De zaak tegen Osama bin Laden

`Dit rapport (van de Britse regering) pretendeert niet voldoende materiaal te bieden voor een veroordeling van Osama bin Laden door een rechtbank. Veel gegevens kunnen niet als bewijs worden aangevoerd omdat ze niet voldoen aan de stricte regels voor de toelaatbaarheid van bewijs en omdat de bronnen moeten worden beschermd. Maar op grond van de beschikbare informatie vertrouwt de regering op de conclusies die in dit document worden getrokken.

De regering komt tot een aantal duidelijke conclusies: dat Osama bin Laden en Al-Qaeda, het terroristische netwerk waar hij de leider van is, de gruwelijke misdaden van 11 september 2001 hebben beraamd en gepleegd, dat Osama bin Laden en Al-Qaeda van plan zijn en over de middelen beschikken om verdere misdaden te plegen, dat het Verenigd Koninkrijk en alle inwoners daarvan potentiële doelwitten vormen en dat Osama bin Laden en Al-Qaeda die misdaden hebben kunnen plegen dankzij hun band met het regime van de Talibaan.Het materiaal betreffende 1998 [de aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania] en de USS Cole is afkomstig van aanklachten en bronnen van inlichtingendiensten. Het materiaal betreffende 11 september is afkomstig van inlichtingendiensten en het politieonderzoek tot op dit moment.

Het rapport bevat niet al het materiaal dat de regering bekend is, gezien de absolute noodzaak de bronnen te beschermen.

Samenvatting

De relevante feiten wijzen uit:

dat Al-Qaeda een terroristische organisatie is die al tien jaar bestaat en is opgericht door Osama bin Laden, die al die tijd de leiding heeft gehad.

dat Osama bin Laden en Al-Qaeda een jihad tegen de Verenigde Staten en hun bondgenoten voeren.

dat Osama bin Laden en Al-Qaeda sinds 1996 in Afghanistan zijn gevestigd. Het netwerk omvat opleidingskampen, opslagplaatsen, communicatiefaciliteiten en commerciële activiteiten om geld binnen te krijgen, onder andere illegale drugshandel vanuit Afghanistan.

dat Osama bin Ladens Al-Qaeda en het Talibaan-regime een verbond van wederzijdse afhankelijkheid hebben.

dat Osama bin Laden en Al-Qaeda de aanval op Amerikaanse militairen in Somalië in oktober 1993, waarbij achttien dodelijke slachtoffers vielen, hebben opgeëist. Ook de aanval op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania in augustus 1998, waarbij 224 doden vielen, is door hen opgeëist. Daarnaast waren ze betrokken bij de aanval op de USS Cole op 12 oktober 2000, waarbij zeventien bemanningsleden omkwamen. Ze hebben pogingen gedaan de hand te leggen op nucleair materiaal en chemicaliën voor terreurwapens.

De aanslagen van 11 september:

Na 11 september is bekend geworden dat Bin Laden kort daarvoor kenbaar heeft gemaakt een grootscheepse aanval op Amerika te zullen plegen. De details zijn uitgewerkt door een van zijn trouwste medewerkers. Van de negentien betrokken kapers hadden ten minste drie banden met Al-Qaeda. De aanslagen van 11 september 2001 komen qua doelstelling overeen met eerdere aanslagen van Osama bin Laden en Al-Qaeda.

Al-Qaeda is nog steeds in staat aanvallen uit te voeren op de Verenigde Staten en hun bondgenoten, waaronder Groot-Brittannië.

De feiten

In 1989 heeft Osama bin Laden samen met anderen een internationale terroristische beweging genaamd Al-Qaeda (de basis) opgericht.

Van 1989 tot 1991 had Osama bin Laden zijn hoofdkwartier in Afghanistan en Pakistan. In 1991 is hij vertrokken naar Soedan, waar hij tot 1996 verbleef tot zijn terugkeer naar Afghanistan.

De Talibaan zijn in het begin van de jaren negentig uit de vluchtelingenkampen in Pakistan gekomen. Ze zijn verwikkeld in een bloedige burgeroorlog om heel Afghanistan in hun greep te krijgen. Hun aanvoerder is mullah Omar. In 1996 ontstond een nauwe band tussen Osama bin Laden en mullah Omar en begon Bin Laden de Talibaan te steunen.

Osama bin Laden heeft de Talibaan voorzien van manschappen, wapens en geld om tegen de Noordelijke Alliantie te strijden. Vertegenwoordigers van hem maken deel uit van het millitaire opperbevel van de Talibaan.

Sinds Kabul in 1996 in handen van de Talibaan viel, heeft de regering van de Verenigde Staten systematisch problemen bij hen aan de orde gesteld, onder andere dat van het terrorisme.

De Amerikaanse regering heeft duidelijk gemaakt dat Al-Qaeda Amerikaanse burgers heeft vermoord en daarmee door zal gaan. In juni 2001 hebben de VS de Talibaan gewaarschuwd dat ze hun regime verantwoordelijk zouden stellen voor aanslagen op Amerikaanse burgers door terroristen die zich in Afghanistan schuilhouden.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft in resolutie 1267 Osama bin Laden veroordeeld wegens zijn steun aan het internationale terrorisme, en heeft de Talibaan verzocht om uitlevering van Osama bin Laden om hem te kunnen berechten.

De reactie van de Talibaan was dat er geen bewijzen tegen Osama bin Laden bestonden en dat hij noch zijn netwerk het land uit zouden worden gezet.

Een voormalige regeringsfunctionaris uit Afghanistan heeft de Talibaan en Osama bin Laden omschreven als `twee handen op één buik: Osama kan in Afghanistan niet zonder de Talibaan en de Talibaan kunnen niet zonder Osama.'

Al-Qaeda legt zich erop toe `niet-islamitische' regeringen in moslimlanden met geweld te bestrijden, en is fel gekant tegen de Verenigde Staten. Osama bin Laden heeft zijn volgelingen opgeroepen Amerikaanse burgers te doden. Op 12 oktober 1996 heeft hij een verklaring van jihad afgelegd: `Het volk van de islam lijdt onder de agressie, onbillijkheid en onrechtvaardigheid van de kant van het zionistische kruisvaardersverbond en de handlangers ervan. Het is de plicht van ieder volk op het Arabische schiereiland een jihad te voeren om het land van deze bezetters te zuiveren. Moslimbroeders: jullie broeders in Palestina en in het land van de twee heilige plaatsen [Saoedi-Arabië] vragen jullie hulp en verzoeken jullie deel te nemen aan de strijd tegen de vijand - de Amerikanen en de Israëli's.'

In februari 1998 heeft hij een `fatwa' uitgevaardigd en ondertekend met een decreet voor alle moslims: `Het doden van Amerikanen en hun bondgenoten, hetzij burgers hetzij militairen, is een religieuze plicht voor iedere moslim, die hij, in welk land hij zich ook bevindt, moet uitvoeren.'

Al vanaf het begin van de jaren negentig probeert Osama bin Laden de hand te leggen op nucleair materiaal en chemicaliën voor terreurwapens.

Hoewel doelen in de VS boven aan de lijst van Al-Qaeda staan, worden ook de bondgenoten van de Verenigde Staten, waaronder Groot-Brittannië, met zoveel woorden bedreigd.

Al-Qaeda functioneert zowel zelfstandig als via een netwerk van andere terroristische organisaties, onder andere de Egyptische Islamitische Jihad en Noord-Afrikaanse islamitische terroristische bewegingen, en jihadi-groeperingen in andere landen, waaronder Soedan, Jemen, Somalië, Pakistan en India.

Osama bin Laden staat aan het hoofd van het netwerk van Al-Qaeda. Onder hem staat een orgaan genaamd de Shura, waarin vertegenwoordigers van andere terroristische groeperingen zitting hebben, zoals de leider van de Egyptische Islamitische Jihad, Ayman Zawahiri, en prominente luitenants van Bin Laden, onder anderen Abu Hafs Al-Masri.

Mohamed Atef is lid van de groep die gaat over militaire en terroristische operaties. Een van zijn verantwoordelijkheden is de opleiding van leden van Al-Qaeda.

De Amerikaanse aanklachten inzake eerdere misdaden bevatten bewijsmateriaal over Osama bin Laden en al-Qaeda.

Sinds 1989 voert Osama bin Laden namens Al-Qaeda financiële transacties uit om zijn doelen te bereiken. [Hij] heeft in Afghanistan, Pakistan, de Soedan, Somalië en Kenia trainingskampen en pensions ingericht ten behoeve van Al-Qaeda en verwant terroristische groeperingen. Er bevinden zich minstens tien kampen in heel Afghanistan, waarvan er zeker vier worden gebruikt voor de opleiding van terroristen. Sinds 1989 heeft Bin Laden bedrijven opgericht als bron van inkomsten voor Al-Qaeda en als dekmantel voor de aanschaf van explosieven, wapens en chemicaliën.

Eerdere aanvallen

In 1992 en '93 reisde Mohamed Atef naar Somalië met het doel om gewelddadige acties te organiseren tegen de Amerikaanse en VN-troepen die toen in Somalië waren gestationeerd. Telkens bracht hij verslag uit aan Osama bin Laden.

In voorjaar van 1993 begon Atef met de militaire opleiding van Somalische stammen die de strijd moesten aanbinden met de VN-troepen.

Op 3 en 4 oktober 1993 namen agenten van Al-Qaeda deel aan de aanval op Amerikaanse militairen die in Somalië waren in het kader van de operatie Restore Hope. Bij die aanval werd achttien Amerikaanse militairen gedood.

Vanaf 1993 vestigden zich leden van Al-Qaeda in Nairobi en zetten daar bedrijven op, zoals Asma Ltd. en Tanzanite King. Eind 1993 bespraken al-Qaedaleden voor het eerst de mogelijkheid de Amerikaanse ambassade in Nairobi aan te vallen. Ali Mohamed, een Amerikaans staatsburger die heeft toegeven lid van Al-Qaeda te zijn, nam foto's en maakte schetsen, die hij in Soedan aan Osama bin Laden aanbood.

In juni of juli 1998 kochten twee agenten van al-Qaeda een Toyota-truck die ze verbouwden. Begin augustus 1998 verzamelden agenten van Al-Qaeda zich in Nairobi om daar de bomaanval op de Amerikaanse ambassade uit te voeren.

Op 7 augustus 1998 reed Assam, een Saoedi-Arabiër en agent van Al-Qaeda, met de truck naar de Amerikaanse ambassade. Achterin lag een grote bom. Bij hem in de truck zat Mohamed Rashed Daoud al-Owali, ook een Saudi-Arabiër. Die heeft bekend dat hij een agent was van Al-Qaeda, opgeleid in kampen van al-Qaeda en vertrouwd met explosieven, kaping, ontvoering, moordaanslagen en spionagetechnieken.

Terwijl de truck op de ambassade afreed sprong al-Owali eruit en gooide een handgranaat naar een bewaker. Assam zette truck tegen de achterkant van de ambassade en bracht de bom tot ontploffing, waarbij een kantoorgebouw van een aantal verdiepingen werd verwoest en de Amerikaanse ambassade werd beschadigd. De bom doodde 213 mensen.

Al-Owali had verwacht dat de missie zou eindigen in zijn dood. Maar op het laatste moment rende hij weg en overleefde de aanslag. Na enkele dagen belde hij een nummer in Jemen om geld te laten overmaken. Het nummer dat hij belde werd op dezelfde dag gebeld van de telefoon van Osama bin Laden.

Nog iemand die werd aangehouden in verband met de bomaanslag in Nairobi was Mohamed Sadeek Odeh. Die heeft zijn betrokkenheid toegegeven. Hij noemde de namen van de belangrijkste daders, allemaal lid van al-Qaeda of de Egyptische Islamitische Jihad.

In Dar es Salaam brachten ongeveer tegelijkertijd agenten van Al-Qaeda een bom tot ontploffing bij de Amerikaanse ambassade, waarbij 11 mensen omkwamen. Tot die agenten behoorde ook Khaflan Khamis Mohamed. Hij erkende zijn lidmaatschap van al-Qaeda en noemde ook andere daders van de bomaanslag. Op 7 en 8 augustus 1998 eisten twee andere leden van al-Qaeda in faxen aan een aantal media de verantwoordelijkheid voor de twee bomaanvallen op.

Verdere aanwijzingen voor de betrokkenheid van Al-Qaeda bij de Oost-Afrikaanse bomaanslagen kwamen aan het licht bij invallen in Londen in woonhuizen en bij bedrijven van leden van Al-Qaeda en de Egyptische Islamitische Jihad. Er werden stukken gevonden waarin de verantwoordelijkheid werd opgeëist uit naam van een verzonnen groep, `het islamitische leger voor de bevrijding van de heilige plaatsen'.

al-Owali, de man die de zelfmoord-bomaanslag zou plegen, bekende dat hem was gezegd een video van zichzelf te maken waarop hij de naam van dezelfde verzonnen groep gebruikte. De faxen waarin de verantwoordelijkheid was opgeëist bleken afkomstig van een telefoonnummer dat contact had gehad met de mobiele telefoon van Osama bin Laden.

Op 22 december 1998 werd Osama bin Laden door het blad TIME gevraagd of hij verantwoordelijk was voor de aanslagen van augustus 1998. Hij zei: ,,Het Internationale Islamitische Jihad Front voor de jihad tegen de VS en Israël heeft uit naam van God een glasheldere fatwa uitgevaardigd waarin het islamitische volk wordt opgeroepen tot een jihad ter bevrijding van de heilige plaatsen. Het volk van Mohammed heeft aan die oproep gevolg gegeven. Als de oproep tot een jihad tegen de joden en Amerikanen als misdadig wordt beschouwd, laat mijn dan voor de geschiedenis een misdadiger zijn.'' Er werd hem gevraagd of hij de aanvallers kende: ,,De mensen die hun leven waagden om God te behagen zijn echte mannen. Ze hebben het islamitische volk van een schande weten te bevrijden. We hebben de hoogste achting voor hem.''

In december 1999 werd een terroristische cel die banden had met Al-Qaeda betrapt op een poging aanslagen in de Verenigde Staten uit te voeren. Een Algerijn, Ahmed Ressam, werd bij de Amerikaans-Canadese grens aangehouden met in zijn auto 50 kilo materiaal om bommen te maken. Ressam bekende dat hij het plan had een grote bom te laten ontploffen op de internationale luchthaven van Los Angeles. Hij zei dat hij een terroristische opleiding had gehad een kamp van Al-Qaeda in Afghanistan.

Op 3 januari 2000 probeerde een groep door Al-Qaeda getrainde terroristen met een bootje vol explosieven een aanslag uit te voeren op een Amerikaanse destroyer. Hun boot zonk.

Maar op 12 oktober 2000 werd de USS Cole terwijl hij brandstof innam in Aden getroffen door een boot vol explosieven. Zeventien bemanningsleden kwamen om. Een aantal van de daders was opgeleid in kampen van Osama bin Laden in Afghanistan; al-Owali heeft verklaard dat de twee leiders van de aanslag op de USS Cole ook hebben deelgenomen aan de aanslagen op de Oost-Afrikaanse ambassades.

In de maanden voor de aanvallen van 11 september zijn in de hele moslimwereld door Al-Qaeda propagandavideo's verspreid. Ook voor de aanvallen op de Oost-Afrikaanse ambassades in augustus 1998 werden er zulke video's verspreid, waarin geweld tegen de Verenigde Staten werd opgehemeld.

11 september

Van 19 mannen is aan de hand van de passagierslijsten vastgesteld dat ze op 11 september 2000 tot de kapers van de vier vliegtuigen behoorden. Van minstens drie staat onomstotelijk vast dat ze de lid van al-Qaeda waren. Van één staat vast dat hij een hoofdrol heeft gespeeld bij de aanslagen op de Oost-Afrikaanse ambassades en de USS Cole.

In inlichtingenkringen zijn de volgende feiten vastgesteld: in de aanloop naar 11 september voerde Bin Laden een propagandacampagne ter rechtvaardiging van aanvallen op joodse en Amerikaanse doelen. In augustus en begin september kregen medewerkers van Bin Laden de waarschuwing om uiterlijk 10 september terug te keren naar Afghanistan.

Vlak voor 11 september is door medewerkers van Bin Laden een actiedatum van op of omstreeks 11 september genoemd.

Een van de naaste en hoogste medewerkers van Bin Laden was verantwoordelijk voor de gedetailleerde voorbereiding van de aanslagen. Er zijn heel specifieke aanwijzingen voor de schuld van Bin Laden en zijn medewerkers die te gevoelig zijn om bekend te maken.

Binnen al-Qaeda zou een operatie op de schaal van de aanslagen van 11 september moeten worden goedgekeurd door Bin Laden zelf.

De werkwijze van 11 september kenmerkte zich door een uiterst nauwgezette voorbereiding op lange termijn, de wens massaal slachtoffers te maken, zelfmoord-aanslagen en gelijktijdige aanvallen. De aanvallen op september 11 september stroken geheel met de schaal en het raffinement van de voorbereiding waarmee de aanvallen op de Oost-Afrikaanse ambassades en de USS Cole gepaard gingen.

Agenten van Al-Qaeda hebben in de zaak van de bomaanslagen op de Oost-Afrikaanse ambassades beschreven hoe ze hun observaties verrichten, geduldig materiaal verzamelen en agenten screenen op hun vaardigheden en hun bereidheid voor hun zaak te sterven.

De agenten die betrokken waren bij de gruwelen van 11 september gingen naar vliegscholen, bedienden zich van simulators om grotere vliegtuigen te leren besturen en observeerden luchthavens.

De aanslagen van al-Qaeda kenmerken zich door een volstrekte minachting van onschuldige levens, ook die van moslims. In een interview na de bomaanslagen in Oost-Afrika beklemtonen Osama bin Laden dat de noodzaak de VS aan te vallen de dood van andere onschuldige burgers rechtvaardigde, moslims of niet-moslims.

Geen andere organisatie heeft de motivatie en het vermogen aanslagen als die van 11 september uit te voeren - alleen het Al-Qaeda-netwerk onder Osama bin Laden.

Conclusie

De aanslagen van 11 september 2001 werden voorbereid en uitgevoerd door Al-Qaeda. Die organisatie heeft de wil en de middelen om nog meer aanslagen op dezelfde schaal uit te voeren. Deze aanslag had niet kunnen plaatsvinden zonder het verbond tussen de Taliban en Osama bin Laden, want daardoor kon Bin Laden vrijuit opereren in Afghanistan en daar terroristische activiteit bevorderen, voorbereiden en uitvoeren.'