Gedicht

,,Ik ga je iets voorlezen dat mij nogal ontroerd heeft'', zei de oude man die ik af en toe opzoek. Hij liet me een slordig uitgeknipte rouwadvertentie uit de krant zien.

,,Het gaat om twee mensen, een echtpaar, die Truus en Floor worden genoemd. Truus was tweeëntachtig, Floor negenenachtig jaar. Ze overleden op dezelfde dag: 21 september van dit jaar. Truus eerst. Enkele uren later vonden ze Floor. Hij had een gedicht in zijn handen, en dat hebben ze ook in deze advertentie opgenomen. Het is van Ida Gerhardt en het gaat zo: Gestreden heb ik levenslang met U./ Ik vind geen andere vrede dan bij U./ Hitte des daags, weder zijt gij geweken./ Oase van de avond, thans bij U.

,,Prachtig hè? Je ziet die oude man voor je. Ik kan me zo goed in hem verplaatsen na wat mezelf is overkomen. Hij heeft zijn vrouw misschien 's morgens dood in bed naast zich gevonden. Zijn hart stond van verbijstering al bijna stil, maar klopte voor de vorm nog even door. Hij belt de verpleging, maar ze kunnen niets meer voor haar doen. Het is voorbij. Ze raden hem aan onmiddellijk zijn kinderen te bellen, maar hij kan het niet opbrengen. Hij zit daar maar naast haar bed. Verdoofd, verpletterd. De verplegers vragen zijn telefoonboekje en gaan zelf maar bellen. De kinderen snellen van heinde en verre toe, want die wonen tegenwoordig niet meer bij je om de hoek.

,,Ze komen te laat. Ze vinden hem in zijn stoel. Met dat gedicht. Zo kán het allemaal gegaan zijn. Het is niet uniek. Als ik me goed herinner is ook het echtpaar Elsschot zo aan zijn einde gekomen – maar dan andersom: eerst hij, de volgende dag zij.

,,Toen ik het las, was ik eerst even jaloers. Ik geloof niet in de zogenaamde `mooie dood' als het je overkomt, heb je geen tijd om het mooi vinden maar zo'n korte rouwperiode had mij ook wel geleken. Op onze hoge leeftijd is verdriet iets dat je niet meer kunt behappen. Je stikt erin, je wordt er bijna gek van. Blijf hier, ga niet weg, laat me niet in de steek, dat zijn de gedachten die steeds weer door je heengaan. En ook: ik wil met je mee, ik heb hier niets meer te zoeken.

,,Dan begint iedereen op je in te praten. Dat je straks weer van het leven zult genieten, omdat je meer rust zult krijgen nu er een zorg is weggevallen. Dat ze je zo vaak mogelijk zullen opzoeken en dat je ook zelf wat meer contact moet zoeken met andere bewoners. Ze bedoelen het goed, maar ze kunnen niet echt aanvoelen hoe het is om in zo'n diep gat te vallen. Rust? Wat heb ik aan rust die ik met niemand meer kan delen? Ouwehoeren met andere bewoners? Wat kunnen die mensen me nog schelen?

,,Je went een beetje aan het verdriet, dat is waar. Het overvalt me nu alleen nog in vlagen. Maar als ik zo'n advertentie zie, komt alles opeens weer boven.

,,Ik heb er zelf Ida Gerhardt op nageslagen en vond toen nog dit gedicht: `Keltisch grafschrift'.

Die voor zichzelf niets vroeg,

wier liefde bij mij was,

rust in het hoge gras.

Ik gaf haar pijn genoeg.

Wier liefde bij mij was,

die ik van huis verjoeg,

zij, die mijn kinderen droeg,

rust in het hoge gras.''

,,Nu jij weer.''