Gefluister in de gangen

Lobbyïsten zijn rechtschapen strijders voor evenwichtige beïnvloeding van politici. Ten onrechte is hun imago slecht, het moderne bestuur kan niet zonder ze. Dat is de centrale boodschap van het zojuist verschenen boekje De Wandelgang. Lobbyen in de politiek – een verzameling stukjes van politici over lobbywerk in de praktijk, ingeleid door hoogleraar Rinus van Schendelen en geredigeerd door twee professionele lobbyïsten, Frans Kok en Tom van der Maas.

De stukjes zijn van bestuurders die de Haagse politiek veelal hebben verlaten maar nog specifieke belangen te behartigen hebben: Brinkman, Deetman, Bolkestein, Wiegel. Bijna allemaal hebben ze ooit een zweterig moment gekend bij een te enthousiaste (defensie)lobbyïst – maar meestal bleef het presentje steken bij een fles wijn en ontbrak ook voorts het onfatsoen. `Nederland is zo'n slecht land nog niet', aldus Jan Terlouw.

Graag vertellen de mannen over de voortreffelijkheid van het eigen lobbywerk. Nog altijd gaat Hans Wiegel glimmen als hij terugdenkt hoe een Fries provincieweggetje transformeerde tot een vierbaansweg. Niet dat het nodig was, files stonden er nooit – maar mooi dat hij het geld op tafel kreeg. Met dank aan Neelie en een goed glas whisky.

Johan Stekelenburg, burgemeester van Tilburg, oud-FNV-voorzitter, en ook Eerste-Kamerlid, maakt helder dat zijn bestaan één langgerekte lobby is geworden. Heeft hij geen lobbyïsten over de vloer, dan lobbyt hij zelf. In de senaat debatteert hij over Schiphol, een VVD-collega werkt voor de luchthaven dus die stuurt directeur Cerfontaine op hem af, maakt niks uit, in de Eerste Kamer heeft iedereen zulke deelbelangen, en bij hemzelf is het niet anders: hij is óók commissaris bij de KLM. Zolang `je dat van elkaar weet' ziet hij er geen probleem in.

Paars regeert, maar evengoed zijn de mores van de Katholieke Volkspartij (KVP) springlevend. Zo ook bij Frits Bolkestein, die terugblikt op zijn `beste Els'-briefje. Als commissaris bij een pillenbedrijf schreef hij minister Borst een briefje om een pillensoort te promoten. Bolkestein vindt dat hij correct handelde. Het commissariaat had hij voor contacten `buiten het Haagse wereldje', met zijn briefje wilde hij behalve de belangen van het bedrijf ook de werkgelegenheid beschermen.

Eén element uit het klassieke KVP-register zag hij over het hoofd: hou de zaak buiten de openbaarheid. Fout, beaamt hij nu zelf. Want elke goede lobby, zegt ook Stekelenburg, houdt de publiciteit op afstand. Je hebt niks aan openbare winnaars of verliezers.

Vooral die laatste categorie moet je `de kans gunnen op tijd hun draai te maken'. Een goede lobby zal zich dus altijd in het schemerduister afspelen. En aangezien dit boekje leunt op de beoefenaars van het spel, wordt de lezer zelden verteld hóe het werkt, alleen dát het werkt. Dat is als lobbyvorm niet dom. Maar voor een boek erg mager.

Frans Kok en Tom van der Maas (red.): De wandelgang. Lobbyen in de politiek. Bert Bakker, 142 blz. ƒ31,95