdt Franzen met humor een overdosis sentiment op afstand, zij het dat zijn grappen veelvuldiger en uitbundiger zijn. Hoewel hij de woordspeling en de kolderieke vergelijking niet schuwt (`Ze had gesproken op de toon waarop de Wereldbank voorwaarden dicteert aan een Latijns-Amerikaans schuldenland, omdat Chip haar, helaas, wat geld schuldig was'), zijn het vooral de uit de hand gelopen situaties en tragikomische dialogen die de lezer hardop doen grinniken.

The Corrections valt misschien het best te beschrijven als het literaire equivalent van een familiesoap. Wie streng wil zijn, zou Franzen kunnen verwijten dat er té lang heel weinig gebeurt, dat een echte climax ontbreekt, en dat er van tijd tot tijd een subplot wordt uitgewerkt die weinig bijdraagt aan het grotere verhaal. Maar eerlijk gezegd heeft het mij niet gedeerd, meegevoerd als ik werd door de herkenbare lotgevallen van personages die me dierbaar waren geworden. Wèl moest ik na het uitlezen van de roman terugdenken aan een van de stellingen die B.R. Myers verkondigde in zijn lezersmanifest in The Atlantic Monthly: `We moeten een groots boek meer dan eens lezen om tot ons door te laten dringen hoe goed het proza is, aangezien we de eerste keer, en soms zelfs de tweede, te zeer gegrepen zijn door het verhaal om dat op te merken.'

Ik verheug me al op herlezing.

Jonathan Franzen: The Corrections. Farrar, Straus and Giroux, 568 blz. ƒ75,90 (gebonden). De Nederlandse vertaling door Marjan Lameris, Gerda Baardman en Huub Groenenberg (De correcties) is verschenen bij Prometheus, 504 blz, ƒ58,50