...en de juiste informatie

De conclusie van de algemene politieke beschouwingen, die twee weken geleden in de Tweede Kamer werden gehouden, was dat er een zeer ruime parlementaire meerderheid bestond voor Nederlandse deelname aan militaire acties tegen het terrorisme. In die steun was ook een ruime mate van handelingsvrijheid voor de Nederlandse regering verdisconteerd. De Kamer aanvaardde dat zij in sommige gevallen pas achteraf zou kunnen worden geïnformeerd. Hoewel er formeel geen sprake was van een vertrouwensvotum, kwam de opstelling van het parlement hierop materieel wel neer.

Waar het nu om gaat is dat het opgebouwde vertrouwen niet onnodig op de proef mag worden gesteld. Wat dat betreft is het zorgwekkend dat nu al in de prefase van het militaire optreden het Nederlandse kabinet er een totale informatiestop op nahoudt. Terwijl leden van de Tweede Kamer gistermiddag via de BBC de Britse premier Blair opening van zaken zagen geven over de bewijsvoering tegen Osama bin Laden, moesten zij het zelf stellen met de mededeling van minister Van Aartsen dat hij niets kon zeggen.

Vanzelfsprekend is de positie van Groot-Brittannië een geheel andere dan die van Nederland. Een groot verschil is bijvoorbeeld dat een belangrijk deel van de door Blair verstrekte informatie afkomstig was van Britse inlichtingendiensten. Bovendien spelen de Britten een veel grotere rol in de strijd dan de Nederlanders.

Maar dat neemt niet weg dat ook in Nederland moet worden gestreefd naar een zo groot mogelijke openheid. Tussen volledige radiostilte en volledige geheimhouding bestaan nog vele andere gradaties. Door zich krampachtig aan volledige geheimhouding vast te klampen, stelt het kabinet onnodig het bestaande brede draagvlak voor militaire actie in de waagschaal.