Het nieuwe Servië leert gaandeweg leiding geven

Het is precies een jaar geleden dat een volksrevolutie Slobodan Miloševic uit de macht verdreef. De nieuwe bestuurders van Servië hebben het zwaar. `De socialisten dachten: over drie maanden staan ze bij ons op de stoep om hulp te vragen.'

Anderhalf jaar geleden kende iedereen Radojko Lukovic. Op lantaarnpalen in Servië hing een afbeelding van zijn gezicht,tot moes geslagen door de Servische politie.

Lukovic, bijgenaamd Luka, werd daarmee het symbool van de studentenverzetsbeweging Otpor. Hij vormde hun aanklacht tegen het regime van de toenmalige Joegoslavische president Slobodan Miloševic.

Vandaag komt Luka het kantoor van Otpor in Pozarevac binnen geslenterd. Kalend voorhoofd en kort ringbaardje, maar de wonden zijn verdwenen en zijn oog is geheeld.

,,Ja, het was het waard'', zegt hij na enig nadenken. De mishandeling en de opsluiting waren nodig om tot een nieuw Servië te komen. Maar tevreden is hij niet over dat nieuwe Servië, een jaar na de revolutie. ,,De nieuwe leiders geven elkaar de mooiste baantjes, net als Miloševic deed.''

Hier is de revolutie begonnen, zeggen ze bij Otpor in Pozarevac. In het hol van de leeuw notabene, want Pozarevac is de geboorteplaats van Slobodan Miloševic. Het grauwe stadje ligt ten zuiden van de hoofdstad Belgrado. Hier werden Otpor-activisten door de lijfwachten van Marko Miloševic, zoon van Slobodan, in elkaar geslagen. Hier werd een demonstratie van de oppositie op ruwe wijze verhinderd. Beide voorvallen leidden tot veel rumoer in binnen- en buitenland.

De Otpor-afdeling in Belgrado kijkt er anders tegenaan. De voorvallen in Pozarevac, in mei vorig jaar, passen volgens de afdeling in de hoofdstad slechts in een reeks incidenten die leidden tot de val van Miloševic, in oktober. ,,Otpor in Belgrado schrijft de hele revolutie op haar naam. Ze noemt ons een klein radertje'', zegt Luka zuur.

Inderdaad had de revolutie van vijf oktober, vandaag precies een jaar geleden, vooral in Belgrado plaats. In Pozarevac hield men zich stil, uit angst voor de politie en de lijfwachten van Marko Miloševic. Pas op zes en zeven oktober gingen de oppositieleden voorzichtig de straat op om de overwinning te vieren.

Ilic was een van hen. Tegenwoordig is hij vice-burgemeester van Pozarevac, maar op vijf oktober gaf de 33-jarige Ilic nog computerles. Het besturen van een stad was nieuw voor hem.

Het is een van de problemen van de nieuwe leiding van het land, de Democratische Oppositie van Servië (DOS). Na de onverwachte verdrijving van Slobodan Miloševic, en zijn Socialistische Partij van Servië (SPS), bleek de oppositie te weinig gekwalificeerde bestuurders in huis te hebben.

Daar hadden ook de lokale socialisten in Pozarevac op gerekend. Ilic: ,,De overdracht van de macht verliep zonder slag of stoot. De socialisten dachten: `laat die oppositie maar op haar gezicht gaan. Over drie maanden staan ze bij ons op de stoep om hulp te vragen'.''

Dat gebeurde niet. Het is wel hard werken. Twaalf uur per dag, zegt de vice-burgemeester. De wachtkamer buiten zijn spaarzaam gemeubileerde kantoor zit stampvol mensen.

Enkele straten verderop, in het kantoor van de SPS, is het daarentegen stil. Vroeger zaten de inwoners van Pozarevac in deze gangen te wachten om een gunst af te troggelen. Nu rinkelt de telefoon nog maar een keer in het half uur. Dan legt de secretaresse verveeld haar nagelvijl neer om met een zucht de hoorn op te pakken.

De president, de secretaris en de woordvoerder van de SPS-afdeling Pozarevac zitten aan een grote vergadertafel. Gestoken in ouderwetse tweedjasjes en met grote brillen van getint glas op hun neus rechten ze de schouders; aan deze tafel zit communistische onverzettelijkheid, recht onder een portret van Miloševic. Die mag dan wel in een cel in Den Haag zitten, `hij blijft onze president'.

Er volgt een litanie van klachten over het nieuwe stadsbestuur. Dat zou de verkiezingen op ondemocratische wijze hebben gewonnen en zijn beloften niet zijn nagekomen. ,,De inflatie stijgt, de industriële produktie daalt, de belastingen stijgen. En het moest allemaal anders worden'', smaalt voorzitter Ilic, overigens geen familie van vice-burgemeester Ilic.

Miloševic is en blijft de held van de socialisten in de stad. Na afloop van het interview schuift Ilic op zijn stoel heen en weer. ,,U komt toch uit Nederland'', vraagt hij dan.

Nederland; dat is Den Haag, dat is het Joegoslavië-Tribunaal, dat is Slobodan Miloševic. ,,De socialisten hebben een boodschap voor onze president. We feliciteren hem met zijn standvastigheid voor het tribunaal. Hij geeft ons de kracht om door te vechten, zodat hij kan terugkeren naar zijn geboortestad.'' En dan, na enkele seconden stilte: ,,Wat denkt u ... zou hij uw krant lezen?''