GARBAGE

Het verhaal van Garbage laat zich uitstekend vertellen in termen van extremen. Die observatie gaat verder dan de titel Beautiful Garbage doet vermoeden. De groep koppelt elektronische ritmes aan rauw scheurende gitaren en tegenover prikkelende samples staan smeltend mooie melodieën. Als je opgroeit in Madison in de Amerikaanse staat Wisconsin, een donkere streek die opmerkelijk veel seriemoordenaars heeft voortgebracht, krijg je vanzelf gevoel voor extremen. Dat gaat althans op voor Butch Vig, Steve Marker en Duke Erikson, de drie muzikanten en producers van de groep. In de Schotse zangeres Shirley Manson vonden ze de ideale tegenhanger voor hun Amerikaanse achtergrond.

In Androgyny bezingt ze hoe je twee uitersten, het mannelijke en het vrouwelijke, kunt verenigen. Dat doet ze in een productie die heel slim de springerige r&b-ritmes van Timbaland in herinnering roept. Een nummer verder, in het prachtige Can't Cry These Tears Anymore, bewijst de groep eer aan de meer dan dertig jaar oudere meidengroepenpop uit de stal van Phil Spector, op een manier die Blondie grijs van jaloezie zou maken. Zo grijpt Garbage links en rechts in de popgeschiedenis. Ze boetseren het geroofde tot aanstekelijke nummers die meerdere extremen doen samensmelten in misschien wel oppervlakkige, maar zolang het duurt hemelse popmuziek.

Garbage: Beautiful Garbage (Mushroom MUSH95CD) distr. PIAS