Het karretje van Bush

Is Amerika sinds 11 september een land geworden waar hysterie hoogtij viert, de vrijheid van meningsuiting de kop wordt ingedrukt en iedereen staat te juichen bij alles wat president Bush doet? Afgaand op de Amerikaanse media zou je het op het eerste gezicht wel zeggen.

De massahysterie over bioterrorisme bereikte deze week in de media zijn hoogtepunt. Het begon zondag met een artikel in The New York Times getiteld `Some See U.S. as Vulnerable in Germ Attack'. Zowel Time als Newsweek hadden vervolgens angstaanjagende covers met mannen in gasmaskers. `How real is the threat?', vroeg Time zich af, terwijl Newsweek het deed met `How scared should you be?' In The Washington Post schreef columniste Sally Quinn dat ze gasmaskers voor haar gezin had aangeschaft alsmede een fikse voorraad antibiotica en flessen water. NBC meldde al snel dat gasmaskers overal waren uitverkocht en op CNN werd er een hevige discussie gevoerd over de vraag of de overheid wel voorbereid is op een aanval met chemische of biologische wapens.

Nadat al eerder columnisten van de lokale kranten The Texas City Sun en The Daily Courier uit Oregon ontslagen waren omdat ze zich daags na de aanslagen kritisch over Bush hadden uitgelaten, viel ook aan rechterzijde het eerste slachtoffer. Conservatieve columniste Ann Coulter werd bij National Review Online de laan uitgestuurd omdat ze had geschreven: ,,We moeten hun landen binnenvallen, hun leiders doden en ze tot het Christendom bekeren''. Natuurlijk is dat een belachelijke uitspraak, maar de vrijheid van meningsuiting heeft altijd twee kanten.

Negentig procent van de bevolking vindt momenteel dat President Bush het goed doet. Of je nu naar Oprah Winfrey kijkt of Larry King, steeds hoor je weer dat het hoogst noodzakelijk is dat de burgers zich unaniem achter hun leider scharen. Van The Washington Post tot Newsweek wordt de president plotsklaps omschreven als een man die de touwtjes ferm in handen heeft en beschikt over een duidelijke visie. Het lijkt wel alsof er sinds 1831 niks is veranderd toen Alexis de Tocqueville in De la démocratie en Amérique schreef: ,,In het dagelijkse bestaan is niets ergerlijker dan dit lichtgeraakte patriottisme van de Amerikanen. Een buitenlander zal niet aarzelen veel in hun land te prijzen, maar hij zou ook de mogelijkheid willen hebben kritiek te leveren, en dat wordt hem simpelweg ontzegd.''

Het zou echter een grove misvatting zijn te veronderstellen dat er in de media geen verzet is tegen deze kwalijke ontwikkelingen. Aan het eind van de week was de commotie rond bioterrorisme alweer uitgestorven. Zich klaarblijkelijk realiserend dat ze een beetje te veel paniek hadden gezaaid, hadden alle nieuwskanalen inmiddels talloze experts laten opdraven die het publiek verzekerden dat het risico van bioterrorisme minimaal is en de aanschaf van een gasmaskers en antibiotica volstrekt zinloos.

Heus, die paar ontslagen columnisten zijn uitzonderingen. De serieuze media nemen alles wat maar zweemt naar een aanval op het zo gekoesterde First Amendment zeer hoog op. Gisteravond nog werd de hele uitzending van het prime-time nieuwsprogramma Nightline gewijd aan de vraag of de vrijheid van meningsuiting in gevaar was. De ontslagen columnisten werden ruim aan het woord gelaten en kregen daarmee een breder podium voor hun meningen dan waar ze voor hun ontslag ooit van hadden durven dromen.

En tot slot realiseren de media zich donders goed dat ze momenteel – al dan niet gewild – voor het karretje van Bush worden gespannen. Niet elke journalist neemt de gloedvolle verhalen over Bush's besluitvaardigheid en vastberadenheid die momenteel uit het Witte Huis komen voetstoots aan. Niet elk presidentieel `bevel' wordt onmiddellijk opgevolgd. Toen het Witte Huis ABC verzocht een interview met voormalig president Clinton niet uit te zenden omdat diens mening het land zou kunnen verdelen, werd daaraan geen gehoor gegeven.